Ik had ergens gelezen dat er meerdere isomeren van het LSD molecuul zijn. Isomeren zijn moleculen met dezelfde molecuulformule maar met verschillende structuurformules, dat houdt in dat er in een molecuul dezelfde atomen zitten, maar dat er een bindingsverschil is of dat de atomen op een andere plek in het molecuul zitten. Volgens mij is dit mogelijk bij LSD, namelijk dat het koolstofatoom op een andere plek zit.
Zo heb je iets andere moleculen, maar het is wel LSD. De werking ervan kan verschillen omdat de moleculen licht verschillen. Tenslotte wordt er getest op LSD, en 2 moleculen die verschillen in structuur maar allebei de atomen bevatten die LSD hoort te bevatten worden gezien als LSD.
Verbeter me als ik het fout heb. Dit lijkt mij de meest logische verklaring mocht er werkelijk een verschil zijn. Maar ik ben geen afgestudeerd chemicus ofzo. :P
Ik denk dat er een verschil in synthesemethodes is waardoor er isomeren van LSD ontstaan. Dit zou best kunnen kloppen omdat er weinig LSD labs zijn in verhouding met bijvoorbeeld MDMA-labs. Mensen die LSD besluiten te gaan maken doen dat vaak met hun eigen scheikundige kennis en niet met informatie die op internet staat zoals bij MDMA wel gebeurt.