Wat: 1,5 papertrip
Wanneer & wie: afgelopen vrijdag met gappie
Na een leuk weerzien, een hap bami en een gezellige babbel: lichten uit en kaarsen aan; klaar voor een nieuwe trip (na ruim een half jaar). Ik had er zin in!
Een uur en één zegel verder, vond ik het resultaat wat mager; ietsie pietsie visuals, maar eigenlijk nog heel helder. Nog maar een halfje onder mijn tong. Voor de vorm nam gappie de andere helft – hij was er al een stuk of 2 verder en leek zich prima te vermaken.
De sfeer was relaxed; muziek o.k., laptop in gebruik, glas er naast. Prima!
Bij mij sloeg de onrust een beetje toe. Op zich niet vreemd voor me, heb het wel vaker. Toch werd ik er wel wat kriegel van. Ik kon niet meer blijven zitten en bleef maar heen en weer lopen. Vond mezelf op een gegeven moment in de badkamer terug met een tandenborstel in mijn mond – ik meende dat er van alles aan mijn tanden plakte.
Kort daarop, toen ik me weer op de bank had geïnstalleerd en in stilte wat voor me uit keek, kwam het tot me als bij donderslag. Een allesomvattend totaal idee.
Hoe kwam ik hier nou weer terecht?!
‘Hier’ was temidden van een totale illusie. Niets was echt! Mijn kamer niet, mijn flat niet, het dorp niet, de wereld niet, mijn GAPPIE niet! Ik was terecht gekomen in een zogenaamd vacuüm, en stond er helemaal alleen voor. Alle dingen en spullen om me heen waren niet meer dan een hologram, waarbij de beeltenis alleen maar tijdelijk bestond en door mij was toegekend. Zodra ik zou besluiten dat het niet meer zou ‘zijn’, zou het verdwijnen.
Wat een duizelingwekkende wetenschap was dat! Niets deed er dus meer toe. En, dus ook niet wat ik deed. Ik hoor mezelf nog vragen aan mijn vriend; ‘raar idee hè, dat er geen morgen is?’ Hij was in mijn beleving volledig op de hoogte van de toestand waar ik in verkeerde. Op een bepaald moment had ik ineens het gevoel – gezien het feit dat alles toch maar een illusie was – dat hij niet langer aanwezig moest zijn.
Ik zei dat ik wilde dat hij wegging. Hij stond in de deuropening en ging naar de gang, om een minuut of tien later weer terug te komen. Hij vroeg: ‘wil je dat echt?’ ‘Ja’, zei ik.
Ik sprak op een heel akelige toon weet ik nog en snauwde!
Mijn gappie was BAD news op dat moment!! Pffff…
(……………………… ) Ik spoorde echt niet. Goddank is hij niet weggegaan, maar ging - hoe komisch – nadat hij zijn schoenen aan had gedaan, uit mijn zicht zitten en zei ‘Ik ben er niet hoor!’. Het boeide me niet.
Ik besloot deze niet bestaande flat te verlaten. Ik sloop weg, op blote voeten en aarzelde bij de voordeur of ik de sleutel uit de deur zou meenemen. Dat deed ik, maar puur voor de vorm en gebaseerd op een misplaatst gevoel van binding met deze illusieve woning.. Twee verdiepingen lager ging ik zitten op de trap, om eens te bedenken wat ik zou gaan doen – en waar ik heen zou gaan. Ik was me ervan bewust dat er buren zouden kunnen langskomen (hoewel… uur of.. +/- 2.00 ?). Ook dat interesseerde me niet; ik zou ze toch nooit meer zien als ik ‘vertrok’.
Mijn kat meldde zich bij me, en miauwde vanaf een afstandje naar me. Die vertrouwde me voor geen meter… toch ging ik maar weer terug naar binnen. Ik zou het daar wel bedenken.
Na een poging wat dingen op te schrijven (wat echt niet lukte.. :P ) raakte ik weer in gesprek met mijn vriend. En, daardoor werd ik weer wat afgeleid van MIJN IDEE en teruggehaald naar de realiteit.
Hoewel ik me zo ongeveer wel kon herinneren wat ik heb gezegd die avond, deed ik het vanuit een beleving die ZO feitelijk en waar voelde, maar die (achteraf geïnterpreteerd) eerder psychotisch aandeed.
Ik ben me een hoedje geschrokken… pff.. En, wat heb ik mijn lieve, übertolerante gappie slecht behandeld zeg. Heb d’r nog steeds last van!
Die rare stemming duurde al met al een uur of 2. Gelukkig was ik de rest van de avond wél o.k., maar…. Heb die ochtend besloten dat ik dit risico niet meer ga nemen. Ik doe rare dingen!
Ik heb mezelf wel eens horen zeggen dat wie zich niet lekker in zijn vel voelt, beter de LSD laat staan. Hoewel ik mezelf daar niet toe rekende – ik kan het toch wel aardig vinden met de wereld en mezelf dacht ik zo – houd ik het ook maar voor gezien. Jemig, mijn onderbewuste is NIET fijn gewoon! (Ikke wel natuurlijk, uiteraard
).
Maar, ik houd het op: oog van de naald. Thanx to the sitter is het hierbij gebleven.
Dank je wel hè gappie
Wanneer & wie: afgelopen vrijdag met gappie
Na een leuk weerzien, een hap bami en een gezellige babbel: lichten uit en kaarsen aan; klaar voor een nieuwe trip (na ruim een half jaar). Ik had er zin in!
Een uur en één zegel verder, vond ik het resultaat wat mager; ietsie pietsie visuals, maar eigenlijk nog heel helder. Nog maar een halfje onder mijn tong. Voor de vorm nam gappie de andere helft – hij was er al een stuk of 2 verder en leek zich prima te vermaken.
De sfeer was relaxed; muziek o.k., laptop in gebruik, glas er naast. Prima!
Bij mij sloeg de onrust een beetje toe. Op zich niet vreemd voor me, heb het wel vaker. Toch werd ik er wel wat kriegel van. Ik kon niet meer blijven zitten en bleef maar heen en weer lopen. Vond mezelf op een gegeven moment in de badkamer terug met een tandenborstel in mijn mond – ik meende dat er van alles aan mijn tanden plakte.
Kort daarop, toen ik me weer op de bank had geïnstalleerd en in stilte wat voor me uit keek, kwam het tot me als bij donderslag. Een allesomvattend totaal idee.
Hoe kwam ik hier nou weer terecht?!
‘Hier’ was temidden van een totale illusie. Niets was echt! Mijn kamer niet, mijn flat niet, het dorp niet, de wereld niet, mijn GAPPIE niet! Ik was terecht gekomen in een zogenaamd vacuüm, en stond er helemaal alleen voor. Alle dingen en spullen om me heen waren niet meer dan een hologram, waarbij de beeltenis alleen maar tijdelijk bestond en door mij was toegekend. Zodra ik zou besluiten dat het niet meer zou ‘zijn’, zou het verdwijnen.
Wat een duizelingwekkende wetenschap was dat! Niets deed er dus meer toe. En, dus ook niet wat ik deed. Ik hoor mezelf nog vragen aan mijn vriend; ‘raar idee hè, dat er geen morgen is?’ Hij was in mijn beleving volledig op de hoogte van de toestand waar ik in verkeerde. Op een bepaald moment had ik ineens het gevoel – gezien het feit dat alles toch maar een illusie was – dat hij niet langer aanwezig moest zijn.
Ik zei dat ik wilde dat hij wegging. Hij stond in de deuropening en ging naar de gang, om een minuut of tien later weer terug te komen. Hij vroeg: ‘wil je dat echt?’ ‘Ja’, zei ik.
Ik sprak op een heel akelige toon weet ik nog en snauwde!
(……………………… ) Ik spoorde echt niet. Goddank is hij niet weggegaan, maar ging - hoe komisch – nadat hij zijn schoenen aan had gedaan, uit mijn zicht zitten en zei ‘Ik ben er niet hoor!’. Het boeide me niet.
Ik besloot deze niet bestaande flat te verlaten. Ik sloop weg, op blote voeten en aarzelde bij de voordeur of ik de sleutel uit de deur zou meenemen. Dat deed ik, maar puur voor de vorm en gebaseerd op een misplaatst gevoel van binding met deze illusieve woning.. Twee verdiepingen lager ging ik zitten op de trap, om eens te bedenken wat ik zou gaan doen – en waar ik heen zou gaan. Ik was me ervan bewust dat er buren zouden kunnen langskomen (hoewel… uur of.. +/- 2.00 ?). Ook dat interesseerde me niet; ik zou ze toch nooit meer zien als ik ‘vertrok’.
Mijn kat meldde zich bij me, en miauwde vanaf een afstandje naar me. Die vertrouwde me voor geen meter… toch ging ik maar weer terug naar binnen. Ik zou het daar wel bedenken.
Na een poging wat dingen op te schrijven (wat echt niet lukte.. :P ) raakte ik weer in gesprek met mijn vriend. En, daardoor werd ik weer wat afgeleid van MIJN IDEE en teruggehaald naar de realiteit.
Hoewel ik me zo ongeveer wel kon herinneren wat ik heb gezegd die avond, deed ik het vanuit een beleving die ZO feitelijk en waar voelde, maar die (achteraf geïnterpreteerd) eerder psychotisch aandeed.
Ik ben me een hoedje geschrokken… pff.. En, wat heb ik mijn lieve, übertolerante gappie slecht behandeld zeg. Heb d’r nog steeds last van!
Die rare stemming duurde al met al een uur of 2. Gelukkig was ik de rest van de avond wél o.k., maar…. Heb die ochtend besloten dat ik dit risico niet meer ga nemen. Ik doe rare dingen!
Ik heb mezelf wel eens horen zeggen dat wie zich niet lekker in zijn vel voelt, beter de LSD laat staan. Hoewel ik mezelf daar niet toe rekende – ik kan het toch wel aardig vinden met de wereld en mezelf dacht ik zo – houd ik het ook maar voor gezien. Jemig, mijn onderbewuste is NIET fijn gewoon! (Ikke wel natuurlijk, uiteraard
Maar, ik houd het op: oog van de naald. Thanx to the sitter is het hierbij gebleven.
Dank je wel hè gappie

