Het raasde, het raasde. Ik had er geen controle over. Ik wou er geen controle over hebben.
Het bonkte door mijn aders, danste door mijn maag, plantte bloemetjes in mijn hoofd.
Rupsjes werden vlindertjes en dan. Dan keek ik rond.
Het is hier zo warm. Zo heerlijk behaaglijk warm. De warme lucht streelde mijn armen en ontving ze met een zachte verwelkoming.
Om mijn lippen zweefde een glimlach. Ik keek iedereen die ik tegenkwam lief aan en wenste hen enthousiast en gemeend een prachtige verdere avond toe. Moge al het geluk van de wereld hen plots overvallen en hen voor eeuwig een glimlach als de mijne schenken.
Er was muziek. Opzwepende muziek. Het ritme golfde door mijn hoofd en begon zich uit te spreiden. Mijn armen, benen, heupen werden ondergedompeld in een tintelende gloed plezier en vreugde.
Ik dans.
De muziek trekt me vanzelf over zich heen. De muziek danst met mij. En ik ben daar zo blij om!
Ik heb niets anders nodig dan mijn benen en armen om mee te bewegen en te dansen. De muziek zit me als gegoten! Ik absorbeer ze praktisch.
En door te dansen, terwijl vlindertjes over mijn hoofd fladderen, laat ik ‘t beetje bij beetje los. Ik gooi het eruit.
Hoe meer ik gooi, hoe heftiger ik begin te gooien.
Ik ben helemaal alleen.
Niemand ziet mij.
Ik bevind me in… muziek.
Ik zwem erin, ik duik, ik spring. Ik lach.
En ik kan er niet meer uit.
Tot ik bijna verdrink.
Maar ik klauter weer aan de kant, druipnat en een beetje moe.
Na een tijdje is er bijna niets meer over. Het raast niet meer zo, de controle is weer terug. Maar ik laat ze nog een beetje los.
Zodat de glimlach om mijn mond nog even niet verdwijnt.
(mdma)
Het bonkte door mijn aders, danste door mijn maag, plantte bloemetjes in mijn hoofd.
Rupsjes werden vlindertjes en dan. Dan keek ik rond.
Het is hier zo warm. Zo heerlijk behaaglijk warm. De warme lucht streelde mijn armen en ontving ze met een zachte verwelkoming.
Om mijn lippen zweefde een glimlach. Ik keek iedereen die ik tegenkwam lief aan en wenste hen enthousiast en gemeend een prachtige verdere avond toe. Moge al het geluk van de wereld hen plots overvallen en hen voor eeuwig een glimlach als de mijne schenken.
Er was muziek. Opzwepende muziek. Het ritme golfde door mijn hoofd en begon zich uit te spreiden. Mijn armen, benen, heupen werden ondergedompeld in een tintelende gloed plezier en vreugde.
Ik dans.
De muziek trekt me vanzelf over zich heen. De muziek danst met mij. En ik ben daar zo blij om!
Ik heb niets anders nodig dan mijn benen en armen om mee te bewegen en te dansen. De muziek zit me als gegoten! Ik absorbeer ze praktisch.
En door te dansen, terwijl vlindertjes over mijn hoofd fladderen, laat ik ‘t beetje bij beetje los. Ik gooi het eruit.
Hoe meer ik gooi, hoe heftiger ik begin te gooien.
Ik ben helemaal alleen.
Niemand ziet mij.
Ik bevind me in… muziek.
Ik zwem erin, ik duik, ik spring. Ik lach.
En ik kan er niet meer uit.
Tot ik bijna verdrink.
Maar ik klauter weer aan de kant, druipnat en een beetje moe.
Na een tijdje is er bijna niets meer over. Het raast niet meer zo, de controle is weer terug. Maar ik laat ze nog een beetje los.
Zodat de glimlach om mijn mond nog even niet verdwijnt.
(mdma)
