Het volgende verhaal is mijn paddorip aan de hand van aantekeningen en gevoelen in een tripboek. Het is raar geschreven, want het was ooit eens een log op mijn weblog: http://wartaal.punt.nl ... Hopelijk vinden jullie het wat...
“Door gekkenwerk veranderd”
Ik zit nu nog met zoveel gedachten, gebeurtenissen en ervaringen van de afgelopen zomer tot aan nu gevangen in mijn brein. Ze moeten eruit! Ze komen eruit. Nu nog met een keiharde explosie. Dadelijk vervagen ze misschien tot een zucht. Vandaar! Daarom schrijf ik nu of mijn leven er van afhangt. Ik moet het kwijt! Was het traumatisch? Nee! Levensveranderend? Ja!
Het is gekkenwerk wat ik produceer dat besef ik. Maar de meeste kunstenaars waren gek, daarmee kan je jezelf troosten. Kan je met planten kleuren? Het is mij gelukt, niet moeilijk zou je zeggen. Wel in de staat van narcose. Wel als je alles opnieuw beleeft. Als je als het ware het wiel weer moet uitvinden. Als de inkt is weggewaaid. Ik herinner me de 15e van september van dit jaar nog héél goed. Gebeurde er wat bijzonders die dag? Nee, niet voor de mensheid, wel voor mij en een enkele vriend. Ik zag toen een gezicht van een vrouw in de verte. Het was misschien wel een van de mooiste dingen die ik zag. Blauw = mooi, alles is mooi!
Een mooie zonnige vrijdag in september in het jaar 2006 in Arnhem, wat wil je nog meer? Ik wil het nog een keer! Ik mag niet te gretig worden, te vaak, te veel beleven, dat mag niemand! Dat zou niemand moeten willen.
Hoe je een stad met andere ogen kan bekijken… Hoe vreemd Nederland kan zijn. Zitzakken die aan je broek blijven plakken. Mensen die alwetend zijn. Een vrouw achter de toonbank die verhalen vertelt die je niet kan verstaan ook al spreekt ze je eigen taal, Nederlands. Nee ze sprak niet in woorden tegen mij, maar in klanken en gevoelen. Het was goed. Posters die tolden als draaimolens, overal input…
Te veel input… Weg uit de stad Arnhem, die ons dreigde op te eten, op te slokken. De massa die ons dreigde over te nemen. We gingen weg naar net buiten de stad, naar de rivier de Rijn. Daar zaten we aan de quai. We liepen langs Junkyville Rock. Ik heb het genoteerd in chocolade. We beklommen de berg. Zij zaten boven. Het was alsnog te veel. Te veel mensen. Een vriend, die ik vanaf nu “2” noem, ging mee. We renden van Junkyville Rock af naar beneden. Naar de afmeerplekken. We gingen zitten bij een boom in het gras, ik niet, ik ging op een muurtje zitten. Hoe surrealistisch zou dat eruit gezien hebben. 2 voelden zich 1 met het gras, hij was het gevoel. Ik voelde me veilig op de muur en was het verstand. Zo waren wij een. Onze god was Sanne. Sanne = Moederaarde. De creativiteit werd op die nazomerse namiddag geboren. Alles om ons heen was instrument voor meer. De bladeren niet, bladeren zijn hard. Alles ging naar onze gezamenlijke inputkamer. 2 en ik dachten het zelfde, zeiden het zelfde en vulde elkaar letterlijk aan. Een vreemde gewaarwording waar hard om geschreeuwd en gelachen werd. Nummer 3 was ver uit beeld bovenop Junkyville Rock. We wilden hem erbij hebben, maar wilden niet weg. Ook wilden we de anderen op dat moment niet zien die er ook waren. We kwamen tot de volgende twee conclusies, 2 en ik:
1. Er = niets -> dus er = alles.
2. Pijn = leven.
Conclusie 2 leidde tot problemen. Alles was fijn, niets deed pijn. We konden sterven. Natuurlijk deden we dat niet, maar we hadden ons tijdelijk bevrijd van het juk van de pijn. Het was deels vilein. Wij alleen hadden dit, niet te delen. Alles moest in de tekening om op die manier dat geluk over te dragen, maar hoe teken je in de staat van narcose? Het is gekkenwerk! Je moet het zelf beleven. We konden alleen maar zitten in het koren. Alle indrukken die we daar op deden, waren de eerste. De eerste indruk is altijd een beetje POEPIG. De staat van helderheid was op dat moment het verst verwijderd. We kwamen los van de realistische wereld die fictief werd. Alleen de Blauwe Pegels Zoals Groen en Gras vertellen je waar we waren. Word het je allemaal te veel? …Te veel input? DAT ervoeren wij ook. Mensen waren geen mensen meer. Mensen die doen als of het mensen zijn, die waren er alleen nog maar.
Alles is tussen je oren (nee het zit er niet, het is er!). Agati kwam er uit, met bloemen.
Het is te veel, ik weet het. Hoe kan je van een mens verwachten, dit verhaal goed op te slaan en op waarde te beoordelen? Is het überhaupt wel mogelijk? Zelfs als je het hebt meegemaakt? Als je zoiets hebt meegemaakt? Is het uniek? Is zoiets zeldzaam uniek?
Toen gingen 2 en ik maar naar boven, bovenop Junkyville Rock. We gingen naar de Tas op het gras. Daar was 3 en nog twee van zijn vrienden. Ja dat was goed! GOED! De zon begon langzaam onder te gaan. De luchten in Arnhem kleurden rood! Rood was op die avond op zijn aller intenst. Er kwamen dingen eruit die er altijd ingezeten hebben. Soms onverstaanbaar, maar héél puur. Blijf, die Geschiedenis! Wanneer men zoiets ervaart, mag men het niet meer vergeten, het hoort nu bij de persoon. Het hoort bij mij. Ik geef in dit verhaal eigenlijk mijzelf, een stuk van mijn ziel bloot. Ook al is het nog zo’n vaag en slecht verhaal. Ook al zit er geen logica in. Is de mens logisch? Ben jij logisch?
De avond deed zijn intrede, de realiteit en werkelijkheid ook. De dag wasn og lang niet om o nee. Maar het kon nooit meer zo intens zo zijn als die namiddag op die vrijdag de 15e september, anno 2006. Althans voorlopig niet!
Arnhem is verslagen!
- Beleef! -
“Door gekkenwerk veranderd”
Ik zit nu nog met zoveel gedachten, gebeurtenissen en ervaringen van de afgelopen zomer tot aan nu gevangen in mijn brein. Ze moeten eruit! Ze komen eruit. Nu nog met een keiharde explosie. Dadelijk vervagen ze misschien tot een zucht. Vandaar! Daarom schrijf ik nu of mijn leven er van afhangt. Ik moet het kwijt! Was het traumatisch? Nee! Levensveranderend? Ja!
Het is gekkenwerk wat ik produceer dat besef ik. Maar de meeste kunstenaars waren gek, daarmee kan je jezelf troosten. Kan je met planten kleuren? Het is mij gelukt, niet moeilijk zou je zeggen. Wel in de staat van narcose. Wel als je alles opnieuw beleeft. Als je als het ware het wiel weer moet uitvinden. Als de inkt is weggewaaid. Ik herinner me de 15e van september van dit jaar nog héél goed. Gebeurde er wat bijzonders die dag? Nee, niet voor de mensheid, wel voor mij en een enkele vriend. Ik zag toen een gezicht van een vrouw in de verte. Het was misschien wel een van de mooiste dingen die ik zag. Blauw = mooi, alles is mooi!
Een mooie zonnige vrijdag in september in het jaar 2006 in Arnhem, wat wil je nog meer? Ik wil het nog een keer! Ik mag niet te gretig worden, te vaak, te veel beleven, dat mag niemand! Dat zou niemand moeten willen.
Hoe je een stad met andere ogen kan bekijken… Hoe vreemd Nederland kan zijn. Zitzakken die aan je broek blijven plakken. Mensen die alwetend zijn. Een vrouw achter de toonbank die verhalen vertelt die je niet kan verstaan ook al spreekt ze je eigen taal, Nederlands. Nee ze sprak niet in woorden tegen mij, maar in klanken en gevoelen. Het was goed. Posters die tolden als draaimolens, overal input…
Te veel input… Weg uit de stad Arnhem, die ons dreigde op te eten, op te slokken. De massa die ons dreigde over te nemen. We gingen weg naar net buiten de stad, naar de rivier de Rijn. Daar zaten we aan de quai. We liepen langs Junkyville Rock. Ik heb het genoteerd in chocolade. We beklommen de berg. Zij zaten boven. Het was alsnog te veel. Te veel mensen. Een vriend, die ik vanaf nu “2” noem, ging mee. We renden van Junkyville Rock af naar beneden. Naar de afmeerplekken. We gingen zitten bij een boom in het gras, ik niet, ik ging op een muurtje zitten. Hoe surrealistisch zou dat eruit gezien hebben. 2 voelden zich 1 met het gras, hij was het gevoel. Ik voelde me veilig op de muur en was het verstand. Zo waren wij een. Onze god was Sanne. Sanne = Moederaarde. De creativiteit werd op die nazomerse namiddag geboren. Alles om ons heen was instrument voor meer. De bladeren niet, bladeren zijn hard. Alles ging naar onze gezamenlijke inputkamer. 2 en ik dachten het zelfde, zeiden het zelfde en vulde elkaar letterlijk aan. Een vreemde gewaarwording waar hard om geschreeuwd en gelachen werd. Nummer 3 was ver uit beeld bovenop Junkyville Rock. We wilden hem erbij hebben, maar wilden niet weg. Ook wilden we de anderen op dat moment niet zien die er ook waren. We kwamen tot de volgende twee conclusies, 2 en ik:
1. Er = niets -> dus er = alles.
2. Pijn = leven.
Conclusie 2 leidde tot problemen. Alles was fijn, niets deed pijn. We konden sterven. Natuurlijk deden we dat niet, maar we hadden ons tijdelijk bevrijd van het juk van de pijn. Het was deels vilein. Wij alleen hadden dit, niet te delen. Alles moest in de tekening om op die manier dat geluk over te dragen, maar hoe teken je in de staat van narcose? Het is gekkenwerk! Je moet het zelf beleven. We konden alleen maar zitten in het koren. Alle indrukken die we daar op deden, waren de eerste. De eerste indruk is altijd een beetje POEPIG. De staat van helderheid was op dat moment het verst verwijderd. We kwamen los van de realistische wereld die fictief werd. Alleen de Blauwe Pegels Zoals Groen en Gras vertellen je waar we waren. Word het je allemaal te veel? …Te veel input? DAT ervoeren wij ook. Mensen waren geen mensen meer. Mensen die doen als of het mensen zijn, die waren er alleen nog maar.
Alles is tussen je oren (nee het zit er niet, het is er!). Agati kwam er uit, met bloemen.
Het is te veel, ik weet het. Hoe kan je van een mens verwachten, dit verhaal goed op te slaan en op waarde te beoordelen? Is het überhaupt wel mogelijk? Zelfs als je het hebt meegemaakt? Als je zoiets hebt meegemaakt? Is het uniek? Is zoiets zeldzaam uniek?
Toen gingen 2 en ik maar naar boven, bovenop Junkyville Rock. We gingen naar de Tas op het gras. Daar was 3 en nog twee van zijn vrienden. Ja dat was goed! GOED! De zon begon langzaam onder te gaan. De luchten in Arnhem kleurden rood! Rood was op die avond op zijn aller intenst. Er kwamen dingen eruit die er altijd ingezeten hebben. Soms onverstaanbaar, maar héél puur. Blijf, die Geschiedenis! Wanneer men zoiets ervaart, mag men het niet meer vergeten, het hoort nu bij de persoon. Het hoort bij mij. Ik geef in dit verhaal eigenlijk mijzelf, een stuk van mijn ziel bloot. Ook al is het nog zo’n vaag en slecht verhaal. Ook al zit er geen logica in. Is de mens logisch? Ben jij logisch?
De avond deed zijn intrede, de realiteit en werkelijkheid ook. De dag wasn og lang niet om o nee. Maar het kon nooit meer zo intens zo zijn als die namiddag op die vrijdag de 15e september, anno 2006. Althans voorlopig niet!
Arnhem is verslagen!
- Beleef! -


