Dosering
De dagdoseringen kunnen in een tot twee giften worden toegediend. Bij lever- en nierinsufficiëntie langzamer titreren; onafhankelijk van de indicatie de orale begindosering en de opvolgende doses halveren. De orodispergeerbare tablet moet op de tong worden gelegd, valt in enkele seconden uiteen en wordt vervolgens zonder water doorgeslikt.
Schizofrenie: oraal: volwassenen: begindosering: dag één: 2 mg per dag, dag twee: 4 mg per dag; vanaf dag drie de optimale dosering van 6 mg per dag. De dosering verder individueel aanpassen. Gebruikelijke onderhoudsdosering is 4–8 mg per dag, maximaal 10 mg per dag. Bij ouderen:begindosering: 0,5 mg tweemaal per dag, verder individueel aanpassen in stappen van 0,5 mg tweemaal per dag tot 1–2 mg tweemaal per dag. Depot: Indien de patiënt voldoende gestabiliseerd is op 4 mg oraal per dag of lager kan worden omgeschakeld naar 25 mg i.m. elke 2 weken. Indien de dosering oraal hoger was, overschakelen naar een navenant hogere dosering van het depot. Gedurende de eerste 3 weken na de eerste depotinjectie is separate antipsychotische medicatie nodig om een adequaat antipsychotisch effect te waarborgen. De dosis niet vaker dan elke 4 weken aanpassen; een effect van dosisaanpassing kan niet eerder dan na 3 weken worden verwacht. Ouderen: 25 mg i.m. elke 2 weken.
Ernstige agressie bij dementie: oraal: begindosering: 0,25 mg tweemaal per dag, verder individueel aanpassen in stappen van 0,25 mg tweemaal per dag om de andere dag tot 0,5–1 mg tweemaal per dag.
Manie: Begindosering 2 mg, indien nodig met intervallen van 24 uur verhogen in stappen van 1 mg per dag tot de aanbevolen dosering van 2–6 mg per dag.