Na een goede maar weinig visuele eerste ervaring met truffels (Zie 'Truffels: Ervaar de Innerlijke rust'), hebben N. en ik nog een poging gewaagd met de truffels. We hadden allebei een portie gekocht en zijn bij N. thuis gaan zitten omdat zijn ouders op vakantie waren. Omdat we toch eigenlijk wel nieuwsgierig waren wat voor effecten er ’s middags zouden zijn in vergelijking met ’s avonds, gingen we in de volle zon (het was prachtig weer) onze kop thee met truffels drinken/eten. Het was 4 uur ’s middags toen we dit opdronken. Om 7 uur zouden nog 6 mensen komen om te barbecuen.
Meteen nadat we onze thee ophadden, ging N. alvast wat bier koud leggen voor die avond. Al na 10 minuten vertelde hij last van zijn kaken te krijgen, alsof hij al een hele middag had zitten grijnzen. Met dat hij het zei, had ik ook last van mijn kaken, maar heel vervelend was het niet. Vlak daarna settelde N. zich op een stoel naast mij. Al gauw vond hij dat te warm worden en ging in de schaduw zitten. Ik zat hele tijd te grinniken en te lachen om mijn eigen gedachten (“Ik vind álles prima nu!) of om N. zijn gezicht, terwijl daar niet persé iets grappigs aan was. Het gevoel in onze kaken was eigenlijk alweer weg, omdat we er gewoon niet meer aan dachten. N. gaf aan een beetje zeeziek te worden omdat alles begon te bewegen. Zelf had ik er niet zo’n last van, maar ik begon wel een klein beetje misselijk te worden. De stammen van de bomen zagen er ook anders uit: het leek alsof ik allerlei figuren en gezichten in de stammen zou kunnen zien als ik wilde. Op een gegeven moment kwam N. met het geniale idee om de kussens te pakken van de stoelen waar we op zaten en in het gras in zijn tuin te gaan liggen. Met een beetje moeite (op dat moment was het tillen van zo’n kussen, een glas water, een asbak en sigaretten tegelijk met lopen best moeilijk) hadden we ons in het gras gesetteld. We zijn op ons rug op dat kussen op het gras gaan liggen. Nadat we een paar seconden lagen, kreeg ik het gevoel alsof ik op zijn kop hing, alsof al het bloed naar mijn hoofd steeg. Toen ik dit tegen N. zei, gaf hij aan dat gevoel ook te hebben. Gelukkig ging dit gevoel snel over en begonnen we met het genieten van ons uitzicht naar boven. De lucht was zó mooi blauw en de bomen zó mooi groen. De bomen leken zelfs zo te buigen alsof wij het middelpunt waren. Ook zag alles er heel scherp uit (wat voor mij best vreemd is, aangezien ik helemaal geen goede ogen heb en geen lenzen in had of een bril op had). Het is moeilijk uit te leggen, maar de overgangen tussen de bomen en de lucht waren heel duidelijk. N. beschreef het alsof je net als bij de computer de lucht als het ware kon wegslepen. Er waren zelfs groepen bladeren die paars leken. We vergaten ook de complete wereld om ons heen, alsof wij de enigen waren op de wereld. N. vergat zelfs even dat ik er was, maar dat duurde niet lang.
Omdat N. zin in chips kreeg, verzamelde hij al zijn moed en ging deze binnen halen. Hij kwam terug met een zak naturel chips. Toen hij weer naar het kussen op het gras toe liep, gaf hij aan dat hij eigenlijk geen zin meer had om te zitten. Vervolgens keek hij naar beneden en zei: “K.! Je moet echt eens gaan staan en naar de grassprietjes kijken, ze zijn zo leuk!” Ik had hier natuurlijk geen zin in. N. vervolgde: “Sorry grassprietjes!” Ik: “Waarom zeg je sorry? Omdat je op ze staat of wat?” N.: “Ja… en omdat ik op ze ga zitten.” Toen is hij toch maar gaan zitten. De chips smaakte hem echt geweldig; ikzelf had geen zin om te eten. Vervolgens ging N. zich verdiepen in de binnenkant van de chipszak: “Wow ik heb nooit geweten dat die chipszak van binnen zo mooi glimmend zilver was!”
Op een gegeven moment kwam ik op het idee om eens op mijn buik te gaan liggen. Op deze manier keek ik tegen N. zijn huis aan en natuurlijk de bomen die daarachter stonden. Nadat N. even bij mij had geïnformeerd of het op je buik liggen wel lekker lag en ik een positief antwoord gaf, draaide hij zich ook om. Vanaf dat moment waren we een beetje naar het huis aan het kijken, maar deze was helaas minder interessant dan de mooie bomen en de lucht. Toch hebben we dit uitzicht nog wel even bekeken. De (kleine) hond van N. zat hele tijd bij ons in de buurt; hij had duidelijk in de gaten dat er iets niet klopte. Ineens kwam er ineens een kreet van N. :”Ik voel me net een miertje!” Ik begon te lachen en vertelde hem dat ik me zo dan weer niet voelde. Even later ging N. zijn telefoon. Het was een vriend van hem die blijkbaar al aan de deur stond voor de barbecue. N. nam zijn telefoon op met: “WAT DOE JE?!” Toch stond hij maar op om de deur open te doen voor de 2 vrienden. Zij kwamen naast ons liggen in het gras en we gingen toch maar weer op ons rug liggen. Toen leek het alsof er een boom of grote tak ontbrak: er leek ineens veel meer open lucht te zijn. We konden niet echt verklaren hoe dat kon. N. vergat weer even dat de andere 2 (nuchtere) mensen er ook waren. Hij vertelde dat hij iets wilde doen, maar dan alleen met zijn bovenlichaam, niet met zijn onderlichaam. Daardoor kwam hij op het idee dat hij wel zin had om een ballon op te blazen, maar daarvoor moest hij naar de kelder, waar hij geen zin in had.
Even later kwamen er nog wat mensen binnen, waaronder de vriendin van N. Ik lag nog op het gras en N. was met de anderen weer op de stoelen gaan zitten. Ik begon me een beetje ongemakkelijk te voelen bij al die nuchtere mensen, ik kreeg een beetje het gevoel alsof ik me moest gedragen en ik wilde niet vreemd overkomen. De vriendin van N. had nog een meisje bij die ik niet kende en omdat ik zelf altijd wel een goede indruk achter wil laten, vond ik dat nogal lastig omdat ik nog aan het trippen was. Daarna ben ik bij N. en de anderen aan tafel gaan zitten. Toen de vriendin van N. weg wilde gaan, gaf ze N. een kus. Hierdoor gaf N. een behoorlijk lachwekkende opmerking tegen zijn vriendin: “Wow, jouw gezicht leek dóór de mijne heen te gaan!” Later kwamen er steeds meer mensen binnen en zij gingen een beetje kletsen en tafeltennissen. Ondertussen moesten ook de spullen voor de barbecue klaar worden gezet. Het probleem was, dat opstaan van onze stoel geen optie was voor N. en mij. Het was niet dat we het niet konden, maar we wilden het echt niet. N. gaf op een gegeven moment de opmerking: “Ik heb echt zin om een marathon te lopen.. Maar dan moet ik opstaan, dus dat is geen optie.” Ik wist precies hoe het voelde. Omdat de barbecue bij N. thuis was, moest hij uiteindelijk toch opstaan. Toen hij weer was gaan zitten, is hij heel geïnteresseerd naar zijn been gaan kijken, want hij had een korte broek aan. Er was van alles te zien op zijn been en het veranderde de hele tijd. Toen hij daarna naar zijn andere been ging kijken, zag deze er heel anders uit. Ook vertelde hij dat hij zin had om allemaal losse kreten te roepen. Ikzelf was behoorlijk stil, terwijl ik normaal een ontzettende prater ben. Ik voelde me ook ontzettend hersenloos: er gingen helemaal geen gedachten door mijn hoofd, ik zei niks maar ik zat daar prima een beetje om me heen te kijken. Ook de gesprekken van anderen gingen totaal langs me heen: ik had echt geen zin om moeite te doen om die gesprekken te volgen. Wanneer ik dat wel probeerde, haakte ik al snel af, omdat ik dan na moest gaan denken en ik me toch al hersenloos voelde. Ook leek het de hele tijd, al vanaf het moment dat de truffels begonnen met werken, alsof mijn ogen snelle bewegingen niet konden volgen. Als ikzelf of iemand anders snel met mijn hand bewoog, zag ik er een hele lijn achteraan en zag ik mijn eigen hand nog even staan op de plek waar ik begon met de snelle beweging.
Toen we begonnen met barbecuen had ik totaal geen eetlust. In principe waren de truffels uitgewerkt, maar ik vond de wereld nog steeds behoorlijk mooi en die streep bij snelle bewegingen was er nog steeds. Ook had ik een beetje het idee dat ik onhandig was en daarom durfde ik niet veel te doen.
Al met al een leuke trip, een stuk heftiger dan de vorige. Wel hebben we ervan geleerd dat we het echt zonder nuchtere mensen moeten doen, omdat je dan toch een beetje het idee krijgt dat je je in moet houden.
Meteen nadat we onze thee ophadden, ging N. alvast wat bier koud leggen voor die avond. Al na 10 minuten vertelde hij last van zijn kaken te krijgen, alsof hij al een hele middag had zitten grijnzen. Met dat hij het zei, had ik ook last van mijn kaken, maar heel vervelend was het niet. Vlak daarna settelde N. zich op een stoel naast mij. Al gauw vond hij dat te warm worden en ging in de schaduw zitten. Ik zat hele tijd te grinniken en te lachen om mijn eigen gedachten (“Ik vind álles prima nu!) of om N. zijn gezicht, terwijl daar niet persé iets grappigs aan was. Het gevoel in onze kaken was eigenlijk alweer weg, omdat we er gewoon niet meer aan dachten. N. gaf aan een beetje zeeziek te worden omdat alles begon te bewegen. Zelf had ik er niet zo’n last van, maar ik begon wel een klein beetje misselijk te worden. De stammen van de bomen zagen er ook anders uit: het leek alsof ik allerlei figuren en gezichten in de stammen zou kunnen zien als ik wilde. Op een gegeven moment kwam N. met het geniale idee om de kussens te pakken van de stoelen waar we op zaten en in het gras in zijn tuin te gaan liggen. Met een beetje moeite (op dat moment was het tillen van zo’n kussen, een glas water, een asbak en sigaretten tegelijk met lopen best moeilijk) hadden we ons in het gras gesetteld. We zijn op ons rug op dat kussen op het gras gaan liggen. Nadat we een paar seconden lagen, kreeg ik het gevoel alsof ik op zijn kop hing, alsof al het bloed naar mijn hoofd steeg. Toen ik dit tegen N. zei, gaf hij aan dat gevoel ook te hebben. Gelukkig ging dit gevoel snel over en begonnen we met het genieten van ons uitzicht naar boven. De lucht was zó mooi blauw en de bomen zó mooi groen. De bomen leken zelfs zo te buigen alsof wij het middelpunt waren. Ook zag alles er heel scherp uit (wat voor mij best vreemd is, aangezien ik helemaal geen goede ogen heb en geen lenzen in had of een bril op had). Het is moeilijk uit te leggen, maar de overgangen tussen de bomen en de lucht waren heel duidelijk. N. beschreef het alsof je net als bij de computer de lucht als het ware kon wegslepen. Er waren zelfs groepen bladeren die paars leken. We vergaten ook de complete wereld om ons heen, alsof wij de enigen waren op de wereld. N. vergat zelfs even dat ik er was, maar dat duurde niet lang.
Omdat N. zin in chips kreeg, verzamelde hij al zijn moed en ging deze binnen halen. Hij kwam terug met een zak naturel chips. Toen hij weer naar het kussen op het gras toe liep, gaf hij aan dat hij eigenlijk geen zin meer had om te zitten. Vervolgens keek hij naar beneden en zei: “K.! Je moet echt eens gaan staan en naar de grassprietjes kijken, ze zijn zo leuk!” Ik had hier natuurlijk geen zin in. N. vervolgde: “Sorry grassprietjes!” Ik: “Waarom zeg je sorry? Omdat je op ze staat of wat?” N.: “Ja… en omdat ik op ze ga zitten.” Toen is hij toch maar gaan zitten. De chips smaakte hem echt geweldig; ikzelf had geen zin om te eten. Vervolgens ging N. zich verdiepen in de binnenkant van de chipszak: “Wow ik heb nooit geweten dat die chipszak van binnen zo mooi glimmend zilver was!”
Op een gegeven moment kwam ik op het idee om eens op mijn buik te gaan liggen. Op deze manier keek ik tegen N. zijn huis aan en natuurlijk de bomen die daarachter stonden. Nadat N. even bij mij had geïnformeerd of het op je buik liggen wel lekker lag en ik een positief antwoord gaf, draaide hij zich ook om. Vanaf dat moment waren we een beetje naar het huis aan het kijken, maar deze was helaas minder interessant dan de mooie bomen en de lucht. Toch hebben we dit uitzicht nog wel even bekeken. De (kleine) hond van N. zat hele tijd bij ons in de buurt; hij had duidelijk in de gaten dat er iets niet klopte. Ineens kwam er ineens een kreet van N. :”Ik voel me net een miertje!” Ik begon te lachen en vertelde hem dat ik me zo dan weer niet voelde. Even later ging N. zijn telefoon. Het was een vriend van hem die blijkbaar al aan de deur stond voor de barbecue. N. nam zijn telefoon op met: “WAT DOE JE?!” Toch stond hij maar op om de deur open te doen voor de 2 vrienden. Zij kwamen naast ons liggen in het gras en we gingen toch maar weer op ons rug liggen. Toen leek het alsof er een boom of grote tak ontbrak: er leek ineens veel meer open lucht te zijn. We konden niet echt verklaren hoe dat kon. N. vergat weer even dat de andere 2 (nuchtere) mensen er ook waren. Hij vertelde dat hij iets wilde doen, maar dan alleen met zijn bovenlichaam, niet met zijn onderlichaam. Daardoor kwam hij op het idee dat hij wel zin had om een ballon op te blazen, maar daarvoor moest hij naar de kelder, waar hij geen zin in had.
Even later kwamen er nog wat mensen binnen, waaronder de vriendin van N. Ik lag nog op het gras en N. was met de anderen weer op de stoelen gaan zitten. Ik begon me een beetje ongemakkelijk te voelen bij al die nuchtere mensen, ik kreeg een beetje het gevoel alsof ik me moest gedragen en ik wilde niet vreemd overkomen. De vriendin van N. had nog een meisje bij die ik niet kende en omdat ik zelf altijd wel een goede indruk achter wil laten, vond ik dat nogal lastig omdat ik nog aan het trippen was. Daarna ben ik bij N. en de anderen aan tafel gaan zitten. Toen de vriendin van N. weg wilde gaan, gaf ze N. een kus. Hierdoor gaf N. een behoorlijk lachwekkende opmerking tegen zijn vriendin: “Wow, jouw gezicht leek dóór de mijne heen te gaan!” Later kwamen er steeds meer mensen binnen en zij gingen een beetje kletsen en tafeltennissen. Ondertussen moesten ook de spullen voor de barbecue klaar worden gezet. Het probleem was, dat opstaan van onze stoel geen optie was voor N. en mij. Het was niet dat we het niet konden, maar we wilden het echt niet. N. gaf op een gegeven moment de opmerking: “Ik heb echt zin om een marathon te lopen.. Maar dan moet ik opstaan, dus dat is geen optie.” Ik wist precies hoe het voelde. Omdat de barbecue bij N. thuis was, moest hij uiteindelijk toch opstaan. Toen hij weer was gaan zitten, is hij heel geïnteresseerd naar zijn been gaan kijken, want hij had een korte broek aan. Er was van alles te zien op zijn been en het veranderde de hele tijd. Toen hij daarna naar zijn andere been ging kijken, zag deze er heel anders uit. Ook vertelde hij dat hij zin had om allemaal losse kreten te roepen. Ikzelf was behoorlijk stil, terwijl ik normaal een ontzettende prater ben. Ik voelde me ook ontzettend hersenloos: er gingen helemaal geen gedachten door mijn hoofd, ik zei niks maar ik zat daar prima een beetje om me heen te kijken. Ook de gesprekken van anderen gingen totaal langs me heen: ik had echt geen zin om moeite te doen om die gesprekken te volgen. Wanneer ik dat wel probeerde, haakte ik al snel af, omdat ik dan na moest gaan denken en ik me toch al hersenloos voelde. Ook leek het de hele tijd, al vanaf het moment dat de truffels begonnen met werken, alsof mijn ogen snelle bewegingen niet konden volgen. Als ikzelf of iemand anders snel met mijn hand bewoog, zag ik er een hele lijn achteraan en zag ik mijn eigen hand nog even staan op de plek waar ik begon met de snelle beweging.
Toen we begonnen met barbecuen had ik totaal geen eetlust. In principe waren de truffels uitgewerkt, maar ik vond de wereld nog steeds behoorlijk mooi en die streep bij snelle bewegingen was er nog steeds. Ook had ik een beetje het idee dat ik onhandig was en daarom durfde ik niet veel te doen.
Al met al een leuke trip, een stuk heftiger dan de vorige. Wel hebben we ervan geleerd dat we het echt zonder nuchtere mensen moeten doen, omdat je dan toch een beetje het idee krijgt dat je je in moet houden.