We hebben de goede scene te pakken. Samen met mijn vriend heb ik de afgelopen tijd veel tijd gespendeerd in leegstaande panden, besloten kroegen, en duistere bossen. Mijn stad waarin ik al drie jaar rondhuppel blijkt een wereld in zich te dragen die ik nooit herkende, maar die altijd al bestond.
En ineens is het overal om je heen. Panden die je eerst niet kon zien, of waar je een bouwval vermoedde achter het afgeplakte karton, blijken ermee vol te zitten, altijd. Op zaterdagmiddag midden tussen het winkelend publiek zijn dealers aan het werk, in je vertrouwde danstent blijkt een luik te zitten. Zo’n luik dat je past kent, als je erin zit.
Maar ze zien het niet, zoals ik het niet zag voordat het allemaal begon.
Dit report zal niet gaan over een nacht, of de ochtend erna. Het is lastig om de nachten en dagen van elkaar te scheiden, de uren van de minuten. Het smelt allemaal samen tot een roes, een energie, een wereld waarin ik deuren opende, ruimtes betrad die ik als kind al kende, maar waarvan ik de sleutel kwijt was.
Ze zijn met veertig, vijftig, honderd misschien? We komen elkaar tegen zonder afspraak, maar zodra je er bent verzameld alles zich rond je heen. Ze zijn anders dan ik had verwacht. Het is een bloedeerlijke wereld. Niemand draagt een masker, zoals in de wereld die me nu vaak vreemd voorkomt. Het is onmogelijk een masker te dragen. We zetten ons te kijk op een manier waarin je normaal gesproken de grond in zou worden gedrukt. Maar het mooie is, niemand velt een oordeel, iedereen is hetzelfde, en we zijn gelukkig.
Het is vooral de ketamine die me de weg heeft gewezen naar die ruimte achter de gesloten deur waaraan je nog een vage jeugdherinnering hebt.
Zolang je druk met iemand in gesprek bent merk je er niks van. Je geest leeft in een ei samen met die van de ander. Maar dat voelt niet vreemd, misschien gebeurt het altijd wel tijdens een passioneel gesprek, wanneer je opkijkt en de tijd verliest. Niet alleen uit het oog, je leeft even in de wereld waarin tijd niet bestaat.
Dan schrik je op, en kijkt rond en je ziet dat alles menselijk is. De tafel is nog steeds een tafel, maar hij heeft iets wezenlijks gekregen. Deze personificatie der dingen is zo breed als de ruimte. Alles ademt, alles leeft. De ene energie in een wat vastere vorm dan de andere, maar toch is het allemaal hetzelfde. Het enige waarin de mens verschilt is dat het de energie bij zich draagt die het ruimste is, die het meeste lijkt op de pure losse energie waaruit alles is opgebouwd.
Je lichaam lijkt dood, je kunt er naar kijken, het voelen alsof het van een ander is. Het ligt als een hoopje onder je, alsof je in een zandkuil zit. Het lichaam naast je is al niet anders, en het maakt allemaal niet uit. Het maakt je niet bang, want angst bestaat niet meer, en je bent nog steeds jezelf alleen lijkt er iets bij gekomen te zijn. Je bent alles tegelijk, maar toch nog steeds wie je was.
Het passionele gesprek gaat over het leven van de ander, maar het is even belangrijk voor je dan dat van jezelf. We kijken er van een afstandje naar, analyseren, diepen op, en weten het antwoord.
Dan sta je op en je verwondert je erover dat je dat lichaam - die hoop cellen - met je geest in beweging kunt zetten. De besturing verloopt wat lastiger, omdat je geest in osmose is met de rest van de kosmos, maar zolang je gelooft dat je het kan, ben je er al mee bezig voordat je het door hebt. Dan zit je ineens op de fiets, en schrikt op, en vraagt je af: kan ik dit wel? Je lacht in jezelf, en weet dat je alles kunt waarin je gelooft.
Het gaat erom altijd op het juiste level te blijven, en dat voel je feilloos aan. Speed als je wat inkakt, GHB 4 ML als je zit, en half wilt inpitten met een gelukzalig gevoel door je aderen. 3 ML als je op een tof feest bent en wilt dansen. Wat Mdma erbij voor de samenzwerende gemeenschapszin, en de spreekkorende werking. Valium als je wat rustiger wilt worden, eindelijk een nacht wilt slapen, of voor de fijne sex.
En dan, zo na een paar dagen, beland ik met een klap terug op aarde. En kijk ik vol verbazing naar de activiteiten van de normale mens. Lopend langs rijtjeshuizen zie je dezelde kamers, met de tv in dezelfde hoek, met altijd die meneer met de bierbuik liggend op de bank. En een vrouw laat haar hond uit, en kijkt wanneer hij poept, en zegt goedzo fikkie. En een groep meisjes ruziet op straat over waar ze iets zullen gaan eten, en ze komen er niet uit. En de huizen lijken echter, en je ziet elke steen, en je voelt je boven alles verheven, maar ineens ook erg alleen.
En ineens is het overal om je heen. Panden die je eerst niet kon zien, of waar je een bouwval vermoedde achter het afgeplakte karton, blijken ermee vol te zitten, altijd. Op zaterdagmiddag midden tussen het winkelend publiek zijn dealers aan het werk, in je vertrouwde danstent blijkt een luik te zitten. Zo’n luik dat je past kent, als je erin zit.
Maar ze zien het niet, zoals ik het niet zag voordat het allemaal begon.
Dit report zal niet gaan over een nacht, of de ochtend erna. Het is lastig om de nachten en dagen van elkaar te scheiden, de uren van de minuten. Het smelt allemaal samen tot een roes, een energie, een wereld waarin ik deuren opende, ruimtes betrad die ik als kind al kende, maar waarvan ik de sleutel kwijt was.
Ze zijn met veertig, vijftig, honderd misschien? We komen elkaar tegen zonder afspraak, maar zodra je er bent verzameld alles zich rond je heen. Ze zijn anders dan ik had verwacht. Het is een bloedeerlijke wereld. Niemand draagt een masker, zoals in de wereld die me nu vaak vreemd voorkomt. Het is onmogelijk een masker te dragen. We zetten ons te kijk op een manier waarin je normaal gesproken de grond in zou worden gedrukt. Maar het mooie is, niemand velt een oordeel, iedereen is hetzelfde, en we zijn gelukkig.
Het is vooral de ketamine die me de weg heeft gewezen naar die ruimte achter de gesloten deur waaraan je nog een vage jeugdherinnering hebt.
Zolang je druk met iemand in gesprek bent merk je er niks van. Je geest leeft in een ei samen met die van de ander. Maar dat voelt niet vreemd, misschien gebeurt het altijd wel tijdens een passioneel gesprek, wanneer je opkijkt en de tijd verliest. Niet alleen uit het oog, je leeft even in de wereld waarin tijd niet bestaat.
Dan schrik je op, en kijkt rond en je ziet dat alles menselijk is. De tafel is nog steeds een tafel, maar hij heeft iets wezenlijks gekregen. Deze personificatie der dingen is zo breed als de ruimte. Alles ademt, alles leeft. De ene energie in een wat vastere vorm dan de andere, maar toch is het allemaal hetzelfde. Het enige waarin de mens verschilt is dat het de energie bij zich draagt die het ruimste is, die het meeste lijkt op de pure losse energie waaruit alles is opgebouwd.
Je lichaam lijkt dood, je kunt er naar kijken, het voelen alsof het van een ander is. Het ligt als een hoopje onder je, alsof je in een zandkuil zit. Het lichaam naast je is al niet anders, en het maakt allemaal niet uit. Het maakt je niet bang, want angst bestaat niet meer, en je bent nog steeds jezelf alleen lijkt er iets bij gekomen te zijn. Je bent alles tegelijk, maar toch nog steeds wie je was.
Het passionele gesprek gaat over het leven van de ander, maar het is even belangrijk voor je dan dat van jezelf. We kijken er van een afstandje naar, analyseren, diepen op, en weten het antwoord.
Dan sta je op en je verwondert je erover dat je dat lichaam - die hoop cellen - met je geest in beweging kunt zetten. De besturing verloopt wat lastiger, omdat je geest in osmose is met de rest van de kosmos, maar zolang je gelooft dat je het kan, ben je er al mee bezig voordat je het door hebt. Dan zit je ineens op de fiets, en schrikt op, en vraagt je af: kan ik dit wel? Je lacht in jezelf, en weet dat je alles kunt waarin je gelooft.
Het gaat erom altijd op het juiste level te blijven, en dat voel je feilloos aan. Speed als je wat inkakt, GHB 4 ML als je zit, en half wilt inpitten met een gelukzalig gevoel door je aderen. 3 ML als je op een tof feest bent en wilt dansen. Wat Mdma erbij voor de samenzwerende gemeenschapszin, en de spreekkorende werking. Valium als je wat rustiger wilt worden, eindelijk een nacht wilt slapen, of voor de fijne sex.
En dan, zo na een paar dagen, beland ik met een klap terug op aarde. En kijk ik vol verbazing naar de activiteiten van de normale mens. Lopend langs rijtjeshuizen zie je dezelde kamers, met de tv in dezelfde hoek, met altijd die meneer met de bierbuik liggend op de bank. En een vrouw laat haar hond uit, en kijkt wanneer hij poept, en zegt goedzo fikkie. En een groep meisjes ruziet op straat over waar ze iets zullen gaan eten, en ze komen er niet uit. En de huizen lijken echter, en je ziet elke steen, en je voelt je boven alles verheven, maar ineens ook erg alleen.


