Inleiding
Een groot deel van de bijwerkingen van antidepressiva is te wijten aan een ongewenste blokkade van receptoren van andere neurotransmitters. Aangezien de tricyclische antidepressiva vrij aspecifiek werken, vinden we bij deze groep de meeste (anticholinerge en kinidine-achtige) bijwerkingen.
De meest voorkomende bijwerkingen
• Anticholinerg
Droge mond, obstipatie, snelle hartactie, pupilverwijding, wazig zien, transpireren, misselijkheid, moeite met urineren. Anticholinerge bijwerkingen berusten op een ongewenste blokkade van cholinerge receptoren.
Misselijkheid, braken, diarree en maag- en darmkrampen zijn de meest frequente bijwerkingen. De klachten zijn dosis gerelateerd (afhankelijk van de dosis) en er treedt waarschijnlijk hiervoor tolerantie op na circa één tot enige weken. Als deze klachten optreden kan geprobeerd worden de dosis te verlagen en langzaam weer op te hogen, als dat niet lukt kan tijdelijk een middel erbij worden gegeven die de darmbewegingen wat afremt (metoclopramide of domperidon).
• Hypnosedatie (vermoeidheid, sufheid en slaperigheid)
Gevolg van ongewenste blokkade van noradrenerge, histaminerge en serotonine receptoren.
• Lage bloeddruk, duizeligheid
Een antinoradrenerge bijwerking, d.w.z. een ongewenste blokkade van noradrenerge receptoren.
• Seksuele functiestoornissen
• Gewichtstoename
Het mechanisme dat ten grondslag ligt aan gewichtstoename door antidepressiva is ingewikkeld en wordt nog niet geheel begrepen. Een mogelijke verklaring is een afname van het basale metabolisme (stofwisseling): medicijnen kunnen de caloriehuishouding veranderen door het verhogen of verlagen van het basale metabolisme zonder dat de inname van calorieën verandert. Een andere oorzaak van de gewichtstoename lijkt gelegen in blokkade van receptoren: serotonine (5-HT2C) en histamine (H1). Gewichtstoename treedt in de regel op na enkele weken of soms maanden na het begin met de antidepressiva. #5- Literatuur anti-depressiva
• Slaapstoornissen
Met name een gevolg van ongewenste blokkade van serotonine-2- receptoren. Het is onduidelijk in hoeverre er tolerantie voor de insomnia ontstaat.
Trazodon (1 dd 100 mg) als additie bij een SSRI blijkt effectief tegen insomnia. #36,37- Literatuur anti-depressiva
Waarschijnlijk is daarvoor het 5HT-2 receptor antagonisme verantwoordelijk.
Mirtazapine is ook een 5HT-2 antagonist en lijkt voor deze toepassing ook geschikt, maar is hier niet specifiek voor onderzocht. De anti-histaminerge werking van mirtazapine kan leiden tot ongewenste sedatie overdag, hetgeen bij trazodon, dat geen antihistaminerge eigenschappen heeft, minder voorkomt.
• Geheugenproblemen
bij ouderen: verwardheid (ongewenste blokkade van cholinerge receptoren).
• Serotoninesyndroom
• Versnelde hartwerking (tachycardie) #6- Literatuur anti-depressiva
Een versnelde hartwerking kan voorkomen door blokkade van cholinerge receptoren. Meestal neemt de frequentie toe met 10-15 slagen per minuut. Alle klassieke antidepressiva kunnen deze bijwerking veroorzaken, bij de meeste moderne middelen treedt het niet op. Fluoxetine en fluvoxamine kunnen een lichte daling van de hartfrequentie veroorzaken.
Zeldzame bijwerkingen
• Extrapiramidale bijwerkingen
De kans op extrapiramidale bijwerkingen met SSRI's is ongeveer tweemaal zo groot als met andere antidepressiva. Parkinsonisme, dystonie en dyskinesie zijn gerapporteerd. #7- Literatuur anti-depressiva
• Bloedingen
Serotonine speelt een belangrijke rol bij de hemostase (stoppen van een bloeding), voornamelijk door een versterkend effect op twee stoffen (adenosinedifosfaat en trombine) betrokken bij het stollen. SSRI's blokkeren de afgifte van serotonine uit de bloedplaatjes en blokkeren de opname van serotonine in bloedplaatjes. Dat leidt tenslotte tot bloedingsproblemen, met name door een verlenging van de bloedingstijd, wat zich onder andere kan uiten in blauwe plekken. #8- Literatuur anti-depressiva
• Hyponatriëmie (te laag natriumgehalte in het bloed) #9- Literatuur anti-depressiva
Hyponatriëmie als (zeldzame) bijwerking van SSR's ontwikkelt zich meestal in de eerste drie-zes weken van de behandeling en komt vooral voor bij oudere patiënten (meer dan 80% is ouder dan 65 jaar) en bij patiënten die antidiuretica (plaspillen) gebruiken.
Hyponatriëmie kan op verschillende wijzen ontstaan: een tekort aan zout, een overschot vocht of een overmatige activiteit van het antidiuretisch hormoon (syndrome of inappropriate ADH secretion). Dat betekent dat na het starten met een antidepressivum de hyponatriëmie zich eventueel pas ontwikkelt bij duidelijke toename van de vochtinname.
Vochtbeperking (bijvoorbeeld 800-1000 cc per dag) is therapie van eerste keus, bij onvoldoende effect kan demeclocycline worden overwogen, een medicijn tegen hyponatriëmie. Staken van het antidepressivum kan worden overwogen als het natriumgehalte onder de 120 mmol/l zakt of als er ernstige klachten ontstaan.
Meest voorkomende vroege symptomen: zwakte, moeheid, lethargie (slaapzucht), gewichtstoename, hoofdpijn en anorexie (gebrek aan eetlust). Andere aspecifieke symptomen kunnen zijn pollakisurie (frequente urinelozing), diarree, misselijkheid, braken en tremoren (trillen, beven). Ernstige hyponatriëmie wordt gekarakteriseerd door: verwardheid, convulsies (hevige, onwillekeurige spiersamentrekkingen), stupor (toestand van bewegingloosheid, bij volledig bewustzijn), coma en zelf de dood.
• Wegblijven van de menstruatie
De precieze relatie is onbekend, maar theoretisch zou het kunnen komen door een teveel aan prolactine.
• Tinnitus (ernstig) oorsuizen #10- Literatuur anti-depressiva
Serotonine heropnameremmers zijn bij Lareb 30 keer in verband gebracht met het ontstaan van (ernstig) oorsuizen. Deze associatie is zowel in onze databank als in de databank van de WHO disproportioneel aanwezig. Tinnitus van vasculaire oorsprong kan mogelijk worden verklaard door een effect van serotonine op de bloedvaten in het oor.
• Bruxisme (tandenknarsen) #11- Literatuur anti-depressiva
Bruxisme is 10 maal bij Lareb gemeld in samenhang met verschillende SRRI’s en venlafaxine. De meldingen die de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO) heeft ontvangen dragen hieraan nog bij.
• Priapisme (aanhoudende pijnlijke erectie) #12- Literatuur anti-depressiva
Lareb heeft verschillende meldingen ontvangen van priapisme tijdens behandeling met verschillende SSRI’zoals citalopram. paroxetine en fluoxetine.
• Kans op suïcide #13- Literatuur anti-depressiva
Bij een klein deel van de patiënten kunnen antidepressiva waarschijnlijk wel suïcidaliteit mede veroorzaken of versterken. Het risico van suïcidaal gedrag en suïcide is bij kinderen waarschijnlijk groter dan bij adolescenten en bij adolescenten groter dan bij volwassenen. Echter antidepressiva voorkomen veel vaker suïcides en suïcidaliteit dan dat ze die veroorzaken.
Klik hier voor suïcidaliteit bij kinderen en jeugdigen
• Tepelvloed (galactorroe) en borstvergroting (gynaecomastie)
Van veel geneesmiddelen is bekend dat ze galactorroe kunnen veroorzaken. Er zijn een aantal mechanismen waardoor geneesmiddelen galactorroe kunnen veroorzaken, namelijk door beïnvloeding van de dopamine, serotonine en oestrogeen spiegels. #35- Literatuur anti-depressiva
Tepelvloed kan ontstaan doordat alle SSRI's een verhoging van de prolactine-spiegel induceren, vermoedelijk via een effect op de 5-HT2A-receptor. Gezien het werkingsmechanisme is het zeer waarschijnlijk dat het een dosisafhankelijke bijwerking is. Zeer incidenteel is een borstergroting als bijwerking van een SSRI gemeld. #13- Literatuur anti-depressiva
• Afgenomen botdichtheid (osteoporose) #39- Literatuur anti-depressiva
SSRI's (en niet TCA's) hebben een nadelig effect op de botdichtheid, bij ouderen resulteert dat in lagere botdichtheid.
http://www.hulpgids.nl/medicijnen/antid ... kingen.htm
ik zie hier nou niet echt leuke bijwerkingen staan ...