Ik maak het liefst koekjes, omdat je dan van te voren beslag kunt maken, dat beslag goed kunt verdelen in afgewogen porties, en het kunt afbaken op het moment dat het je uitkomt. In de tussentijd kan je het in de vriezer bewaren.
Ik gebruik daarvoor een recept chocolate chip cookies en voeg daar dan grof vermalen pecannoten en amandelen aan toe, en een goed afgemeten hoeveelheid wietboter.
Je hebt daarvoor nodig:
100g extra pure chocolade (in stukjes)
100 g witte chocolade (in stukjes)
120g ongezouten roomboter
100g grof vermalen amandelen
100g grof vermalen pecannoten
75g lichte basterdsuiker
75g fijne kristalsuiker
1 ei
240g tarwebloem
beetje zout
0,5 tl bakpoeder
Wietboter met daarin ongeveer 0,1 gram wiet per persoon voor lichte koekjes of 0,3 gram wiet p.p. voor heel sterke koekjes
Meng alle ingrediënten. Kneed het deeg tot een goed gemengde bal. Dek het af met vershoudfolie en laat het deeg 1 uur rusten in de koelkast. Pak daarna 100 gram beslag per koekje. Leg dat op een ingevette bakplaat met daaroverheen bloem. Verwarm de oven voor op 180 graden. Bak de koekjes in ongeveer 10 minuten gaar. Laat ze afkoelen.
Let wel even op:
Om de juiste dosis per koekje te krijgen moet je heel goed in de gaten houden hoeveel wietboter je gebruikt per portie. Daarvoor is wat rekenwerk nodig. Schrijf dus steeds heel nauwkeurig op hoeveel gram wiet/hasj/knipafval je gebruikt per gram (wiet)boter. Schrijf ook op hoeveel wietboter je door het koekjesdeeg mengt per gram koekjesdeeg.
Als je echt zeker wil weten dat het goed gaat kun je ook de wietboter vermengen met een vooraf afgewogen hoeveelheid koekjesdeeg.