Drugs: Paddenstoelen
Aantal personen: 2
Locatie: Groningen stadspark
Afgelopen vrijdagavond was het weer tijd voor paddo’s, Colombiaanse deze keer. Rond 22:30 was ik eindelijk aangekomen in het koude noorden, de woonplaats van mister Jcutter himself. Bij het station kwamen we een bekende van het forum tegen waar we nog een praatje mee hebben gemaakt voordat we richting het park gingen.
Ik had al vernomen dat het een homo ontmoetingspark was, maar ik stelde me daar niet zo veel bij voor, maar dat komt nog wel. Na op een bankje de paddenstoelen te hebben opgegeten liepen we het park in. Ik had een lange treinreis achter de rug en lange tijd niets gegeten dus het vuurwerk kwam vrij snel op. Ik had gelijk al kunnen weten dat me heel wat te wachten stond omdat het anders begon dan anders. Normaal gesproken word ik aan het begin altijd een beetje down en heb ik weinig zin om te praten, deze keer niet, maar ik dacht er verder niets bij. Na enige tijd door het park te hebben gelopen kwamen we een soort terras tegen waar alle stoelen en tafels gewoon nog buiten stonden. Het leek ook absoluut niet op een café of iets dergelijks, meer op een kerk met een terras eraan. Maar het was donker en verlaten, dus besloten we daar even te blijven.
Toen we daar gingen zitten begon de chaos al flink door te zetten, ik kreeg zo’n overload aan visuals dat ik niet meer goed kon zien wat er om me heen gebeurde. Het was zo’n heel sterk kaleidoscoop idee, dus dat er verschillende lagen met visuals over de ‘echte’ wereld heen schuiven. Ik kreeg het er een beetje benauwd van, dit voelde heel anders dan ik gewend was, ik wil bijna zeggen een beetje te hard. Het was moeilijk om de plek waar ik zat goed te zien, af en toe zakten er objecten ineens uit mn beeld, stoelen, muurtjes en straattegels, zomaar door de grond! Opeens kwam er een soort witte lichtgevende laag over alles heen, ik voelde me heel raar en ik zei ook dat ik het gevoel had dat ik dood ging en dat witte licht sprak me niet tegen. Hier begon de ‘andere wereld’ (kom ik zo op terug) al een beetje door te schemeren en zag ik in mn ooghoek steeds iemand verschijnen, eerst staand, later iets dichterbij, zittend op een muurtje.
Flink overdonderd en enigszins wat ongerust stelde ik voor om naar Jcutter zn huis te gaan, het idee dat ik zometeen misschien nog minder zou kunnen gaan zien door dat witte licht was een beetje angstaanjagend. Helaas.. dat werd een afstand die in deze staat niet te lopen was, niet voor mij althans. Het eerste bankje dat we tegenkwamen gingen we meteen op zitten en ik voelde me als het ware er aan vastgroeien. Al snel besloop me een onbekend maar heel angstig gevoel. Ik kruistte mijn benen en dook een beetje in elkaar, dit voelde als een relatief veilige positie. Ik zat zijwaarts zodat ik tegen de rugleuning aan kon kruipen zodra het te veel werd, dit leek een beetje te werken.
Toen de eerste mensen langs kwamen lopen voelde ik al dat er iets niet goed zat, toen de eerste auto’s vaart begonnen te minderen wist ik dat er iets mis was. Een voorbijganger stelde op een toon waarin ik de intentie niet kon plaatsen de vraag: “Het is al laat hè jongens?” Ik voelde me helemaal niet op mn gemak met die hele situatie, maar ik zat vast in een wervelwind van chaos die me aan dat bankje vastzoog. Hoe graag ik daar ook weg wilde mn lichaam liet het niet toe, ik moest daar blijven tot de storm ging liggen, ik had geen keus. Ik vroeg aan J of hij mijn vest uit mn tas wilde pakken want zelfs dat lukte al niet meer, het was een groot vest waar ik me goed in kon verstoppen.
Normale gesprekken voeren ging ook niet meer, dus het enige dat ik de “verontruste” voorbijgangers kon melden was; “Ga weg”. Het is maar goed dat ik me er niet meer van bewust was wat voor plek het was waar we zaten. Ik dacht namelijk dat ik zo veel angst uit straalde dat die mensen dat konden zien en steeds als ze naar me toe kwamen dacht ik ook dat ze wilden helpen. Als ik me had gerealiseerd dat het allemaal gefrustreerde huismannen waren die me allemaal keihard wilden neuken was het waarschijnlijk slechter afgelopen.
Het was niet allemaal ellende, hoewel ik er uitzag alsof ik het keihard niet naar mn zin had vond ik die chaos ergens wel fijn. Op momenten dat ik het extra zwaar had gebeurde er meestal wel iets grappigs dat net dat beetje gewicht van mn schouders gooide om rechtop te kunnen zitten. Ik had bijvoorbeeld nog nooit iemand zien masturberen op een fiets, zelfs niet op televisie. Hij genoot er echt intens van, wat hij zo luid mogelijk liet merken met een “AAAH! OOOOH! AAAAAHHHAHH!! JAAAAHAAAAAA!”
Zolang ze op de weg bleven en niet dichterbij kwamen kon ik het wel hebben, maar er waren ook mannen die te voet naar neukvlees zochten. Daar kon ik minder om lachen, er kwamen er in totaal maar twee veel te dichtbij, maar dat waren er twee te veel, en het enige dat ik steeds kon uitbrengen was wederom “Ga weg! Ga weg!”, dat werkte, maar had wel tijd nodig. Toen de eerste auto vaart minderde schudde ik mijn hoofd en hij leek het te begrijpen want hij reed door. Met die wetenschap had ik dus de ‘power’ om auto’s door te laten rijden. Althans dat dacht ik, er waren er natuurlijk ook die dachten dat ‘nee’ codetaal was voor ‘ja’. Een man met een hele smerige stem probeerde in de verte vanuit zn auto een gesprek aan te knopen, ook hij kreeg een “Ga weg!” naar zn hoofd geslingerd. Even leek hij het te begrijpen en reed een stukje verder, maar het geluk was die nacht niet aan mijn kant, dus hij kwam terug en wilde weer verder praten. “Oh ik dacht dat er wat aan de hand was.” Nee! Niks aan de hand, gewoon weg gaan!
Lichtelijk geïrriteerd omdat ik niet in staat was van positie te veranderen, laat staan weglopen, werd ik er echt helemaal in gezogen. Het was alsof ik een extra paar ogen geopend had en met het ene paar kon ik deze wereld zien en met het andere een wereld waar het stormde en waar er zowel mensen, auto’s en andere alledaagse dingen als gedachten in het rond werden geblazen. In deze wereld was ik een hele tijd overweldigd door de kaleidoscoop-mode die ik in mn ogen had aangezet. De andere wereld was Oosters en er vlogen mooie, maar ook smerige beelden voorbij. Zo vond ik de Chinese Muur met bloemen prachtig, maar de naakte mannen en de dingen die ze deden om van te kotsen.
Hoe ik die andere wereld moet omschrijven weet ik niet, mijn ‘ik’ in deze wereld was er niet meer, mijn lichaam kon alleen beleven en mijn wat ik voor het gemak maar even ‘ziel’ noem raasde mee in de wervelstorm. Af en toe had ik een helder moment en had ik de kans om even te ademen, om vervolgens weer keihard meegezogen te worden naar de andere kant. Ik ben blij dat Jcutter erbij was, zo had ik nog een beetje besef van de realiteit want ik was echt ver!
Soms had ik het gevoel dat ik alles wist wat er te weten valt, omdat er zo’n lading aan informatie door mn hoofd raasde. Maar soms raakte ik alle informatie ook in één keer weer kwijt en had ik het gevoel geestelijk zwaar gestoord te zijn.
Ik wilde graag vertellen wat ik voelde, wat ik zag, maar dat lukte met geen mogelijkheid.. nog steeds niet. Op sommige momenten leken er foto albums te ontploffen en een storm tekeer te gaan die massa’s foto’s voor mijn tweede paar ogen langs knalde.
Soms vloeiden er ook stukken beeld uit die wereld over in deze en zag ik in flitsen steeds mensen en auto’s die er niet waren. Hiervan verscheen er steeds heel sneaky achter ons iemand die zn handen uitstrekten richting J zn nek. De beelden waren niet zo scherp als de mensen en dingen die er echt waren, maar white noise like.
.. dat idee dus.
Maar dus wel steeds scherp genoeg om mij af en toe doen twijfelen wat er nou echt was en wat niet.
Toen de mist in mijn hoofd begon op te klaren scheurde in mijn hoofd de hemel open om vervolgens een verblindend wit licht op mij neer te laten, dat was mijn Hallelujah-moment, mijn stilte na de storm.
Toen ik het eindelijk voor elkaar kreeg op te staan bleek dat vijf minuten verwijderd van de plek waar we zaten een atletiekveld lag met een tribune waar we dus de hele tijd beschut hadden kunnen zitten, ik vraag me af hoe het dan geweest zou zijn.
Of het de plek was die de trip zo vaag maakte of dat ik gewoon weer toe was aan een zogenaamde 'bad trip' (slechte benaming in mijn ogen).. wie zal het zeggen?
Aantal personen: 2
Locatie: Groningen stadspark
Afgelopen vrijdagavond was het weer tijd voor paddo’s, Colombiaanse deze keer. Rond 22:30 was ik eindelijk aangekomen in het koude noorden, de woonplaats van mister Jcutter himself. Bij het station kwamen we een bekende van het forum tegen waar we nog een praatje mee hebben gemaakt voordat we richting het park gingen.
Ik had al vernomen dat het een homo ontmoetingspark was, maar ik stelde me daar niet zo veel bij voor, maar dat komt nog wel. Na op een bankje de paddenstoelen te hebben opgegeten liepen we het park in. Ik had een lange treinreis achter de rug en lange tijd niets gegeten dus het vuurwerk kwam vrij snel op. Ik had gelijk al kunnen weten dat me heel wat te wachten stond omdat het anders begon dan anders. Normaal gesproken word ik aan het begin altijd een beetje down en heb ik weinig zin om te praten, deze keer niet, maar ik dacht er verder niets bij. Na enige tijd door het park te hebben gelopen kwamen we een soort terras tegen waar alle stoelen en tafels gewoon nog buiten stonden. Het leek ook absoluut niet op een café of iets dergelijks, meer op een kerk met een terras eraan. Maar het was donker en verlaten, dus besloten we daar even te blijven.
Toen we daar gingen zitten begon de chaos al flink door te zetten, ik kreeg zo’n overload aan visuals dat ik niet meer goed kon zien wat er om me heen gebeurde. Het was zo’n heel sterk kaleidoscoop idee, dus dat er verschillende lagen met visuals over de ‘echte’ wereld heen schuiven. Ik kreeg het er een beetje benauwd van, dit voelde heel anders dan ik gewend was, ik wil bijna zeggen een beetje te hard. Het was moeilijk om de plek waar ik zat goed te zien, af en toe zakten er objecten ineens uit mn beeld, stoelen, muurtjes en straattegels, zomaar door de grond! Opeens kwam er een soort witte lichtgevende laag over alles heen, ik voelde me heel raar en ik zei ook dat ik het gevoel had dat ik dood ging en dat witte licht sprak me niet tegen. Hier begon de ‘andere wereld’ (kom ik zo op terug) al een beetje door te schemeren en zag ik in mn ooghoek steeds iemand verschijnen, eerst staand, later iets dichterbij, zittend op een muurtje.
Flink overdonderd en enigszins wat ongerust stelde ik voor om naar Jcutter zn huis te gaan, het idee dat ik zometeen misschien nog minder zou kunnen gaan zien door dat witte licht was een beetje angstaanjagend. Helaas.. dat werd een afstand die in deze staat niet te lopen was, niet voor mij althans. Het eerste bankje dat we tegenkwamen gingen we meteen op zitten en ik voelde me als het ware er aan vastgroeien. Al snel besloop me een onbekend maar heel angstig gevoel. Ik kruistte mijn benen en dook een beetje in elkaar, dit voelde als een relatief veilige positie. Ik zat zijwaarts zodat ik tegen de rugleuning aan kon kruipen zodra het te veel werd, dit leek een beetje te werken.
Toen de eerste mensen langs kwamen lopen voelde ik al dat er iets niet goed zat, toen de eerste auto’s vaart begonnen te minderen wist ik dat er iets mis was. Een voorbijganger stelde op een toon waarin ik de intentie niet kon plaatsen de vraag: “Het is al laat hè jongens?” Ik voelde me helemaal niet op mn gemak met die hele situatie, maar ik zat vast in een wervelwind van chaos die me aan dat bankje vastzoog. Hoe graag ik daar ook weg wilde mn lichaam liet het niet toe, ik moest daar blijven tot de storm ging liggen, ik had geen keus. Ik vroeg aan J of hij mijn vest uit mn tas wilde pakken want zelfs dat lukte al niet meer, het was een groot vest waar ik me goed in kon verstoppen.
Normale gesprekken voeren ging ook niet meer, dus het enige dat ik de “verontruste” voorbijgangers kon melden was; “Ga weg”. Het is maar goed dat ik me er niet meer van bewust was wat voor plek het was waar we zaten. Ik dacht namelijk dat ik zo veel angst uit straalde dat die mensen dat konden zien en steeds als ze naar me toe kwamen dacht ik ook dat ze wilden helpen. Als ik me had gerealiseerd dat het allemaal gefrustreerde huismannen waren die me allemaal keihard wilden neuken was het waarschijnlijk slechter afgelopen.
Het was niet allemaal ellende, hoewel ik er uitzag alsof ik het keihard niet naar mn zin had vond ik die chaos ergens wel fijn. Op momenten dat ik het extra zwaar had gebeurde er meestal wel iets grappigs dat net dat beetje gewicht van mn schouders gooide om rechtop te kunnen zitten. Ik had bijvoorbeeld nog nooit iemand zien masturberen op een fiets, zelfs niet op televisie. Hij genoot er echt intens van, wat hij zo luid mogelijk liet merken met een “AAAH! OOOOH! AAAAAHHHAHH!! JAAAAHAAAAAA!”
Zolang ze op de weg bleven en niet dichterbij kwamen kon ik het wel hebben, maar er waren ook mannen die te voet naar neukvlees zochten. Daar kon ik minder om lachen, er kwamen er in totaal maar twee veel te dichtbij, maar dat waren er twee te veel, en het enige dat ik steeds kon uitbrengen was wederom “Ga weg! Ga weg!”, dat werkte, maar had wel tijd nodig. Toen de eerste auto vaart minderde schudde ik mijn hoofd en hij leek het te begrijpen want hij reed door. Met die wetenschap had ik dus de ‘power’ om auto’s door te laten rijden. Althans dat dacht ik, er waren er natuurlijk ook die dachten dat ‘nee’ codetaal was voor ‘ja’. Een man met een hele smerige stem probeerde in de verte vanuit zn auto een gesprek aan te knopen, ook hij kreeg een “Ga weg!” naar zn hoofd geslingerd. Even leek hij het te begrijpen en reed een stukje verder, maar het geluk was die nacht niet aan mijn kant, dus hij kwam terug en wilde weer verder praten. “Oh ik dacht dat er wat aan de hand was.” Nee! Niks aan de hand, gewoon weg gaan!
Lichtelijk geïrriteerd omdat ik niet in staat was van positie te veranderen, laat staan weglopen, werd ik er echt helemaal in gezogen. Het was alsof ik een extra paar ogen geopend had en met het ene paar kon ik deze wereld zien en met het andere een wereld waar het stormde en waar er zowel mensen, auto’s en andere alledaagse dingen als gedachten in het rond werden geblazen. In deze wereld was ik een hele tijd overweldigd door de kaleidoscoop-mode die ik in mn ogen had aangezet. De andere wereld was Oosters en er vlogen mooie, maar ook smerige beelden voorbij. Zo vond ik de Chinese Muur met bloemen prachtig, maar de naakte mannen en de dingen die ze deden om van te kotsen.
Hoe ik die andere wereld moet omschrijven weet ik niet, mijn ‘ik’ in deze wereld was er niet meer, mijn lichaam kon alleen beleven en mijn wat ik voor het gemak maar even ‘ziel’ noem raasde mee in de wervelstorm. Af en toe had ik een helder moment en had ik de kans om even te ademen, om vervolgens weer keihard meegezogen te worden naar de andere kant. Ik ben blij dat Jcutter erbij was, zo had ik nog een beetje besef van de realiteit want ik was echt ver!
Soms had ik het gevoel dat ik alles wist wat er te weten valt, omdat er zo’n lading aan informatie door mn hoofd raasde. Maar soms raakte ik alle informatie ook in één keer weer kwijt en had ik het gevoel geestelijk zwaar gestoord te zijn.
Ik wilde graag vertellen wat ik voelde, wat ik zag, maar dat lukte met geen mogelijkheid.. nog steeds niet. Op sommige momenten leken er foto albums te ontploffen en een storm tekeer te gaan die massa’s foto’s voor mijn tweede paar ogen langs knalde.
Soms vloeiden er ook stukken beeld uit die wereld over in deze en zag ik in flitsen steeds mensen en auto’s die er niet waren. Hiervan verscheen er steeds heel sneaky achter ons iemand die zn handen uitstrekten richting J zn nek. De beelden waren niet zo scherp als de mensen en dingen die er echt waren, maar white noise like.
Maar dus wel steeds scherp genoeg om mij af en toe doen twijfelen wat er nou echt was en wat niet.
Toen de mist in mijn hoofd begon op te klaren scheurde in mijn hoofd de hemel open om vervolgens een verblindend wit licht op mij neer te laten, dat was mijn Hallelujah-moment, mijn stilte na de storm.
Toen ik het eindelijk voor elkaar kreeg op te staan bleek dat vijf minuten verwijderd van de plek waar we zaten een atletiekveld lag met een tribune waar we dus de hele tijd beschut hadden kunnen zitten, ik vraag me af hoe het dan geweest zou zijn.
Of het de plek was die de trip zo vaag maakte of dat ik gewoon weer toe was aan een zogenaamde 'bad trip' (slechte benaming in mijn ogen).. wie zal het zeggen?
