Makker Steevast
Experimenterende gebruiker
Tripreport van vrijdag 20-05-2022
Deze reis heb ik gemaakt met Hans, een guide met wie ik al eerder MDMA heb gedaan eind januari dit jaar, ter voorbereiding van andere middelen. Dat is erg goed bevallen. Ik mediteer sindsdien dagelijks, en heb veel meer rust in mijn leven gevonden. Daarna heb ik enorm veel gelezen over psychedelica, de werking er van, de effecten. Ik ben er helemaal ingedoken, weet er nu aardig wat van af, maar heb het nog nooit gedaan. Maar vrijdag was het zo ver! De dag ervoor ben ik al richting Hans vertrokken om een dag tot rust te komen, en de volgende dag de reis te maken. De dag zelf alleen licht ontbeten en een paar wandelingen in de omgeving gemaakt.
Ik kwam om 16:30 bij Hans aan. We dronken thee, en ik voelde enorme spanning, net als vorige keer. Geen idee wat er zou gaan gebeuren, hoe het zou voelen. Hans waarschuwde me nog dat de visuals nog wel eens overweldigend konden zijn.
We namen in om 17u - ik 20 gr Atlantis, Hans 10 gram.
Daarna rustig gewacht op m’n meditatiekussen. Mijn zenuwen verdwenen, en kwamen dan weer op, zo heen en weer. Ik bleef de hele tijd alert - opletten en wachten tot er iets ging gebeuren. En na ongeveer een half uur werd m’n lijf heel zwaar en ontspannen. En toen zag ik het gebeuren, en vond het meteen al enorm grappig en bijzonder; het tapijt begon te ademen, en als levend mos te bewegen.
Alles begon enorm leuk te worden om te ontdekken; de bomen buiten, het plafond, m’n handen, m’n gezicht in de spiegel. Ik wilde steeds weten wat er nog meer ging bewegen. En daarbij begon ik me zorgen te maken tot hoe ver dit zou gaan - zou er een punt komen dat het niet tof meer was, maar gewoon eng? Dat de angst de overhand zou nemen (want ik had gelezen dat angst een deel uitmaakt van een trip, maar dat je je eraan moet overgeven). Alles was interessant, waarop Hans suggereerde dat ik ging liggen.
Op het matras bleek ik het heel koud te hebben, en pakte ik wat dekens. Wat ik me herinner is dat het voelde als een hele toffe koortsdroom; zere, gespannen spieren die ik af en toe los moest schudden, pijn in m’n buik, maar ondertussen begonnen waanzinnige visuals langs te komen. Buiten bewogen de bomen op een prachtige manier, vogels trokken strepen in de lucht. Als ik m’n ogen dicht deed zag ik enorme gebouwen bedekt met kralen in Indiase patronen (ik dacht nog; dat hebben die Indiërs helemaal spot on), lachende gezichten, muren van vlees en genitaliën, pilaren van harige spinnenpoten. Allemaal erg indrukwekkend, en het zou misschien eng moeten zijn geweest, maar ik vond het nooit echt beangstigend. In plaats daarvan maakte ik me nogal druk of ik ‘het wel goed deed’, in de ogen van Hans. Op de een of andere manier was dat nogal belangrijk voor me; ging ik niet te vaak pissen, ontspande ik wel genoeg, maakte ik geen gekke geluiden, mocht ik nu wel of niet om muziek vragen?
Toen zette Hans muziek aan; Lemurian Home Coming van Anders Holte. Een mannenstem die zo prachtig klonk dat het meteen aankwam. Ik zag een donkere man voor me die me toezong, heel vertrouwd en vriendelijk. En hij zong me de waarheid van het universum toe. Hij was de Aardvader, of God. Of iets. Hij vertelde met zijn lied dat de Kracht er altijd is geweest, en er altijd is, en ik als kind al door deze kracht, de armen van de Aardvader gedragen werd, en nu nog steeds. Dat ik nooit alleen ben geweest, ook niet als kleine jongen, ookal voelde dat soms wel zo. Ik moest ontzettend hard huilen om de pijn en eenzaamheid die ik als kind heb gevoeld, terwijl ik dus al die tijd niet alleen was. En dat het nu aan mij is om als vader mijn kinderen te dragen, die nog niet weten dat ze gedragen worden door die oerkracht. Dus dan moet ik het doen. Ik huilde omdat ik spijt had dat ik er soms niet voor m’n dochter was geweest op momenten dat ze ‘gedragen’ wilde worden. Ik huilde om de schoonheid van die kracht, de schoonheid van muziek in het algemeen. Het enige wat ik steeds kon zeggen tussen het huilen door was ‘I know, ik weet het’. Ik herkende deze kracht namelijk, ik herkende dit gevoel. Het is niet ver weg. Ik voel het als ik mediteer.
Toen kwam de stem als een enorm deken over me heen, maar steeds niet helemaal. Tot het moment dat ik me weer afvroeg hoe het stond met mijn angst. En toen antwoordde ik heel bewust dat hij ook die mocht hebben, dat ik ook die opgaf, en op dat moment wikkelde hij zich als het ware om me heen, en werd ik omhelsd. Door de Aardvader. Door God.
Ik weet niet hoe lang er na, maar ik moest weer naar het toilet. Toen ik terugkwam ging ik weer liggen, maar werd niet lang daarna ‘wakker’. Ik keek om me heen - de visuals waren weg, en een gevoel van daverende ‘normaalheid’ kwam over me heen. Alles was weer normaal, en ontzettend saai. Ik miste meteen de magische wereld waar ik vandaan kwam, en wilde meteen terug. Ik heb ongeveer een kwartier naar de klok zitten kijken om proberen uit te rekenen hoe lang ik al bezig was; het was toen rond 9u, dus zo’n vier uur bezig. Ik dacht dat het veel langer zou duren.
Ik richtte me op, en vroeg aan Hans of er misschien nog wat muziek op mocht. Hij zei dat ik dat zelf nu wel kon doen, want we waren over de piek heen. Dat verbaasde me, maar was meteen ook heel logisch. Ik zette toen zelf wat muziek op die ik wilde horen op truffels; klassieke mannenkoren en wat snoeiharde funk. Daarna gingen we wandelen, en kon ik de wereld op die manier bekijken. Alles voelde werkelijk als één, en ik maakte deel uit van die wereld. Een enorme boom maakte indruk op me, en dat beeld is blijven hangen; ik ben een boom, sterk en geworteld, deel uitmakend van de hele wereld, en sterk genoeg om te dragen.
Ook de vraag of ik het allemaal wel goed doe is een belangrijke les voor me geweest; daar maak ik me dus vrij vaak toch zorgen over. Zodra ik open ga, m’n hart open gaat, ik me open stel - dan word ik onzeker. Iets om aan te werken, want dat is niet nodig.
Een waanzinnige ervaring, die ik moeilijk kan delen met mensen die nog nooit psychedelica hebben genomen, maar met sommigen wel. Ik weet nu dat ik truffels aankan, en wil het gaan gebruiken als reminder aan de kracht van het alles, de kracht in mij, in anderen en in de natuur. De volgende keer dus voor het eerst alleen, en het bos in. Kijken wat daar te zien en te beleven valt. En tegelijkertijd kijken of ik de onzekerheid de baas kan wanneer ik helemaal open sta.
Een leerzame reis, en zeker voor herhaling vatbaar. Dank voor het lezen.
Deze reis heb ik gemaakt met Hans, een guide met wie ik al eerder MDMA heb gedaan eind januari dit jaar, ter voorbereiding van andere middelen. Dat is erg goed bevallen. Ik mediteer sindsdien dagelijks, en heb veel meer rust in mijn leven gevonden. Daarna heb ik enorm veel gelezen over psychedelica, de werking er van, de effecten. Ik ben er helemaal ingedoken, weet er nu aardig wat van af, maar heb het nog nooit gedaan. Maar vrijdag was het zo ver! De dag ervoor ben ik al richting Hans vertrokken om een dag tot rust te komen, en de volgende dag de reis te maken. De dag zelf alleen licht ontbeten en een paar wandelingen in de omgeving gemaakt.
Ik kwam om 16:30 bij Hans aan. We dronken thee, en ik voelde enorme spanning, net als vorige keer. Geen idee wat er zou gaan gebeuren, hoe het zou voelen. Hans waarschuwde me nog dat de visuals nog wel eens overweldigend konden zijn.
We namen in om 17u - ik 20 gr Atlantis, Hans 10 gram.
Daarna rustig gewacht op m’n meditatiekussen. Mijn zenuwen verdwenen, en kwamen dan weer op, zo heen en weer. Ik bleef de hele tijd alert - opletten en wachten tot er iets ging gebeuren. En na ongeveer een half uur werd m’n lijf heel zwaar en ontspannen. En toen zag ik het gebeuren, en vond het meteen al enorm grappig en bijzonder; het tapijt begon te ademen, en als levend mos te bewegen.
Alles begon enorm leuk te worden om te ontdekken; de bomen buiten, het plafond, m’n handen, m’n gezicht in de spiegel. Ik wilde steeds weten wat er nog meer ging bewegen. En daarbij begon ik me zorgen te maken tot hoe ver dit zou gaan - zou er een punt komen dat het niet tof meer was, maar gewoon eng? Dat de angst de overhand zou nemen (want ik had gelezen dat angst een deel uitmaakt van een trip, maar dat je je eraan moet overgeven). Alles was interessant, waarop Hans suggereerde dat ik ging liggen.
Op het matras bleek ik het heel koud te hebben, en pakte ik wat dekens. Wat ik me herinner is dat het voelde als een hele toffe koortsdroom; zere, gespannen spieren die ik af en toe los moest schudden, pijn in m’n buik, maar ondertussen begonnen waanzinnige visuals langs te komen. Buiten bewogen de bomen op een prachtige manier, vogels trokken strepen in de lucht. Als ik m’n ogen dicht deed zag ik enorme gebouwen bedekt met kralen in Indiase patronen (ik dacht nog; dat hebben die Indiërs helemaal spot on), lachende gezichten, muren van vlees en genitaliën, pilaren van harige spinnenpoten. Allemaal erg indrukwekkend, en het zou misschien eng moeten zijn geweest, maar ik vond het nooit echt beangstigend. In plaats daarvan maakte ik me nogal druk of ik ‘het wel goed deed’, in de ogen van Hans. Op de een of andere manier was dat nogal belangrijk voor me; ging ik niet te vaak pissen, ontspande ik wel genoeg, maakte ik geen gekke geluiden, mocht ik nu wel of niet om muziek vragen?
Toen zette Hans muziek aan; Lemurian Home Coming van Anders Holte. Een mannenstem die zo prachtig klonk dat het meteen aankwam. Ik zag een donkere man voor me die me toezong, heel vertrouwd en vriendelijk. En hij zong me de waarheid van het universum toe. Hij was de Aardvader, of God. Of iets. Hij vertelde met zijn lied dat de Kracht er altijd is geweest, en er altijd is, en ik als kind al door deze kracht, de armen van de Aardvader gedragen werd, en nu nog steeds. Dat ik nooit alleen ben geweest, ook niet als kleine jongen, ookal voelde dat soms wel zo. Ik moest ontzettend hard huilen om de pijn en eenzaamheid die ik als kind heb gevoeld, terwijl ik dus al die tijd niet alleen was. En dat het nu aan mij is om als vader mijn kinderen te dragen, die nog niet weten dat ze gedragen worden door die oerkracht. Dus dan moet ik het doen. Ik huilde omdat ik spijt had dat ik er soms niet voor m’n dochter was geweest op momenten dat ze ‘gedragen’ wilde worden. Ik huilde om de schoonheid van die kracht, de schoonheid van muziek in het algemeen. Het enige wat ik steeds kon zeggen tussen het huilen door was ‘I know, ik weet het’. Ik herkende deze kracht namelijk, ik herkende dit gevoel. Het is niet ver weg. Ik voel het als ik mediteer.
Toen kwam de stem als een enorm deken over me heen, maar steeds niet helemaal. Tot het moment dat ik me weer afvroeg hoe het stond met mijn angst. En toen antwoordde ik heel bewust dat hij ook die mocht hebben, dat ik ook die opgaf, en op dat moment wikkelde hij zich als het ware om me heen, en werd ik omhelsd. Door de Aardvader. Door God.
Ik weet niet hoe lang er na, maar ik moest weer naar het toilet. Toen ik terugkwam ging ik weer liggen, maar werd niet lang daarna ‘wakker’. Ik keek om me heen - de visuals waren weg, en een gevoel van daverende ‘normaalheid’ kwam over me heen. Alles was weer normaal, en ontzettend saai. Ik miste meteen de magische wereld waar ik vandaan kwam, en wilde meteen terug. Ik heb ongeveer een kwartier naar de klok zitten kijken om proberen uit te rekenen hoe lang ik al bezig was; het was toen rond 9u, dus zo’n vier uur bezig. Ik dacht dat het veel langer zou duren.
Ik richtte me op, en vroeg aan Hans of er misschien nog wat muziek op mocht. Hij zei dat ik dat zelf nu wel kon doen, want we waren over de piek heen. Dat verbaasde me, maar was meteen ook heel logisch. Ik zette toen zelf wat muziek op die ik wilde horen op truffels; klassieke mannenkoren en wat snoeiharde funk. Daarna gingen we wandelen, en kon ik de wereld op die manier bekijken. Alles voelde werkelijk als één, en ik maakte deel uit van die wereld. Een enorme boom maakte indruk op me, en dat beeld is blijven hangen; ik ben een boom, sterk en geworteld, deel uitmakend van de hele wereld, en sterk genoeg om te dragen.
Ook de vraag of ik het allemaal wel goed doe is een belangrijke les voor me geweest; daar maak ik me dus vrij vaak toch zorgen over. Zodra ik open ga, m’n hart open gaat, ik me open stel - dan word ik onzeker. Iets om aan te werken, want dat is niet nodig.
Een waanzinnige ervaring, die ik moeilijk kan delen met mensen die nog nooit psychedelica hebben genomen, maar met sommigen wel. Ik weet nu dat ik truffels aankan, en wil het gaan gebruiken als reminder aan de kracht van het alles, de kracht in mij, in anderen en in de natuur. De volgende keer dus voor het eerst alleen, en het bos in. Kijken wat daar te zien en te beleven valt. En tegelijkertijd kijken of ik de onzekerheid de baas kan wanneer ik helemaal open sta.
Een leerzame reis, en zeker voor herhaling vatbaar. Dank voor het lezen.
Laatst bewerkt: