LiquidFantasy
Belezen gebruiker
Feilloos voel ik aan wanneer het weer gaat komen,
Ik kan je precies met secondes erbij vertellen wanneer het weer compleet mis gaat,
En als de klok begint te tikken, wordt ik gek,
Dan sla ik weer compleet door.
De hunkering naar het gene wat me zo sterk maakt,
Het vergif dat door mijn aderen ruist,
Keihard tegen mijn hoofd aan knalt en me compleet naast de wereld zet.
De eerste keer was zo prachtig,
Alles was zo mooi,
Geen bij verschijnselen, geen nare uitwerkingen.
Het was gewoon zoals het is.
Maar het liet niet lang op zich wachten of mijn lichaam wilde meer,
Hij wilde alles,
En hij wilde weer.
En ik kon niets meer doen,
Ik probeerde er tegen te vechten,
Ik wilde niet in de goot eindigen.
Maar de drang naar het land van illusies was te groot,
Ik kon niet meer vechten tegen het dood ziek zijn,
Ik kon niet meer vechten tegen de verschrikkelijke drang zo sterk te zijn.
En elke keer werd mooier,
Elke keer bereikte ik zoveel meer,
Van neer gebogen meisje veranderde ik in een godin,
Ik kan ineens alles, niets was teveel.
Maar het kon zo niet blijven,
Ik kon niet toe blijven geven aan mijn lichaam die steeds meer ging vragen,
En waar moest ik al het geld vandaan halen?
Ik kon kiezen welke weg ik in zou slaan,
Ik kon voor altijd blijven leven in een wereld vol neppe illusies,
In die prachtige wereld die ik voor geen goud wilde missen,
Maar wat had ik voor keus?
Ik was gesloopt door de verschrikkelijke drang naar meer,
Ik was kapot van het nutteloze tegen houden en uitstellen,
En ik was blut, alles was op en ik had het zo nodig.
Ik was gebroken, en echt ik kon het niet meer,
Wat ooit zo mooi was had me compleet gesloopt,
Dat zoiets kleins en lelijks, zulke mooie dingen met je kon doen.
Ik had me nog nooit zo sterk gevoeld,
Ik kon ineens alles aan,
Maar was dat het wel waard?
Waard om alles op te geven en te blijven leven voor dat kleine beetje vergif wat ik nog bij elkaar kon scharellen?
Elke keer wilde ik meer, wilde ik veel.
Alles was goed, alles kon er in,
Als ik maar niet in de realiteit stond,
Want in realiteit zag ik heel goed wat ik nog maar was,
In realiteit was ik niets meer.
Een hoopje ongelukkigheid, een niets nut.
Een verslaafde en een smerige junk.
Maar ik hield zo van dat kleine beetje wat er nog was,
Ik wilde zo graag alleen daar nog voor leven.
Maar ik wist dat het zo niet kon,
Dagen en nachten lang was is dood ziek,
Ik moest en zou mijn shit hebben.
Ik overwoog alles, voor mijn kleine beetje geluk,
Voor het laatste wat er nog was voor mij in deze wereld.
Maar ik moest kiezen,
Kiezen voor een leven in illusies of een leven in de realiteit.
Maar de realiteit deed zo’n pijn,
Ik kon het niet meer,
Ik dacht dat ik nooit meer in die wereld zou thuis horen.
En toch nam ik het risico,
Ik wilde dit niet,
Maar ik had niet veel keus.
Ik wilde graag nog wat langer in deze wereld blijven staan,
Elke keer die drang naar meer,
Elke keer dat lichaam dat schreeuwde naar vergif,
Elke keer die gedachtes die weg wilde drijven in neppe illusies.
Ik wilde weer leven,
Weer voelen hoe een mens zou moeten zijn,
Ik wilde weer weten wat mijn lichaam kon,
Behalve ziek zijn.
Ik kan je precies met secondes erbij vertellen wanneer het weer compleet mis gaat,
En als de klok begint te tikken, wordt ik gek,
Dan sla ik weer compleet door.
De hunkering naar het gene wat me zo sterk maakt,
Het vergif dat door mijn aderen ruist,
Keihard tegen mijn hoofd aan knalt en me compleet naast de wereld zet.
De eerste keer was zo prachtig,
Alles was zo mooi,
Geen bij verschijnselen, geen nare uitwerkingen.
Het was gewoon zoals het is.
Maar het liet niet lang op zich wachten of mijn lichaam wilde meer,
Hij wilde alles,
En hij wilde weer.
En ik kon niets meer doen,
Ik probeerde er tegen te vechten,
Ik wilde niet in de goot eindigen.
Maar de drang naar het land van illusies was te groot,
Ik kon niet meer vechten tegen het dood ziek zijn,
Ik kon niet meer vechten tegen de verschrikkelijke drang zo sterk te zijn.
En elke keer werd mooier,
Elke keer bereikte ik zoveel meer,
Van neer gebogen meisje veranderde ik in een godin,
Ik kan ineens alles, niets was teveel.
Maar het kon zo niet blijven,
Ik kon niet toe blijven geven aan mijn lichaam die steeds meer ging vragen,
En waar moest ik al het geld vandaan halen?
Ik kon kiezen welke weg ik in zou slaan,
Ik kon voor altijd blijven leven in een wereld vol neppe illusies,
In die prachtige wereld die ik voor geen goud wilde missen,
Maar wat had ik voor keus?
Ik was gesloopt door de verschrikkelijke drang naar meer,
Ik was kapot van het nutteloze tegen houden en uitstellen,
En ik was blut, alles was op en ik had het zo nodig.
Ik was gebroken, en echt ik kon het niet meer,
Wat ooit zo mooi was had me compleet gesloopt,
Dat zoiets kleins en lelijks, zulke mooie dingen met je kon doen.
Ik had me nog nooit zo sterk gevoeld,
Ik kon ineens alles aan,
Maar was dat het wel waard?
Waard om alles op te geven en te blijven leven voor dat kleine beetje vergif wat ik nog bij elkaar kon scharellen?
Elke keer wilde ik meer, wilde ik veel.
Alles was goed, alles kon er in,
Als ik maar niet in de realiteit stond,
Want in realiteit zag ik heel goed wat ik nog maar was,
In realiteit was ik niets meer.
Een hoopje ongelukkigheid, een niets nut.
Een verslaafde en een smerige junk.
Maar ik hield zo van dat kleine beetje wat er nog was,
Ik wilde zo graag alleen daar nog voor leven.
Maar ik wist dat het zo niet kon,
Dagen en nachten lang was is dood ziek,
Ik moest en zou mijn shit hebben.
Ik overwoog alles, voor mijn kleine beetje geluk,
Voor het laatste wat er nog was voor mij in deze wereld.
Maar ik moest kiezen,
Kiezen voor een leven in illusies of een leven in de realiteit.
Maar de realiteit deed zo’n pijn,
Ik kon het niet meer,
Ik dacht dat ik nooit meer in die wereld zou thuis horen.
En toch nam ik het risico,
Ik wilde dit niet,
Maar ik had niet veel keus.
Ik wilde graag nog wat langer in deze wereld blijven staan,
Elke keer die drang naar meer,
Elke keer dat lichaam dat schreeuwde naar vergif,
Elke keer die gedachtes die weg wilde drijven in neppe illusies.
Ik wilde weer leven,
Weer voelen hoe een mens zou moeten zijn,
Ik wilde weer weten wat mijn lichaam kon,
Behalve ziek zijn.

