Wie? Mijn kameraad R en ik
Wat? Paddo’s, een half bakje, hawaiiaanse
Wanneer? Ongeveer een jaar geleden
Waarom? Er was net de hype dat de paddo verboden moest worden, en ik wilde ze graag proberen. Omdat ik anders niet mee kon praten over die dingen. Want hoe weet je nou wat gevaarlijk is of wat niet, als je het zelf nog nooit hebt gedaan. Ik wilde dus controleren of die paddo’s nou echt zo slecht waren als dat de regering zei.
School:
Op school zaten wij vaak naast elkaar. Beetje lullen over van alles en nog wat. Wij waren ‘anders’ dan de rest. Niet opletten, toch hoge cijfers halen. Diepgaande discussies aangaan met leraren. Bijvoorbeeld over het geloof (christelijke school). En vrijwel altijd winnen met z’n tweetjes. Op een dag waren wij wat aan het lullen, en kwam het verbod van de paddo op ‘onze discussie-tafel’ te liggen. Ik zei, ik wil graag oordelen. Maar dat gaat niet. Ik heb ze nog nooit gehad. R had ze ook nog nooit gehad. Dus zo hadden wij afgesproken paddo’s te gaan eten. We hadden nog niet afgesproken wanneer we dat zouden doen wie dat zou regelen of wat dan ook.
A few weeks later:
Een paar week later was het zover. Het was volgens mij op een zondag. Ik had de paddo’s zaterdagmiddag gekregen van een goede vriendin. Die toevallig naar de stad ging (Groningen). En die kon ze dan mooi meenemen voor ons. Zij was al 18 dus er was geen probleem. Wij waren op dat moment 15 en 16. Misschien nog wat jong. Maar al rijp om en ervaring rijker te worden. Ik had hem datzelfde uur nog gebelt. Om te vragen of hij de dag erna rond een uurtje of 12 bij mijn huis kon zijn. Dat kon allemaal en er waren verder geen problemen. Ik was nog naar de supermarkt gegaan, om wat lekkers te halen. Gewoon simpele koekjes en wat suiker bevattend drinken. Omdat ik al wat aan het forummen was gegaan en had gelezen dat mocht het fout gaan, dat dan een hele goede remmer zou zijn. Maar wij gingen ervanuit dat alles goed zou gaan. Gelukkig…
The next day:
De volgende dag. Ik had mijn wekker gezet. Want ik kan namelijk héél goed slapen. Een uurtje of 2 ’s middags is voor mij geen enkel probleem. Dus ik had mijn wekker gezet om 11 uur. Lekker gedoucht en alles was goed. Toen kwam R. Hij moest eerst 10 km fietsen hierheen, hij was dus iets later dan verwacht. Ik vond het niet erg. Was allang blij dat wij wilde komen. En uiteindelijk was het zover. Nog ff de laatste voorbereiding getroffen. Muziek op telefoon gezet. Mijn mp3 speler was toen kapot, helaas. Dus met een aantal nummers van Pink Floyd, deep purple, red hot chili peppers en nog een aantal andere bands. Die echte muziek spelen. Nog als laatst mijn computerkast opengeschroefd, en ja, ook ik verstop altijd mijn drugs in de computer. We hebben ze gepakt en zijn rond half 1 richting Pageplas gefiets. Daar waren we 5 minuten later aangekomen.
De inname:
Ik had al wat op het forum rondgeneust en was al tegen gekomen dat deze ‘shrooms’ niet te vreten waren. Ik had hiervoor niks meegenomen. Wij het pakje aangebroken. Ik had nog geen idee van doseren. Want ik had nog nooit eerder paddo’s gezien, geroken, gevoeld, gehoord en… geproefd. Wij hadden samen 1 bakje hawaiiaanse paddo’s. Ik had nog nooit eerder getript, R ook niet. Dus ik had de wijsheid van internet gehaald. Het drugsforum zoals al vertelt. Ik had mijzelf in gedachten genomen. Het is geen speelgoed. Dus ik kan beter te weinig eten dan te veel. Wij die dingen voelen.. en bekijken. Wat zien ze er toch raar uit, zeiden we. Wat ruiken ze vaag. En zo ging het al. R was een beetje bang. Ik dacht, wat kan er fout gaan. En vrat mijn eerste paddo op. Ik vond het niet smerig. Ik was die smaak wel gewend (eet vaker rauwe champignons). R vond het zo ranzig en zei dat hij kotsneigingen kreeg. Ik zei dat hij rustig aan moest doen. En als het niet wilde een slok drinken pakken. Maar wel goed kauwen. Wij hadden de paddo’s ingenomen. Toen zijn we weer gaan verkassen.
Het interbellum:
De tijd tussen de inname en het inwerken hebben we wat rondgefietst door pagedal (groot natuurgebied). We waren nog wat mensen tegen gekomen die we kenden. Beetje dom geluld dat we paddo’s hadden gevreten. En ze vonden het best fascinerend om iemand te zien trippen, zeiden ze. Terwijl we nog niet aan het trippen was. Wij moesten lachen. Hebben het gesprek rustig afgemaakt. En zijn weer wieder gefietst.
De werking:
We waren naar een leuk plekje gegaan. En daar begon het bij mij al te werken. Ik deed mijn pink floyd muziek aan. En zag hoog in de wolken. Kleine tintelingen. Alsof het witte puntjes waren die tintelden. Heel raar uit te leggen. Ik zei het tegen R. We hadden namelijk afgesproken om zoveel mogelijk te communiceren. Zodat we eerder zouden opmerken wanneer het fout zou gaan. 10 minuten later zat ik hem al half te spacen. De lucht leek te dansen op de muziek. En kreeg de helft mee van wat er om mij heen gebeurde. Bijvoorbeeld dat er mensen langs fietste. Toen we daar een half uur hebben gezeten vond R het tijd om te gaan. Hij merkte echter nog niets. Ik zat er ook mee. Hij zei dat hij niks merkte. Het knaagde aan me, op een hele vervelende manier. Ik voelde aan dat het bij hem niet werkte. En ik vond het zo vervelend voor hem, dat ik het zelf ook vervelend vond. Maar ik kon niet meer terug.
Het kioskje:
We zijn toen naar het kioskje gefietst. Ik met mijn kop die onder invloed was. En R merkte er nogsteeds niets van. Bij het kioskje kwam nog iemand. Ik kende hem vaag. Ik raakte met hem aan de praat. Hij kende mij ook half. Hij wist welke hobby ik aan het uitoefenen was. En ik wist met wie hij omging. Toen kwam degene waar hij op wachtte. Zei hadden nog ’n klein gesprekje dat ik half meekreeg. Ik keek voor mij uit, ik zat op de fiets, en ik leunde tegen een muur aan. Ik keek vooruit, en zag een bruggetje met wat planten. Op dat moment leek het net zo’n waas. Als in zo’n film. Dat je het wel hoort, maar ook niet helemaal. Dat het beeld wazig is. En ineens kom je weer bij. Het komt in vlagen. En het gaat ook met vlagen. R had inmiddels al door dat ik hem aan het spacen was. Maar hij nog niet. Later gingen die jongens weg. Toen zijn wij ook weg gegaan. Stukje door het bos gefietst. Alles ging heel makkelijk bij mij. Heel langzaam. Heel gemoedelijk. Ik had geen zin in problemen. Ik fietste, ik dacht, laat mij mijn ding doen. Dan ben ik tevreden. Waarom kunnen wij op aarde niet allemaal ons ding doen? Waarom moet er oorlog zijn. Toen zag ik in mijn gedachten de kop van de massamoordenaar George W Bush. Ik dacht, jij gaat er nog wel een keer aan. Net als Kennedy. Toen betrapte ik mezelf op hypocrisie. Geen oorlog meer met gewonden. Maar wel Bush iets aan willen doen. Wat raar. Maar wel een leuke theorie. Ondertussen waren we al doorgefietst over het fietspad, het bruggetje, het bospaadje en het gras. Toen kwamen we uit bij een hoge flat van 10 hoog. Het leek heel onnatuurlijk. Een flat van 10 hoog. Dat is ook niet natuurlijk. Moet je kijken hoe zo’n flat je uitzicht verneukt. Daar staat dan zo’n betonnen ding. Recht voor je neus. En zo raakte ik steeds verder in mijn gedachten verstrikt. Even leek het erop dat ik gek werd. Toen R mij riep en zei dat ik door moet fietsten. Ik bood mijn excuses aan en hij zei dat het geen probleem was. Toen fietsten wij over een weg. Waar auto’s reden. We hadden net besproken waar we heen zouden gaan. En ik wist nog een mooi plekje. Ik reed op een voorrangsweg af. Het was heel raar. Ik reed er 100 meter voor. Ik knipperde met mijn ogen leek het. En nog net op tijd kon ik stoppen voor de haaientanden. Die 100 meter. Die had ik nooit meegekregen. Ik was ineens 100 meter verder, bijna midden op een drukke straat. Ik schrok. Ik bleef staan. Auto’s racete met 50 km / u voorbij. R zei dat ik beter rustig aan kon doen. En wachten totdat er totaal geen auto’s meer aan kwamen. Dat hebben we gedaan. We zijn overgestoken. En toen weer verder door ’n stuk bos gefietst. Een paadje dat onder de bomen doorging. Met uitzicht over een redelijk grote natuurplas. Ik kwam bij van de schrik dat ik daarvoor bijna door een auto werd overreden. We zijn naar ‘ons plekje’ gereden. En hebben ons daar gesetteld.
Ons plekje:
We kwamen aan op ‘ons plekje’. Hier hadden wij onze fietsen neer gezet. Nog wat gedronken en gegeten. En toen ineens. Kwam het bij R ook op. Het was inmiddels al 2 tot 2.5 uur later. Ik voelde me meteen een stuk beter doen hij zei dat hij ook wat begon te merken. Ik zat er echt mee. Maar ons plekje, Ik zal het beschrijven. Het was een soort van plateau bedekt met grind. Het lag aan dezelfde plas waar we net voorbij reden. Het plateau was omringt met bomen en daar achter lag een fietspad/voetpad. Dat stukje, voelde aan alsof het ‘het paradijs’ was. Heel apart. Als we door de bossen gingen naar het voetpad. Dan was het net alsof je in een andere dimensie kwam. Een andere wereld. Hier heb ik een schetsje.
Waarbij rood is, het grind, blauw het water, groen de bossen en grijs het fiets/voet pad. We hebben op die plek wel 4 uur gezeten. Alles was lachen en grappig. Bomen die je zag groeien. Maar als je beter keek dat ze gewoon normaal waren. Dingen die je heel anders interpreteert. Die je zintuigen anders opvatten. Maar vooral, je hersenen. Een ‘zinnig’ gesprek voeren kon niet. Heel veel lachen. Grappen maken. En kijken naar alles wat er gebeurde. Ook al was het heel weinig. Bomen die zó fel groen zijn dat het net lijkt alsof ze fluoriderend zijn. Een vieze groene gloed eromheen. Je vraagt aan je kameraad of hij hetzelfde ziet. Hij kijkt erna, kijkt jou daarna heel droog aan en zegt:’Jij bent gek, ik zie niks’. Dan voel je je een klein beetje verneukt. Maar achja… Wat drugs wel niet met je doen. Op een gegeven moment zat ik ondersteboven op een bankje te kijken naar de weerspiegeling van de bomen in het water. Ik raakte weer helemaal in mijn gedachten verzeilt. R zat op een ander bankje. We zeiden niks tegen elkaar. Het leek heel serieus te zijn. Ik hoorde, zag, voelde, rook en herrinner me niks. Ik was totaal leeg van binnen. Zwart. Alles weg. Knop op 0. Tot ik ineens gedropt word in de normale wereld en ik weer terug word gegooid in mezelf. En ik hoor, dat het liedje is afgelopen. Toen besefte ik pas. Wat voor een grote invloed muziek op je trip heeft. Ben je lekker aan’t spacen en is je muziek weg. Dat is kut. Daar zit je weer. Snel ’n ander nummertje opzoeken. Lukt het niet meer. Je begrijpt niks meer van je telefoon. En laat het R doen. Zo hebben we nog een tijdje daar in ‘ons paradijs’ gezeten. Op gegeven moment zakte het wat af. En besloten we naar huis gegaan. Waar een heerlijk chinees gerecht op ons wachtte. Lekker gevreten. Het hoefde mij niet te lang duren. Ik wilde graag bij mijn ouders weg en weer de straat op. Ik was nog’n beetje aan het na-trippen.
Ik word psychologisch verneukt:
We liepen op straat. En het was inmiddels al donker. De lichten brandden. En het was uiterst rustig. Niet normaal. En toen kwam er een fietser aan. Toen beeldde ik mij in, dat het ‘op straat lopen’ mijn leven is. Ik begin hier met lopen. En ik eindig daar met lopen. Ik vergeleek het met: ik begin met leven, en ik eindig het leven. Ik wist waar ik was begonnen, maar wist nog niet waar ik zou eindigen met lopen. Heel raar, want je weet ook niet wanneer je dood gaat. Onderweg was alles wat voorbij kwam. Een opstakel. Een auto die voorbij reed. Was een grote gebeurtenis in mijn leven. En fietser een kleinere, doch belangrijke gebeurtenis. Ik vond dit zo apart, en kan het zelfs nu, na een jaar, nog moeilijk beschrijven. We liepen wat te filosoferen. Het werd steeds later. En R wilde naar huis. Ik liet hem gaan natuurlijk. Want het werd al wat later. We waren inmiddels ook al wel uitgetript. Hij naar huis. Ik naar huis.
De volgende dag:
Volgende dag nog wat ervaringen uitgewisseld. Dan hoor je pas hoeveel je niet hebt meegekregen. Ik wist van bepaalde dingen niks meer af. En hij net zo. Wij hadden getript. R omdat hij het leuk vond. En ik omdat ik nou echt wilde weten of paddo’s vreten zo gevaarlijk is als de overheid zegt. Ik kon mij in geen enkel geval voorstellen dat iemand uit een raam zal springen. Of denken dat hij/zij kan vliegen. Want dat slaat nergens op. Dus sinds die dag. Heb ik weer een stukje meer hekel gekregen aan de regering die ons overal mee naait. Helaas.
Dit is mijn eerste trip-report. Ik ben veel dingen inmiddels al weer vergeten. Omdat het toch bijna een jaar geleden is. Ik hoop dat jullie het een leuk report vonden. Toch vraag ik om kritiek, opbouwende dan. Aan afkrakende kritiek heb ik niets. Wat kan ik de volgende keer beter doen tijdens het schrijven van mijn (trip)report. Of wat niet.
Voor een compleet word 2007 verslag (beter geordend dan deze) hieronder een link.
http://www.freewebs.com/vibiboy/De Paddo.docx
Wat? Paddo’s, een half bakje, hawaiiaanse
Wanneer? Ongeveer een jaar geleden
Waarom? Er was net de hype dat de paddo verboden moest worden, en ik wilde ze graag proberen. Omdat ik anders niet mee kon praten over die dingen. Want hoe weet je nou wat gevaarlijk is of wat niet, als je het zelf nog nooit hebt gedaan. Ik wilde dus controleren of die paddo’s nou echt zo slecht waren als dat de regering zei.
School:
Op school zaten wij vaak naast elkaar. Beetje lullen over van alles en nog wat. Wij waren ‘anders’ dan de rest. Niet opletten, toch hoge cijfers halen. Diepgaande discussies aangaan met leraren. Bijvoorbeeld over het geloof (christelijke school). En vrijwel altijd winnen met z’n tweetjes. Op een dag waren wij wat aan het lullen, en kwam het verbod van de paddo op ‘onze discussie-tafel’ te liggen. Ik zei, ik wil graag oordelen. Maar dat gaat niet. Ik heb ze nog nooit gehad. R had ze ook nog nooit gehad. Dus zo hadden wij afgesproken paddo’s te gaan eten. We hadden nog niet afgesproken wanneer we dat zouden doen wie dat zou regelen of wat dan ook.
A few weeks later:
Een paar week later was het zover. Het was volgens mij op een zondag. Ik had de paddo’s zaterdagmiddag gekregen van een goede vriendin. Die toevallig naar de stad ging (Groningen). En die kon ze dan mooi meenemen voor ons. Zij was al 18 dus er was geen probleem. Wij waren op dat moment 15 en 16. Misschien nog wat jong. Maar al rijp om en ervaring rijker te worden. Ik had hem datzelfde uur nog gebelt. Om te vragen of hij de dag erna rond een uurtje of 12 bij mijn huis kon zijn. Dat kon allemaal en er waren verder geen problemen. Ik was nog naar de supermarkt gegaan, om wat lekkers te halen. Gewoon simpele koekjes en wat suiker bevattend drinken. Omdat ik al wat aan het forummen was gegaan en had gelezen dat mocht het fout gaan, dat dan een hele goede remmer zou zijn. Maar wij gingen ervanuit dat alles goed zou gaan. Gelukkig…
The next day:
De volgende dag. Ik had mijn wekker gezet. Want ik kan namelijk héél goed slapen. Een uurtje of 2 ’s middags is voor mij geen enkel probleem. Dus ik had mijn wekker gezet om 11 uur. Lekker gedoucht en alles was goed. Toen kwam R. Hij moest eerst 10 km fietsen hierheen, hij was dus iets later dan verwacht. Ik vond het niet erg. Was allang blij dat wij wilde komen. En uiteindelijk was het zover. Nog ff de laatste voorbereiding getroffen. Muziek op telefoon gezet. Mijn mp3 speler was toen kapot, helaas. Dus met een aantal nummers van Pink Floyd, deep purple, red hot chili peppers en nog een aantal andere bands. Die echte muziek spelen. Nog als laatst mijn computerkast opengeschroefd, en ja, ook ik verstop altijd mijn drugs in de computer. We hebben ze gepakt en zijn rond half 1 richting Pageplas gefiets. Daar waren we 5 minuten later aangekomen.
De inname:
Ik had al wat op het forum rondgeneust en was al tegen gekomen dat deze ‘shrooms’ niet te vreten waren. Ik had hiervoor niks meegenomen. Wij het pakje aangebroken. Ik had nog geen idee van doseren. Want ik had nog nooit eerder paddo’s gezien, geroken, gevoeld, gehoord en… geproefd. Wij hadden samen 1 bakje hawaiiaanse paddo’s. Ik had nog nooit eerder getript, R ook niet. Dus ik had de wijsheid van internet gehaald. Het drugsforum zoals al vertelt. Ik had mijzelf in gedachten genomen. Het is geen speelgoed. Dus ik kan beter te weinig eten dan te veel. Wij die dingen voelen.. en bekijken. Wat zien ze er toch raar uit, zeiden we. Wat ruiken ze vaag. En zo ging het al. R was een beetje bang. Ik dacht, wat kan er fout gaan. En vrat mijn eerste paddo op. Ik vond het niet smerig. Ik was die smaak wel gewend (eet vaker rauwe champignons). R vond het zo ranzig en zei dat hij kotsneigingen kreeg. Ik zei dat hij rustig aan moest doen. En als het niet wilde een slok drinken pakken. Maar wel goed kauwen. Wij hadden de paddo’s ingenomen. Toen zijn we weer gaan verkassen.
Het interbellum:
De tijd tussen de inname en het inwerken hebben we wat rondgefietst door pagedal (groot natuurgebied). We waren nog wat mensen tegen gekomen die we kenden. Beetje dom geluld dat we paddo’s hadden gevreten. En ze vonden het best fascinerend om iemand te zien trippen, zeiden ze. Terwijl we nog niet aan het trippen was. Wij moesten lachen. Hebben het gesprek rustig afgemaakt. En zijn weer wieder gefietst.
De werking:
We waren naar een leuk plekje gegaan. En daar begon het bij mij al te werken. Ik deed mijn pink floyd muziek aan. En zag hoog in de wolken. Kleine tintelingen. Alsof het witte puntjes waren die tintelden. Heel raar uit te leggen. Ik zei het tegen R. We hadden namelijk afgesproken om zoveel mogelijk te communiceren. Zodat we eerder zouden opmerken wanneer het fout zou gaan. 10 minuten later zat ik hem al half te spacen. De lucht leek te dansen op de muziek. En kreeg de helft mee van wat er om mij heen gebeurde. Bijvoorbeeld dat er mensen langs fietste. Toen we daar een half uur hebben gezeten vond R het tijd om te gaan. Hij merkte echter nog niets. Ik zat er ook mee. Hij zei dat hij niks merkte. Het knaagde aan me, op een hele vervelende manier. Ik voelde aan dat het bij hem niet werkte. En ik vond het zo vervelend voor hem, dat ik het zelf ook vervelend vond. Maar ik kon niet meer terug.
Het kioskje:
We zijn toen naar het kioskje gefietst. Ik met mijn kop die onder invloed was. En R merkte er nogsteeds niets van. Bij het kioskje kwam nog iemand. Ik kende hem vaag. Ik raakte met hem aan de praat. Hij kende mij ook half. Hij wist welke hobby ik aan het uitoefenen was. En ik wist met wie hij omging. Toen kwam degene waar hij op wachtte. Zei hadden nog ’n klein gesprekje dat ik half meekreeg. Ik keek voor mij uit, ik zat op de fiets, en ik leunde tegen een muur aan. Ik keek vooruit, en zag een bruggetje met wat planten. Op dat moment leek het net zo’n waas. Als in zo’n film. Dat je het wel hoort, maar ook niet helemaal. Dat het beeld wazig is. En ineens kom je weer bij. Het komt in vlagen. En het gaat ook met vlagen. R had inmiddels al door dat ik hem aan het spacen was. Maar hij nog niet. Later gingen die jongens weg. Toen zijn wij ook weg gegaan. Stukje door het bos gefietst. Alles ging heel makkelijk bij mij. Heel langzaam. Heel gemoedelijk. Ik had geen zin in problemen. Ik fietste, ik dacht, laat mij mijn ding doen. Dan ben ik tevreden. Waarom kunnen wij op aarde niet allemaal ons ding doen? Waarom moet er oorlog zijn. Toen zag ik in mijn gedachten de kop van de massamoordenaar George W Bush. Ik dacht, jij gaat er nog wel een keer aan. Net als Kennedy. Toen betrapte ik mezelf op hypocrisie. Geen oorlog meer met gewonden. Maar wel Bush iets aan willen doen. Wat raar. Maar wel een leuke theorie. Ondertussen waren we al doorgefietst over het fietspad, het bruggetje, het bospaadje en het gras. Toen kwamen we uit bij een hoge flat van 10 hoog. Het leek heel onnatuurlijk. Een flat van 10 hoog. Dat is ook niet natuurlijk. Moet je kijken hoe zo’n flat je uitzicht verneukt. Daar staat dan zo’n betonnen ding. Recht voor je neus. En zo raakte ik steeds verder in mijn gedachten verstrikt. Even leek het erop dat ik gek werd. Toen R mij riep en zei dat ik door moet fietsten. Ik bood mijn excuses aan en hij zei dat het geen probleem was. Toen fietsten wij over een weg. Waar auto’s reden. We hadden net besproken waar we heen zouden gaan. En ik wist nog een mooi plekje. Ik reed op een voorrangsweg af. Het was heel raar. Ik reed er 100 meter voor. Ik knipperde met mijn ogen leek het. En nog net op tijd kon ik stoppen voor de haaientanden. Die 100 meter. Die had ik nooit meegekregen. Ik was ineens 100 meter verder, bijna midden op een drukke straat. Ik schrok. Ik bleef staan. Auto’s racete met 50 km / u voorbij. R zei dat ik beter rustig aan kon doen. En wachten totdat er totaal geen auto’s meer aan kwamen. Dat hebben we gedaan. We zijn overgestoken. En toen weer verder door ’n stuk bos gefietst. Een paadje dat onder de bomen doorging. Met uitzicht over een redelijk grote natuurplas. Ik kwam bij van de schrik dat ik daarvoor bijna door een auto werd overreden. We zijn naar ‘ons plekje’ gereden. En hebben ons daar gesetteld.
Ons plekje:
We kwamen aan op ‘ons plekje’. Hier hadden wij onze fietsen neer gezet. Nog wat gedronken en gegeten. En toen ineens. Kwam het bij R ook op. Het was inmiddels al 2 tot 2.5 uur later. Ik voelde me meteen een stuk beter doen hij zei dat hij ook wat begon te merken. Ik zat er echt mee. Maar ons plekje, Ik zal het beschrijven. Het was een soort van plateau bedekt met grind. Het lag aan dezelfde plas waar we net voorbij reden. Het plateau was omringt met bomen en daar achter lag een fietspad/voetpad. Dat stukje, voelde aan alsof het ‘het paradijs’ was. Heel apart. Als we door de bossen gingen naar het voetpad. Dan was het net alsof je in een andere dimensie kwam. Een andere wereld. Hier heb ik een schetsje.
Ik word psychologisch verneukt:
We liepen op straat. En het was inmiddels al donker. De lichten brandden. En het was uiterst rustig. Niet normaal. En toen kwam er een fietser aan. Toen beeldde ik mij in, dat het ‘op straat lopen’ mijn leven is. Ik begin hier met lopen. En ik eindig daar met lopen. Ik vergeleek het met: ik begin met leven, en ik eindig het leven. Ik wist waar ik was begonnen, maar wist nog niet waar ik zou eindigen met lopen. Heel raar, want je weet ook niet wanneer je dood gaat. Onderweg was alles wat voorbij kwam. Een opstakel. Een auto die voorbij reed. Was een grote gebeurtenis in mijn leven. En fietser een kleinere, doch belangrijke gebeurtenis. Ik vond dit zo apart, en kan het zelfs nu, na een jaar, nog moeilijk beschrijven. We liepen wat te filosoferen. Het werd steeds later. En R wilde naar huis. Ik liet hem gaan natuurlijk. Want het werd al wat later. We waren inmiddels ook al wel uitgetript. Hij naar huis. Ik naar huis.
De volgende dag:
Volgende dag nog wat ervaringen uitgewisseld. Dan hoor je pas hoeveel je niet hebt meegekregen. Ik wist van bepaalde dingen niks meer af. En hij net zo. Wij hadden getript. R omdat hij het leuk vond. En ik omdat ik nou echt wilde weten of paddo’s vreten zo gevaarlijk is als de overheid zegt. Ik kon mij in geen enkel geval voorstellen dat iemand uit een raam zal springen. Of denken dat hij/zij kan vliegen. Want dat slaat nergens op. Dus sinds die dag. Heb ik weer een stukje meer hekel gekregen aan de regering die ons overal mee naait. Helaas.
Dit is mijn eerste trip-report. Ik ben veel dingen inmiddels al weer vergeten. Omdat het toch bijna een jaar geleden is. Ik hoop dat jullie het een leuk report vonden. Toch vraag ik om kritiek, opbouwende dan. Aan afkrakende kritiek heb ik niets. Wat kan ik de volgende keer beter doen tijdens het schrijven van mijn (trip)report. Of wat niet.
Voor een compleet word 2007 verslag (beter geordend dan deze) hieronder een link.
http://www.freewebs.com/vibiboy/De Paddo.docx
