Neo-Shulginist
Badass junkie
In deze post zou ik graag constructief met jullie willen bespreken: hoe ziet het ideale drugsbeleid eruit? Deze vraag kwam al naar boven in een andere post. Maar toen deed ik zó mijn best op een reactie, dat ik er maar een apart topic van heb gemaakt. Lees hieronder mijn aanbevelingen, en ik hoop dat we daarna een vruchtbare discussie kunnen hebben over alle voors en tegens.
Om te beginnen denk ik dat het heel belangrijk is om naar elk middel apart te kijken, wat daar de risico's en belangenafwegingen zijn. Je kunt niet alle drugs reguleren volgens dezelfde principes, want daarvoor zijn de verschillen per middel te groot. Ook even een duidelijke kanttekening: in deze aanbevelingen ga ik uit van de huidige samenleving en de huidige liberaal-democratische rechtstaat. Er zijn heel andere samenlevingsvormen denkbaar, maar dan wordt het een te abstracte discussie. De onderstaande aanbevelingen heb ik gebaseerd op praktijkvoorbeelden die goed werken in Nederland en het buitenland, en op wat rapportages van bijvoorbeeld Transform (Zie hun rapport The Blueprint for Regulation).
De vrije verkrijgbaarheid geldt daarbij niet per se voor handelaren. Maar denk een beetje aan het smartshopmodel (hoewel dat op sommige punten wat mij betreft nog wel wat meer regulering mag hebben). Ik vind ook dat alle reclames op psychoactieve stoffen verboden zouden moeten zijn, en het liefst zijn verkooppunten non-profits (want een winstprikkel om mensen verslaafd te maken vind ik niet een heel handig idee voor een samenleving). Het voordeel van non-profits is ook dat je kunt eisen dat de opbrengsten terugvloeien naar de (verslavings)zorg, en voorlichting. Zo wordt de samenleving niet opgezadeld met collectieve kosten die voortvloeien uit drugsgebruik.
Overigens vind ik dat alcohol ook onder het smartshopmodel zou moeten vallen. Dat middel is enerzijds zo makkelijk zelf te maken en zo ingebakken in de cultuur dat strenge regelgeving onwenselijk is, maar anderzijds zijn de gezondheids- en verslavingsrisico's behoorlijk. Daarom vind ik dat alcohol niet in de supermarkt verkocht zou mogen worden. Blikjes bier bij de snackbar ben ik ook tegen.
Wat betreft tabak is het belangrijk dat het verkocht wordt in aparte winkels. De tabakszaken die we nu hebben fungeren al best aardig. Behalve dan dat er daar nog onvoldoende expertise is om mensen te helpen met stoppen. Er zou dus meer regulatie in die sector moeten komen middels trainingen voor personeel, en de aanwezigheid van hulpmiddelen bij het stoppen met roken. Je zou wat mij betreft ook verplicht mogen stellen dat tabakszaken mensen informeren over de mogelijkheden die er zijn om te stoppen met roken. De maatregelen die de afgelopen jaren zijn ingevoerd vind ik ook een goed idee: bruine verpakkingen met allerlei waarschuwingen en schappen die onttrokken zijn van het zicht om marketingpraktijken tegen te gaan.
Het is wel belangrijk om je te realiseren dat elke subcultuur zijn eigen middelengebruik heeft. Aangezien elk middel een eigen aanpak nodig heeft, zal de aanpak ook per festival verschillen. Maar de basis is overal hetzelf: drugsgebruik onttrekken van de openbare orde, leeftijdsgrens hanteren, veiligheid bevorderen, medische hulpverlening verzekeren, en overlast tegengaan. Er is nog wat discussie over drugs testen op festival; ik ben daar geen voorstander van. Maar belangrijker: in mijn ideale drugsbeleid zou drugs testen eigenlijk niet of nauwelijks nodig zijn omdat er kwaliteitseisen zijn voor de productie van drugs.
Een mooi voorbeeld van zo'n festivalmodel is Psy-Fi en psychedelica. Het hele festival is ingericht om de omgeving prettig te maken voor trippende mensen: veel natuur, wat rustige plekjes, mooie kunst, een magical garden, Psy Care aanwezig met deskundige mensen die weten hoe je bad trips kunt behandelen, en zelfs een smartshop die gereguleerde truffels verkoopt. LSD zou wat mij betreft ook verkocht mogen worden op een dergelijk festival - mits er een wachtdag wordt geïntroduceerd waarbij mensen die de drug van te voren bestellen voorzien worden van voorlichtingsmateriaal over de effecten en risico's. Dit om te voorkomen dat mensen die onder invloed zijn besluiten dat ze er ook wel even psychedelica bij willen proberen. Psy-Fi duurt ook een week, dus die wachtdag is geen probleem. Mocht dat voor andere festivals wel een probleem zijn, verzorg dan een (privacyvriendelijk) online bestelsysteem.
In de cannabis social club waar ik was hadden ze echt een superchille lounge ingericht waar je lekker kon zitten, waar allerlei vaporizers en bongs aanwezig waren die je gratis kon gebruiken, er stond een rustig muziekje op, er stonden spelletjes en spelcomputers. Er was internet en je mocht er zelfs werken als je zou willen. Het is dus ook een plek waar je zin hebt om even te gaan zitten, of om met mensen te gaan chillen. Dit is belangrijk, want als de social clubs niet aantrekkelijk zijn voor de doelgroep dan komen ze niet en heb je er geen grip meer op als beleidsmaker.
Wat nog wel belangrijk is bij het social club model is: hoe wordt de productie geregeld?
Ik denk dat het belangrijk is om de productie van de middelen streng te reguleren. Dat betekent hoge productiestandaarden in aparte faciliteiten. Je zou zelfs kunnen denken aan standaarden zoals die nu gelden in de farmaceutische industrie. Hoewel je (bijvoorbeeld in het geval van cannabis) wel moet opletten dat je het product niet onaantrekkelijker maakt voor consumenten. Bij Bedrocan behandelen ze de wiet bijvoorbeeld op zo'n manier dat er bijna geen smaak meer aan zit. Dan weet je zeker dat er geen micro-organismen in zitten. Maar lekker is anders.
Een cannabis-activist heb ik een keer een heel mooie uitspraak horen doen. Die zei dat je de productiecapaciteit kan linken aan het aantal afnemers in de coffeeshop (in dit geval de social club). Stel een social club heeft 1000 leden. Dan mag die social club meebeslissen over wat er dan geproduceerd wordt voor die 1000 leden. Je kunt er dan ook aan denken dat er speciale commissies worden opgericht bestaande uit leden, bestuur, deskundigen, en producenten, die dan samen bedenken hoe de aangeboden producten geoptimaliseerd kunnen worden. Die aanbeveling zou ik overnemen.
MDMA, speed en cocaïne zouden wat mij betreft wat losser gereguleerd kunnen worden. Daarvoor zou je een soort mengvorm tussen smartshops en het apothekermodel kunnen nemen. Een voorbeeld was vorig jaar zomer in Utrecht te zien. Daar had Poppi een pop-up museum waar je namaak xtc-pillen kon krijgen in een apotheek, netjes verpakt in een doosje met bijsluiter en aangereikt door deskundig personeel. De risico's van MDMA, speed en cocaïne lopen uiteen, waardoor je per middel apart moet kijken hoe je het best aansluit bij de behoeften van de gebruiker. Zo is er discussie over of je een drugsbewijs moet introduceren, wat je alleen krijgt als je een kennistoets naar behoren hebt afgelegd. Ook kun je discussiëren of de XTC- en cocaïne-winkels toegang moeten hebben tot iemands medisch dossier (bijvoorbeeld om interacties met medicatie te checken en/of adequaat te adviseren in het geval van gediagnoticeerde aandoeningen zoals hartklachten). Wat mij betreft moet je daarbij ook weer de balans zoeken tussen de winkel aantrekkelijk houden voor gebruikers, en de gezondheid van gebruikers. Dus zo streng als nodig, maar aantrekkelijk genoeg voor de gebruiker.
Zie:
www.vice.com
www.theguardian.com
transformdrugs.org
www.emcdda.europa.eu
anderetijden.nl
Het idee is dat een groepje mensen een vereniging kan starten die als doel heeft om nieuwe psychoactieve stoffen te produceren. Daarbij hebben ze dan een clubhuis nodig, en een productiefaciliteit. De vereniging mag dan zelf de stoffen produceren, maar moet dat wel doen volgens adequate standaarden zoals die nu bijvoorbeeld al zijn vastgelegd in de Wet Voorkoming Misbruik Chemicaliën en milieuwetgeving. De vereniging moet dan bijvoorbeeld ontheffingen aanvragen voor precursors en het deponeren van chemicaliën bij een gespecialiseerde afvalverwerker.
Het voordeel van een vereniging is dat het bestuur in kleine groep democratisch verkozen wordt door leden, dat de leden tijdens de ledenvergadering het bestuur ter verantwoording kan roepen, en dat er geen winstoogmerk is. Je kunt er nog aan denken of je een maximum aantal leden wil opleggen aan NPS-verenigingen. Dat zal misschien nodig zijn om te voorkomen dat een enkele vereniging een te grote invloed krijgt op leden of drugsgebruik in het algemeen. Mocht een nieuw uitgevonden middel heel populair worden, dan kun je dat goed signaleren via de verenigingen, en dan kun je eventueel politiek besluiten dat het nieuwe middel moet worden geschaard onder het apothekers-, social club, festival- of smartshopmodel.
Het verenigingsmodel is ook prima geschikt om gebruik van middelen zoals ayahuasca te reguleren. Wat dat betreft kun je de santo daime kerk als voorbeeld nemen. Dat werkte eigenlijk prima daar. Ze hebben dertig jaar ayahuasca gemaakt en verstrekt en naar eigen zeggen zijn er in die tijd geen ernstige incidenten geweest. Jammer dat de wetgever daar een einde aan heeft gemaakt. Sowieso vond ik daar de belangenafweging scheef: het gevaar van ayahuasca werd zwaar overschat terwijl het recht op vrijheid van religie (als mensenrecht en grondrecht) wel heel makkelijk aan de kant geschoven werd.
Dit probleem kan wat mij betreft vrij simpel worden opgelost door de bewijslast weer bij het Openbaar Ministerie (OM) te leggen. Als zij iemand willen veroordelen voor drugshandel, bewijs dan dat er sprake is van handel. Dat betekent dat er bewijs van transactie moet zijn. Je kunt daarnaast regels opstellen voor het tegengaan van drugsbezit: dat grote hoeveelheden in beslag worden genomen bijvoorbeeld. Maar dit Beleid Op Speed waarbij Een Pil Te Veel gelijk een crimineel maakt, dat is echt compleet doorgeschoten. Sowieso zouden clandestiene drugsdealers veel minder vaak voorkomen als je bovenstaande aanbevelingen zou doorvoeren, waardoor er meer capaciteit bij justitie is om echt belangrijke zaken op te pakken.
Om te beginnen denk ik dat het heel belangrijk is om naar elk middel apart te kijken, wat daar de risico's en belangenafwegingen zijn. Je kunt niet alle drugs reguleren volgens dezelfde principes, want daarvoor zijn de verschillen per middel te groot. Ook even een duidelijke kanttekening: in deze aanbevelingen ga ik uit van de huidige samenleving en de huidige liberaal-democratische rechtstaat. Er zijn heel andere samenlevingsvormen denkbaar, maar dan wordt het een te abstracte discussie. De onderstaande aanbevelingen heb ik gebaseerd op praktijkvoorbeelden die goed werken in Nederland en het buitenland, en op wat rapportages van bijvoorbeeld Transform (Zie hun rapport The Blueprint for Regulation).
Om het wat makkelijker te maken zal ik ingaan op beleidsmodellen en welke middelen daar volgens mij bij passen
- Vrij verkrijgbaar - grotendeels ongereguleerd - Koffie / natuurlijk voorkomende planten / thuisteelt cannabis
De vrije verkrijgbaarheid geldt daarbij niet per se voor handelaren. Maar denk een beetje aan het smartshopmodel (hoewel dat op sommige punten wat mij betreft nog wel wat meer regulering mag hebben). Ik vind ook dat alle reclames op psychoactieve stoffen verboden zouden moeten zijn, en het liefst zijn verkooppunten non-profits (want een winstprikkel om mensen verslaafd te maken vind ik niet een heel handig idee voor een samenleving). Het voordeel van non-profits is ook dat je kunt eisen dat de opbrengsten terugvloeien naar de (verslavings)zorg, en voorlichting. Zo wordt de samenleving niet opgezadeld met collectieve kosten die voortvloeien uit drugsgebruik.
- Smartshopmodel - licht gereguleerd - psychoactieve planten, tabak, alcohol
Overigens vind ik dat alcohol ook onder het smartshopmodel zou moeten vallen. Dat middel is enerzijds zo makkelijk zelf te maken en zo ingebakken in de cultuur dat strenge regelgeving onwenselijk is, maar anderzijds zijn de gezondheids- en verslavingsrisico's behoorlijk. Daarom vind ik dat alcohol niet in de supermarkt verkocht zou mogen worden. Blikjes bier bij de snackbar ben ik ook tegen.
Wat betreft tabak is het belangrijk dat het verkocht wordt in aparte winkels. De tabakszaken die we nu hebben fungeren al best aardig. Behalve dan dat er daar nog onvoldoende expertise is om mensen te helpen met stoppen. Er zou dus meer regulatie in die sector moeten komen middels trainingen voor personeel, en de aanwezigheid van hulpmiddelen bij het stoppen met roken. Je zou wat mij betreft ook verplicht mogen stellen dat tabakszaken mensen informeren over de mogelijkheden die er zijn om te stoppen met roken. De maatregelen die de afgelopen jaren zijn ingevoerd vind ik ook een goed idee: bruine verpakkingen met allerlei waarschuwingen en schappen die onttrokken zijn van het zicht om marketingpraktijken tegen te gaan.
- Festivalmodel - gereguleerd gebruik - Alcohol, stimulanten, psychedelica, cannabis, of dissociatieven (per subcultuur anders)
Het is wel belangrijk om je te realiseren dat elke subcultuur zijn eigen middelengebruik heeft. Aangezien elk middel een eigen aanpak nodig heeft, zal de aanpak ook per festival verschillen. Maar de basis is overal hetzelf: drugsgebruik onttrekken van de openbare orde, leeftijdsgrens hanteren, veiligheid bevorderen, medische hulpverlening verzekeren, en overlast tegengaan. Er is nog wat discussie over drugs testen op festival; ik ben daar geen voorstander van. Maar belangrijker: in mijn ideale drugsbeleid zou drugs testen eigenlijk niet of nauwelijks nodig zijn omdat er kwaliteitseisen zijn voor de productie van drugs.
Een mooi voorbeeld van zo'n festivalmodel is Psy-Fi en psychedelica. Het hele festival is ingericht om de omgeving prettig te maken voor trippende mensen: veel natuur, wat rustige plekjes, mooie kunst, een magical garden, Psy Care aanwezig met deskundige mensen die weten hoe je bad trips kunt behandelen, en zelfs een smartshop die gereguleerde truffels verkoopt. LSD zou wat mij betreft ook verkocht mogen worden op een dergelijk festival - mits er een wachtdag wordt geïntroduceerd waarbij mensen die de drug van te voren bestellen voorzien worden van voorlichtingsmateriaal over de effecten en risico's. Dit om te voorkomen dat mensen die onder invloed zijn besluiten dat ze er ook wel even psychedelica bij willen proberen. Psy-Fi duurt ook een week, dus die wachtdag is geen probleem. Mocht dat voor andere festivals wel een probleem zijn, verzorg dan een (privacyvriendelijk) online bestelsysteem.
- Social club model - Gereguleerde non-profit winkels met eigen gebruikersruimten - cannabis, lachgas, dissociatieven
In de cannabis social club waar ik was hadden ze echt een superchille lounge ingericht waar je lekker kon zitten, waar allerlei vaporizers en bongs aanwezig waren die je gratis kon gebruiken, er stond een rustig muziekje op, er stonden spelletjes en spelcomputers. Er was internet en je mocht er zelfs werken als je zou willen. Het is dus ook een plek waar je zin hebt om even te gaan zitten, of om met mensen te gaan chillen. Dit is belangrijk, want als de social clubs niet aantrekkelijk zijn voor de doelgroep dan komen ze niet en heb je er geen grip meer op als beleidsmaker.
Wat nog wel belangrijk is bij het social club model is: hoe wordt de productie geregeld?
Ik denk dat het belangrijk is om de productie van de middelen streng te reguleren. Dat betekent hoge productiestandaarden in aparte faciliteiten. Je zou zelfs kunnen denken aan standaarden zoals die nu gelden in de farmaceutische industrie. Hoewel je (bijvoorbeeld in het geval van cannabis) wel moet opletten dat je het product niet onaantrekkelijker maakt voor consumenten. Bij Bedrocan behandelen ze de wiet bijvoorbeeld op zo'n manier dat er bijna geen smaak meer aan zit. Dan weet je zeker dat er geen micro-organismen in zitten. Maar lekker is anders.
Een cannabis-activist heb ik een keer een heel mooie uitspraak horen doen. Die zei dat je de productiecapaciteit kan linken aan het aantal afnemers in de coffeeshop (in dit geval de social club). Stel een social club heeft 1000 leden. Dan mag die social club meebeslissen over wat er dan geproduceerd wordt voor die 1000 leden. Je kunt er dan ook aan denken dat er speciale commissies worden opgericht bestaande uit leden, bestuur, deskundigen, en producenten, die dan samen bedenken hoe de aangeboden producten geoptimaliseerd kunnen worden. Die aanbeveling zou ik overnemen.
- Apothekersmodel - Streng gereguleerde winkels (eventueel met Medische Suppletie Unit) - MDMA, speed, cocaïne, heroïne
MDMA, speed en cocaïne zouden wat mij betreft wat losser gereguleerd kunnen worden. Daarvoor zou je een soort mengvorm tussen smartshops en het apothekermodel kunnen nemen. Een voorbeeld was vorig jaar zomer in Utrecht te zien. Daar had Poppi een pop-up museum waar je namaak xtc-pillen kon krijgen in een apotheek, netjes verpakt in een doosje met bijsluiter en aangereikt door deskundig personeel. De risico's van MDMA, speed en cocaïne lopen uiteen, waardoor je per middel apart moet kijken hoe je het best aansluit bij de behoeften van de gebruiker. Zo is er discussie over of je een drugsbewijs moet introduceren, wat je alleen krijgt als je een kennistoets naar behoren hebt afgelegd. Ook kun je discussiëren of de XTC- en cocaïne-winkels toegang moeten hebben tot iemands medisch dossier (bijvoorbeeld om interacties met medicatie te checken en/of adequaat te adviseren in het geval van gediagnoticeerde aandoeningen zoals hartklachten). Wat mij betreft moet je daarbij ook weer de balans zoeken tussen de winkel aantrekkelijk houden voor gebruikers, en de gezondheid van gebruikers. Dus zo streng als nodig, maar aantrekkelijk genoeg voor de gebruiker.
Zie:
Xtc-shops zijn het beste wapen tegen drugscriminaliteit in Nederland
In het ideale mdma-beleid koop je je pillen gewoon legaal in een xtc-winkel, zeggen deskundigen. De vraag is of de politiek dat aandurft.
High street? Dutch ecstasy ‘shop’ shows possible way for drug reform
Mock-up XTC store in the centre of Utrecht demonstrates how drug might be sold if regulations change
How to regulate stimulants | Transform
Drug consumption rooms: an overview of provision and evidence | www.emcdda.europa.eu
De Hel van Hoog Catharijne - Andere Tijden
- Verenigingsmodel - Productie en gebruik in besloten setting - nieuwe psychoactieve stoffen / ayahuasca
Het idee is dat een groepje mensen een vereniging kan starten die als doel heeft om nieuwe psychoactieve stoffen te produceren. Daarbij hebben ze dan een clubhuis nodig, en een productiefaciliteit. De vereniging mag dan zelf de stoffen produceren, maar moet dat wel doen volgens adequate standaarden zoals die nu bijvoorbeeld al zijn vastgelegd in de Wet Voorkoming Misbruik Chemicaliën en milieuwetgeving. De vereniging moet dan bijvoorbeeld ontheffingen aanvragen voor precursors en het deponeren van chemicaliën bij een gespecialiseerde afvalverwerker.
Het voordeel van een vereniging is dat het bestuur in kleine groep democratisch verkozen wordt door leden, dat de leden tijdens de ledenvergadering het bestuur ter verantwoording kan roepen, en dat er geen winstoogmerk is. Je kunt er nog aan denken of je een maximum aantal leden wil opleggen aan NPS-verenigingen. Dat zal misschien nodig zijn om te voorkomen dat een enkele vereniging een te grote invloed krijgt op leden of drugsgebruik in het algemeen. Mocht een nieuw uitgevonden middel heel populair worden, dan kun je dat goed signaleren via de verenigingen, en dan kun je eventueel politiek besluiten dat het nieuwe middel moet worden geschaard onder het apothekers-, social club, festival- of smartshopmodel.
Het verenigingsmodel is ook prima geschikt om gebruik van middelen zoals ayahuasca te reguleren. Wat dat betreft kun je de santo daime kerk als voorbeeld nemen. Dat werkte eigenlijk prima daar. Ze hebben dertig jaar ayahuasca gemaakt en verstrekt en naar eigen zeggen zijn er in die tijd geen ernstige incidenten geweest. Jammer dat de wetgever daar een einde aan heeft gemaakt. Sowieso vond ik daar de belangenafweging scheef: het gevaar van ayahuasca werd zwaar overschat terwijl het recht op vrijheid van religie (als mensenrecht en grondrecht) wel heel makkelijk aan de kant geschoven werd.
- Aanvullend beleid om beter onderscheid te maken tussen gebruikers en dealers
Dit probleem kan wat mij betreft vrij simpel worden opgelost door de bewijslast weer bij het Openbaar Ministerie (OM) te leggen. Als zij iemand willen veroordelen voor drugshandel, bewijs dan dat er sprake is van handel. Dat betekent dat er bewijs van transactie moet zijn. Je kunt daarnaast regels opstellen voor het tegengaan van drugsbezit: dat grote hoeveelheden in beslag worden genomen bijvoorbeeld. Maar dit Beleid Op Speed waarbij Een Pil Te Veel gelijk een crimineel maakt, dat is echt compleet doorgeschoten. Sowieso zouden clandestiene drugsdealers veel minder vaak voorkomen als je bovenstaande aanbevelingen zou doorvoeren, waardoor er meer capaciteit bij justitie is om echt belangrijke zaken op te pakken.
Laatst bewerkt:
