Ik heb geen wapen nodig, mijn ongelogen woorden die breken.
In het verleden, veel geleden, kom herezen terug in het heden, word gezien als stof, mijn waren ik is allang overleden.
Bedolven onder leugens, in een diepe duisternis.
Ik lijk normaal te praten, in mijn wereld fluister ik.
De feiten hebben me bereikt, daden komen aan het licht.
Geen belevenis, ik zie mijn leven als een tekening.
Gom het overbodige weg en ik geef het betekenis, ik trip zwaar en het blijkt dat dat bewezen is.
Een doel om te streven shit, afvragend wat beteken ik?
Geluk is het mooiste voor vele, ik wil gewoon terug normaal en ik voer een bittere strijd.
Het doek is gevallen, het applaus gaat snel voorbij.
Ik verdwijn in de stilte, een toneelstuk dat word het leven voor mij.
Gevangen in een storm, geleefd als een komiek.
Verander ellende in een grap, nadien gewoon nuchter en dan word het ineens ziek.
Niet geslapen, niet gegeten, ik lijk zo te verdwijnen en dat weet ik.
Ik kom het niet onder ogen, van alles ren ik weg.
Ik ben nietmeer die strijder, op de vlucht, tegen demonen dat ik vecht.
Niet gestuurd door het kwade, maar lachen doe ik niet.
Stuur nog meer signalen, totdat iemand me hier ziet.
Ben gekomen op een punt, voel me para, maar weet dat het nep is.
Het maakt niet uit alsof ik denk en besef dat het weg is.
zodra ik knipper Voel ik me gezocht door alles dat me bang maakt, omdat het zo echt is.
Realiteit veranderd en ik probeer erdoor te komen.
Gevoel van een droom, wakker worden kan niet, dus het zijn geen dromen.
Ben moe, stikkapot, weet niet hoe, hoe verrot.
Beelden van waanzin, een koptelefoon op mn kop.
Hoor iemand lopen op de gang, maar het worden er steeds meer.
Gesprekken in mn hoofd en het worden er steeds meer.
Keer op keer en ik probeer maar alles maakt me bang.
Denk terug aan de duur en snap niet hoe het kan.
Ik was eerst helder en toen was het leuk.
Hoorde het woord worm en kreeg ineens zo'n jeuk.
Durfde niet te kijken, omdat het beeld van zichzelf ging afwijken.
M'n moeder beschreef hoe het uitzag, een monster lijkt te blijken.
Het was maar heel klein, en ik wist hij nestelt zich in gras.
Hij eet de wortels op en ik besefte wat het was.
Zag in gedachten dat het huid werd , met hele open wonden.
Noemde hem kruiper, werd gek van het woord wormen.
Veranderde het zodat ik er niet veel last van had.
Ging naar een mattie toe, rende half langs het gras.
Eenmaal toen ik hem zag, schoot ik terug in mezelf.
Daarna was dit alles gwn een trip, was weer terug helder.
Helder dat dacht ik, ik voelde me goed en dan lach ik.
Begon te lachen terwijl ik het niet grappig vond.
Alles wat echt was leek ingebeeld te zijn, snap niet hoe dit grappig word?
Grappig is goed, maar niet in deze space, dus als ik zeg ik heb gespaced.
Dan denk ik terug aan dit alles en besef ik dat ik voor mijn leven heb gevreest.