“Paddo’s, wat kunnen ze niet?”
Eindelijk was het weerzo ver. Paddo’s!!! Hoelang heb ik daar niet op moeten wachten? Het zal begin november geweest zijn. Doet er niet toe. We hadden de paddo’s in Arnhem gehaald, omdat in Apeldoorn geen smartshops meer zijn. De vrouw die achter de kassa stond kende ik nog van een vorige trip toen we daar onder invloed van paddo’s geweest waren. Nog steeds had ze een alienhoofd met de ogen te weid uit elkaar. Ze is wel aardig. Dit bracht me meteen bij het gevoel van de vorige trip en ik hoopte maar dat deze paddo’s die ze ons verkocht minstens even visueel en filosofisch zouden zijn.
Het hele huis had ik speciaal ingericht met verschillende hoekjes met verschillende stijlen muziek, die op één punt in het huis samen ook te horen waren. Dit zou een fijne sfeer blijken om in te trippen.
We begonnen rond een uur of zeven, omdat ik de volgende dag al weer vroeg moest werken. Ik nam een hele portie gedroogde paddo’s en at deze door een salade. Bij de paddo’s hadden we passiebloem gekocht, dit zou de trip versterken. Deze passiebloem zou de hele trip een soort leidraad zijn. Ik schrijf dit verhaal met behulp van Het Tripboek. In dit boek noteer ik van alles tijdens een trip.
Ruim een uur nadat Kennabis, Dilerium en ik de Paddo’s genomen hadden kwam Jacobus aan en at zijn portie meteen op. Ik voelde me wel erg waus, maar echt trippen vond ik het nog niet. Ik werd wild en kon niet wachten wat deze avond brengen zou. Wat er precies in dit uur gebeurde weet ik eigenlijk niet, waarschijnlijk tripte mijn geest dermate dat ik ergens ‘even” in een hoekje lag en dat ‘eventjes” eigenlijk een uur was.
Een uur nadat Jacobus ze in had genomen, twee uur voor de rest, merkte we nog barweinig. We begonnen wild te blowen en passiebloem te roken. Op een gegeven moment ging Jacobus naar beneden om te urineren, ik zat nog boven met de rest. Opeens begonnen de muren te bewegen en ademen, ze kwamen op me af.
Jacobus was al een kwartier beneden en besloot het erop te wagen om hem te zoeken. Toen ik hem beneden zag, stond hij met een pak sap en chips in zijn hand, te staren naar mijn gordijnen. Hij had het over slangen en vogels. Ik begreep hem eerst niet, totdat ik naar het gordijn keek en ze ook zag. Het klinkt alsof deze trip erg visueel was, niets is minder waar. Af en toe was hij maar visueel.
Ik moest en zou chocolade hebben, maar toen ik in alle kasten zocht, vond ik alleen en paar koekjes. Het was inmiddels drie uur na inname.
Ik besloot samen met Kennabis maar eens naar de avondwinkel te gaan om chocolade en snoep in te slaan. De rest protesteerde, maar we waren niet van ons idee af te brengen. Daar aangekomen, probeerde ik zo normaal mogelijk te doen. Ik tripte hem hard op een redbull automaat. De bubbels vlogen alle kanten op. What the fuck? Thuis aangekomen, begon ik veel chocolade te eten en verder te blowen en passiebloem roken.
Jongens niet lachen maar blowen / roken!
Jacobus lag op een bed en staarde naar een ordinaire cactus in een pot. Opeens begon hij te spreken en zei: Die Cactus wil uitbreken! Hij kan het niet meer aan! We dachten dat hij het raam uit wilde de wijde wereld in en konden hem moeilijk ongelijk geven. Waarom zou je in een pot willen leven? Daarna hadden we het nog even over het denkvermogen van een cactus. We waren er van overtuigd dat hij dat had!
Het volgende stuk tekst komt letterlijk uit het tripboek:
Het is niet te stoppen, Kennabis ook niet! Niet de verbindingen met het aardse verbreken! Passiebloem ik wil passiebloem! Te Wauz, Hij is dik! Hij is zeker dik, we raken verslaafd aan passiebloem! De Gay drugsverslaving. Nee ik wil geen wiet. The Confessions Of A King! Ja, nee, zeker weten! Het is een beetje zout. Die lanp, ik zie hem niet. Morgen een landschap. Nee, lees dit maar niet.
De jongens wilde naar beneden, maar ik zat daar zo fijn, dat ik nog even besloot te blijven. Toen iedereen weg ging, voelde ik de aanwezigheid van een soort geesten. Ik snapte het niet. Ik zag enkele wazige witte vlekken, geen echte geestesverschijningen die als sneeuw voor de zon verdwenen, toen de jongens weer naar boven kwamen, om mij op te zoeken. Toen begreep ik het! Het waren geen geesten, maar onze ego’s! Ik citeer uit het boek:
Onze ego’s zweven misschien wel om ons heen, dat zijn de echte geesten! Jazeker. Daar ben ik van overtuigd. Geesten zijn niet meer dan onze ego’s. Gek hoe we ons zelf beïnvloeden.
De jongens begrepen mij niet echt goed, dus besloot het daar bij te laten, maar ik wist beter. We besloten naar buiten te gaan, het zou wel een uur of tien, half elf geweest zijn. We liepen door mijn straat op weg naar de parkeerplaatsen van centraal beheer, waar wij wel vaker relaxen. Onderweg kwam ik er achter hoeveel macht een aansteker eigenlijk heeft. De hele rokende wereld heeft hem nodig! Wat een eer voor een aansteker. Wat een uitvinding! We zouden nergens zonder ze zijn. Het is gewoon een mythisch vuur! Eeuwen na de onze zullen ze het hebben over het mythische vuur!
Bij het centraal beheer is een reclamebord die de vorm heeft van een paddestoel, althans dat maken wij er van! Jacobus, was hier nog nooit geweest en riep keihard: Dat ding is om te draaien net als joints!!!!!
Oja, dit boek blijft je achtervolgen. Het tripboek!
Langs het centraal beheer loopt een spoor. We zaten maar te wachten op de treinen, omdat we ze wilden voelen! Waar blijven mijn treinen!? O wat is die passiebloem toch relaxed!
Nadat er een trein langs kwam wilden Kennabis en Dilerium weer weg. Jacobus en ik besloten op verder onderzoek uit te gaan. We mochten dit, nadat we beloofd hadden niet voor een trein te springen.
We liepen langs heiige weggetjes en we begonnen aan het fijnste deel van deze hele trip, de filosofische trip. We liepen om het central beheer heen en het gebouw trok ons heel erg aan, we wilden, we moesten daar op onderzoek uit… nee toch niet…..Je moet niet altijd krijgen wat je wilt, want dan waardeer je niet meer wat je wel krijgt…..we liepen door. Er was zoveel te onderzoeken. We zochten naar theorieën filosofieën en misschien zelfs quotes. Ze hingen in de lucht, maar we moesten op het juiste moment ze passeren, anders ervoeren we ze niet. We mochten niets forceren… nee, het was gewoon te fragiel.
We slopen een steeg in, daar kwamen we een hoek tegen, onder een brandtrap. Dat is een van de weinige plekjes, waar je jezelf kan zijn, zonder dat je geest jezelf beïnvloed, daar kan je puur zijn, los van je zonden, Ja!
We zagen iets verder dan die trap een kleine opening die leidde naar een garage, daar kropen we in. Daar aangekomen, zaten we in de kelders van de wereld. In het huis van God, of iets,,, geen God voor mij, ik geloof niet, alleen als ik trip… Het is een overtuiging, als je het voelt is het zo. De kelder van de wereld was briljant, mooi fijn, het was een soort geborgenheid.
De kelders van de wereld is het huis van God!
Het felle licht is zo fel, als ik er niet ben is het felle licht er wel! Riep ik, nadat ik in een felle lamp had gekeken.
We volgden een trap richting het dak van de wereld. Het was daar doods en kil, de kelders waren zo fijn geweest. De top was bar en bedekt met mos en dode bladeren.. Nee de top was niet fijn.. We daalden weer van de top en gingen terug langs het spoor naar de parkeerplaatsen. De wereld mengde zich. We kwamen glas tegen, kapot tegen de tegels, het was mooi. Glas, mooi en verraderlijk, net als vrouwen!
Wat kwam daar aan? Een trein! De boemel van Apeldoorn naar elders. Hij rangeerde vlak voor onze neus. Wat Jacobus en ik daar zagen was niet onbeschrijfelijk, maar wel mythisch! Er kwam een heel fel neonwit licht vanuit deze spooktrein. De spoken hadden hun vingerafdrukken achtergelaten op de ruiten. De machinist kwam uit de trein en we moedigde de man aan. Het is immers een held! De sleutelbewaarder van de wereld. Hij ging weg, of nee toch niet! Hij stapte aan de andere kant weer in! Wat een held, dat hij dat zo maar weer deed. Nee dit hoefde hij niet te doen, maar hij droeg het juk, omdat niemand anders het zou doen. Hij vervoerde die miljoenen zielen en resten van ego’s. Deze trein zat zo vol, dat hij bijna door zijn wielen zou gaan en zou bezwijken. Jacobus en ik zaten echt in een dialoog over deze trein, geesten en machinist. Het was gewoon goddelijk. Dat zo’n normaal ding als een trein zoveel waarde kon krijgen, omdat deze trein voorbestemd was. We liepen verder, we moesten maar weer eens op huis aan. Door die machinist aan te moedigen hebben Jacobus en ik om zeven over half twaalf de wereld gered. Ja het is heus. Er vertrok een sneltrein van het station, Jacobus en ik besloten met hem mee te rennen, totdat de trein ons zou verlaten. We hadden nog nooit zo hard gerend. Uiteindelijk verliet de trein ons. Mee rennen met een trein; de mooiste paradox: Na zo’n inspanning ben je niet moe!
We zagen in de verte de boemel vertrekken om nieuwe zielen in te laden en we namen afscheid van hem. We liepen naar huis, om daar weer ons samen te voegen met Dilerium en Kennabis. Ik heb daar het tripboek voorgelezen en wat tekeningetjes gemaakt. Daarna hebben we het huis opgeruimd en zijn we gaan slapen. Ik lag met Jacobus op één kamer. De eerste keer dat ik op de klok keek was het 1:11, de volgende keer 1:21. Dit ging door tot 2:01 Dat was heel bizar, maar ik kon van niets meer opkijken, want ik had immers de kelders van de wereld en de top in een avond gezien. Ik had de wereld gered.
Het was een leerzame en fijne avond. Al had ik graag veel meer visuals en een ergere mindfuck gehad. Ik vond mezelf veel te helder en ik reageerde bij vlagen veel te normaal, natuurlijk heb ik getript, maar van een hele portie gedroogde, had ik toch veel meer verwacht, de rest ook. Dilerium en Kennabis die beide nog geen hele portie hadden genomen, waren nog veel erger teleurgesteld. Ik hoop dat de volgende tripervaring een stuk intenser wordt, net als mijn vorige trips.
Eindelijk was het weerzo ver. Paddo’s!!! Hoelang heb ik daar niet op moeten wachten? Het zal begin november geweest zijn. Doet er niet toe. We hadden de paddo’s in Arnhem gehaald, omdat in Apeldoorn geen smartshops meer zijn. De vrouw die achter de kassa stond kende ik nog van een vorige trip toen we daar onder invloed van paddo’s geweest waren. Nog steeds had ze een alienhoofd met de ogen te weid uit elkaar. Ze is wel aardig. Dit bracht me meteen bij het gevoel van de vorige trip en ik hoopte maar dat deze paddo’s die ze ons verkocht minstens even visueel en filosofisch zouden zijn.
Het hele huis had ik speciaal ingericht met verschillende hoekjes met verschillende stijlen muziek, die op één punt in het huis samen ook te horen waren. Dit zou een fijne sfeer blijken om in te trippen.
We begonnen rond een uur of zeven, omdat ik de volgende dag al weer vroeg moest werken. Ik nam een hele portie gedroogde paddo’s en at deze door een salade. Bij de paddo’s hadden we passiebloem gekocht, dit zou de trip versterken. Deze passiebloem zou de hele trip een soort leidraad zijn. Ik schrijf dit verhaal met behulp van Het Tripboek. In dit boek noteer ik van alles tijdens een trip.
Ruim een uur nadat Kennabis, Dilerium en ik de Paddo’s genomen hadden kwam Jacobus aan en at zijn portie meteen op. Ik voelde me wel erg waus, maar echt trippen vond ik het nog niet. Ik werd wild en kon niet wachten wat deze avond brengen zou. Wat er precies in dit uur gebeurde weet ik eigenlijk niet, waarschijnlijk tripte mijn geest dermate dat ik ergens ‘even” in een hoekje lag en dat ‘eventjes” eigenlijk een uur was.
Een uur nadat Jacobus ze in had genomen, twee uur voor de rest, merkte we nog barweinig. We begonnen wild te blowen en passiebloem te roken. Op een gegeven moment ging Jacobus naar beneden om te urineren, ik zat nog boven met de rest. Opeens begonnen de muren te bewegen en ademen, ze kwamen op me af.
Jacobus was al een kwartier beneden en besloot het erop te wagen om hem te zoeken. Toen ik hem beneden zag, stond hij met een pak sap en chips in zijn hand, te staren naar mijn gordijnen. Hij had het over slangen en vogels. Ik begreep hem eerst niet, totdat ik naar het gordijn keek en ze ook zag. Het klinkt alsof deze trip erg visueel was, niets is minder waar. Af en toe was hij maar visueel.
Ik moest en zou chocolade hebben, maar toen ik in alle kasten zocht, vond ik alleen en paar koekjes. Het was inmiddels drie uur na inname.
Ik besloot samen met Kennabis maar eens naar de avondwinkel te gaan om chocolade en snoep in te slaan. De rest protesteerde, maar we waren niet van ons idee af te brengen. Daar aangekomen, probeerde ik zo normaal mogelijk te doen. Ik tripte hem hard op een redbull automaat. De bubbels vlogen alle kanten op. What the fuck? Thuis aangekomen, begon ik veel chocolade te eten en verder te blowen en passiebloem roken.
Jongens niet lachen maar blowen / roken!
Jacobus lag op een bed en staarde naar een ordinaire cactus in een pot. Opeens begon hij te spreken en zei: Die Cactus wil uitbreken! Hij kan het niet meer aan! We dachten dat hij het raam uit wilde de wijde wereld in en konden hem moeilijk ongelijk geven. Waarom zou je in een pot willen leven? Daarna hadden we het nog even over het denkvermogen van een cactus. We waren er van overtuigd dat hij dat had!
Het volgende stuk tekst komt letterlijk uit het tripboek:
Het is niet te stoppen, Kennabis ook niet! Niet de verbindingen met het aardse verbreken! Passiebloem ik wil passiebloem! Te Wauz, Hij is dik! Hij is zeker dik, we raken verslaafd aan passiebloem! De Gay drugsverslaving. Nee ik wil geen wiet. The Confessions Of A King! Ja, nee, zeker weten! Het is een beetje zout. Die lanp, ik zie hem niet. Morgen een landschap. Nee, lees dit maar niet.
De jongens wilde naar beneden, maar ik zat daar zo fijn, dat ik nog even besloot te blijven. Toen iedereen weg ging, voelde ik de aanwezigheid van een soort geesten. Ik snapte het niet. Ik zag enkele wazige witte vlekken, geen echte geestesverschijningen die als sneeuw voor de zon verdwenen, toen de jongens weer naar boven kwamen, om mij op te zoeken. Toen begreep ik het! Het waren geen geesten, maar onze ego’s! Ik citeer uit het boek:
Onze ego’s zweven misschien wel om ons heen, dat zijn de echte geesten! Jazeker. Daar ben ik van overtuigd. Geesten zijn niet meer dan onze ego’s. Gek hoe we ons zelf beïnvloeden.
De jongens begrepen mij niet echt goed, dus besloot het daar bij te laten, maar ik wist beter. We besloten naar buiten te gaan, het zou wel een uur of tien, half elf geweest zijn. We liepen door mijn straat op weg naar de parkeerplaatsen van centraal beheer, waar wij wel vaker relaxen. Onderweg kwam ik er achter hoeveel macht een aansteker eigenlijk heeft. De hele rokende wereld heeft hem nodig! Wat een eer voor een aansteker. Wat een uitvinding! We zouden nergens zonder ze zijn. Het is gewoon een mythisch vuur! Eeuwen na de onze zullen ze het hebben over het mythische vuur!
Bij het centraal beheer is een reclamebord die de vorm heeft van een paddestoel, althans dat maken wij er van! Jacobus, was hier nog nooit geweest en riep keihard: Dat ding is om te draaien net als joints!!!!!
Oja, dit boek blijft je achtervolgen. Het tripboek!
Langs het centraal beheer loopt een spoor. We zaten maar te wachten op de treinen, omdat we ze wilden voelen! Waar blijven mijn treinen!? O wat is die passiebloem toch relaxed!
Nadat er een trein langs kwam wilden Kennabis en Dilerium weer weg. Jacobus en ik besloten op verder onderzoek uit te gaan. We mochten dit, nadat we beloofd hadden niet voor een trein te springen.
We liepen langs heiige weggetjes en we begonnen aan het fijnste deel van deze hele trip, de filosofische trip. We liepen om het central beheer heen en het gebouw trok ons heel erg aan, we wilden, we moesten daar op onderzoek uit… nee toch niet…..Je moet niet altijd krijgen wat je wilt, want dan waardeer je niet meer wat je wel krijgt…..we liepen door. Er was zoveel te onderzoeken. We zochten naar theorieën filosofieën en misschien zelfs quotes. Ze hingen in de lucht, maar we moesten op het juiste moment ze passeren, anders ervoeren we ze niet. We mochten niets forceren… nee, het was gewoon te fragiel.
We slopen een steeg in, daar kwamen we een hoek tegen, onder een brandtrap. Dat is een van de weinige plekjes, waar je jezelf kan zijn, zonder dat je geest jezelf beïnvloed, daar kan je puur zijn, los van je zonden, Ja!
We zagen iets verder dan die trap een kleine opening die leidde naar een garage, daar kropen we in. Daar aangekomen, zaten we in de kelders van de wereld. In het huis van God, of iets,,, geen God voor mij, ik geloof niet, alleen als ik trip… Het is een overtuiging, als je het voelt is het zo. De kelder van de wereld was briljant, mooi fijn, het was een soort geborgenheid.
De kelders van de wereld is het huis van God!
Het felle licht is zo fel, als ik er niet ben is het felle licht er wel! Riep ik, nadat ik in een felle lamp had gekeken.
We volgden een trap richting het dak van de wereld. Het was daar doods en kil, de kelders waren zo fijn geweest. De top was bar en bedekt met mos en dode bladeren.. Nee de top was niet fijn.. We daalden weer van de top en gingen terug langs het spoor naar de parkeerplaatsen. De wereld mengde zich. We kwamen glas tegen, kapot tegen de tegels, het was mooi. Glas, mooi en verraderlijk, net als vrouwen!
Wat kwam daar aan? Een trein! De boemel van Apeldoorn naar elders. Hij rangeerde vlak voor onze neus. Wat Jacobus en ik daar zagen was niet onbeschrijfelijk, maar wel mythisch! Er kwam een heel fel neonwit licht vanuit deze spooktrein. De spoken hadden hun vingerafdrukken achtergelaten op de ruiten. De machinist kwam uit de trein en we moedigde de man aan. Het is immers een held! De sleutelbewaarder van de wereld. Hij ging weg, of nee toch niet! Hij stapte aan de andere kant weer in! Wat een held, dat hij dat zo maar weer deed. Nee dit hoefde hij niet te doen, maar hij droeg het juk, omdat niemand anders het zou doen. Hij vervoerde die miljoenen zielen en resten van ego’s. Deze trein zat zo vol, dat hij bijna door zijn wielen zou gaan en zou bezwijken. Jacobus en ik zaten echt in een dialoog over deze trein, geesten en machinist. Het was gewoon goddelijk. Dat zo’n normaal ding als een trein zoveel waarde kon krijgen, omdat deze trein voorbestemd was. We liepen verder, we moesten maar weer eens op huis aan. Door die machinist aan te moedigen hebben Jacobus en ik om zeven over half twaalf de wereld gered. Ja het is heus. Er vertrok een sneltrein van het station, Jacobus en ik besloten met hem mee te rennen, totdat de trein ons zou verlaten. We hadden nog nooit zo hard gerend. Uiteindelijk verliet de trein ons. Mee rennen met een trein; de mooiste paradox: Na zo’n inspanning ben je niet moe!
We zagen in de verte de boemel vertrekken om nieuwe zielen in te laden en we namen afscheid van hem. We liepen naar huis, om daar weer ons samen te voegen met Dilerium en Kennabis. Ik heb daar het tripboek voorgelezen en wat tekeningetjes gemaakt. Daarna hebben we het huis opgeruimd en zijn we gaan slapen. Ik lag met Jacobus op één kamer. De eerste keer dat ik op de klok keek was het 1:11, de volgende keer 1:21. Dit ging door tot 2:01 Dat was heel bizar, maar ik kon van niets meer opkijken, want ik had immers de kelders van de wereld en de top in een avond gezien. Ik had de wereld gered.
Het was een leerzame en fijne avond. Al had ik graag veel meer visuals en een ergere mindfuck gehad. Ik vond mezelf veel te helder en ik reageerde bij vlagen veel te normaal, natuurlijk heb ik getript, maar van een hele portie gedroogde, had ik toch veel meer verwacht, de rest ook. Dilerium en Kennabis die beide nog geen hele portie hadden genomen, waren nog veel erger teleurgesteld. Ik hoop dat de volgende tripervaring een stuk intenser wordt, net als mijn vorige trips.
