MR_CHIP
Badass junkie
vanochtend dus begonnen met medicatie
en leek wel of ik over de dag steeds meer soort van direct effect merkte iets meer zweten iets meer foggy qua gedachten maar ook ergens meer rust wel af en toe nog beetje huilen maar dat hoort ook bij het clean zijn
nu las ik dat sommige aspecten al direct beginnen en andere na paar weken pas beetje anders beginnen te werken in je brein,
tekst vanuit wikipedia dat sommige aspecten van ssri's gelijk in werking treden
Werking met betrekking tot de serotonerge neurotransmissie, stapsgewijs:
De beïnvloeding van de 5-HT1A-autoreceptoren speelt ook een rol bij de modulatie van angst, agressie, het voedingspatroon, de motoriek en het seksueel functioneren.
De bijwerkingen zijn voor het overgrote deel een direct gevolg van de interactie met de verschillende neurotransmittersystemen.
en leek wel of ik over de dag steeds meer soort van direct effect merkte iets meer zweten iets meer foggy qua gedachten maar ook ergens meer rust wel af en toe nog beetje huilen maar dat hoort ook bij het clean zijn
nu las ik dat sommige aspecten al direct beginnen en andere na paar weken pas beetje anders beginnen te werken in je brein,
tekst vanuit wikipedia dat sommige aspecten van ssri's gelijk in werking treden
Werking met betrekking tot de serotonerge neurotransmissie, stapsgewijs:
- Na toediening blokkeren SSRI’s meteen de serotonineheropnamepomp. Dit veroorzaakt een verhoging van de serotonineconcentratie aan de somatodendritische kant van het neuron.
- Somatodendritische serotonine-1A-receptoren (5-HT1A-autoreceptoren) gaan een interactie aan met de serotonine waardoor het neuron presynaptisch minder serotonine afgeeft.
- Na verloop van tijd (weken) worden deze 5-HT1A-autoreceptoren ongevoelig voor de lokaal verhoogde hoeveelheid serotonine, en de hoeveelheid receptoren neemt af. Gevolg zijn meer actiepotentialen, en aan het axonuiteinde van de zenuwcel wordt meer serotonine afgegeven de synapsspleet in.
- De laatste stap is het ongevoelig worden van de postsynaptische serotoninereceptoren. Hierdoor stijgt de hoeveelheid serotonine in de synapsspleet. Dit zou bijdragen aan het antidepressieve effect van de SSRI's en het voorbijgaande karakter van een aantal bijwerkingen.
De beïnvloeding van de 5-HT1A-autoreceptoren speelt ook een rol bij de modulatie van angst, agressie, het voedingspatroon, de motoriek en het seksueel functioneren.
De bijwerkingen zijn voor het overgrote deel een direct gevolg van de interactie met de verschillende neurotransmittersystemen.



