Wie? - Ik alleen. Man, 32 jaar. 188cm/~70KG
Wat? - 0,5 zegel ALD-52 (50 µg)
Waar? - Thuis
Wanneer? - 25-3-2016 ~12:30 uur
Je kent het wel. Van die dagen die gewoon kloppen. Je rolt van het ene perfecte moment in het andere. Verschillende factoren hadden op miljoenen manieren kunnen verhinderen dat de perfecte samenloop van omstandigheden niet zou gebeuren, maar niet nu: bam, en het is raak. Keer op keer op keer. De planeten staan perfect uitgelijnd. Dat is hoe deze dag voelde. Dat ik eerder een halve zegel ALD-52 heb geconsumeerd is wel een detail dat ik misschien even moet vermelden, wel zo eerlijk.
Ook eerlijk: zelfs voor het innemen van de zegel, wees alles erop dat dit de dag was om eindelijk weer eens op reis te gaan in de psyche. Maandenlang heb ik geen enkele drang gevoeld om dit te gaan doen, ongetwijfeld mede door een zeer nare trip ervaring een tijd terug. Pas op de dag zelf was er weer de bekende kriebel. Prachtig weer en geen verplichtingen. Het moet nu gebeuren.
Een halve zegel. Er is geen behoefte aan al teveel drukte aan gedachten en visuals. De scherpte, de alertheid en de bewustheid van LS... ALD-52 is waar ik naar hunker. En dat is ook precies wat ik zal krijgen, maar ook meer, veeeel meer. Tijdens het innemen ben ik nog bezig met het spelen van een spel: The Legend of Zelda: Breath of the Wild. Wat overigens een meesterwerk is en een ontiegelijke aanrader voor iedereen die ook van games houdt, maar de laatste jaren game-moe is geworden door de spellen van tegenwoordig die vaak gericht lijken te zijn op steeds dezelfde formules hergebruiken, je handje vasthouden en min of meer inspiratieloos, liefdeloos lijken te zijn gemaakt. Met Breath of the Wild is iets bijzonders aan de hand. Aan de oppervlakte verteld het een simpel verhaal, eigenlijk in de kern hetzelfde verhaal als in de andere delen uit de serie. Maar de manier waarop dit deel je volledig vrij laat om op avontuur te gaan vanuit je eigen kinderlijke verwondering en fantasie is magisch. Bovendien zijn er aspecten van het spel die op kundige wijze onze eigen wereld weerspiegelen. De eeuwige strijd tegen goed en kwaad.
Het klinkt cliché, maar het blijft relevant. Anyway, dit is geen game review, dus ik wil niet teveel op de inhoud van dit spel ingaan. Wel wil ik nog vermelden dat toen de ALD-52 begon in te slaan, ik nog een tijdje heb doorgespeeld. Wat me toen opviel was dat het kwaad waartegen je vecht in het spel op zeer treffende wijze in beeld is gebracht. Op soortgelijke wijze hoe ik duisternis heb ervaren tijdens trips, komen zwarte wolkjes met hier en daar roodgloeiende deeltjes de omgeving vullen en geven samen met de onheilspellende muziek een benauwend, verstikkend gevoel. Het geeft je bijna het gevoel dat de makers ook geregeld een paar tripknollen of een zegeltje naar binnen werken. Ik was in een gebied waar ik een eindbaas, een manifestatie van het kwaad in de wereld moest verslaan. Onder de invloed van de ALD-52 was dit heel anders dan nuchter. Ik was opgezogen in de spelwereld en het voelde alsof ik nu werkelijk het kwaad moest verdrijven, alsof het er echt toedeed. Een beetje angstig, maar met verbazingwekkende controle is me dat gelukt, wat als een ware overwinning aanvoelde. De parallellen met onze wereld waren overduidelijk. Er is een duisternis hier, in de wereld of in mezelf. En of deze duisternis nu bestaansrecht heeft van zichzelf of niet, het zal geconfronteerd moeten worden. Voldaan met het resultaat leg ik de controller neer en maak me klaar voor de potentiële confrontatie in mezelf.
In tegenstelling tot zijn duistere broertje psilocybine, is ALD-52 (voor mij synoniem met LSD) licht en vrolijk van aard, zeker tijdens het begin van de trip. Ik ga lekker in mijn zetel zitten en doe wat ik altijd doe op mijn reizen door de psyche: rustig om me heen kijken en alles op me in laten werken. Het is een prachtige lentedag. Het is nog niet zo groen, maar de knopjes zijn te zien in de bomen, de zon schijnt volop en vogeltjes die ik al heel wat maanden niet heb gezien laten weer van zich horen. Ook zijn er sinds tijden weer eens varende bootjes te zien hier voor huis. klik en klik. Ideale omstandigheden dus. Even denk ik er aan dat ik maar een lage dosering heb genomen. Nu de trip wat opkomt begin ik er zin in te krijgen en ben ik een beetje bang dat het een net-niet ervaring gaat worden. Niets is minder waar, want een onvergetelijke ervaring stond op het punt te beginnen...
Waarom trip ik tegenwoordig? Zijn het de visuals? Prachtige patronen en kleuren die je overal om je heen ziet. Objecten die lijken te "ademen". Dingen die vervormen, draaien, kronkelen en zelfs veranderen in andere dingen die je ooit hebt gezien en nu projecteert op je omgeving. Nee, dat is het niet... Is het dan het verkennen van andere werelden, het opzoeken van hogere wezens, entiteiten die me meer kunnen vertellen over wat dit bestaan is? Nee, zelfs dat niet. Ik heb het gezien, ik heb het gedaan, maar het laat me steeds weer achter met een leeg gevoel. Dit zijn ervaringen. En ervaringen komen en gaan, hoe mooi ze ook zijn. Tegenwoordig trip ik om mezelf te vergeten. Om even vrij te zijn van de stem in het hoofd. Om mezelf in zo'n staat te brengen waarin ik open en ontvankelijk ben voor alles wat het moment wil dat gebeuren moet.
Ondanks het prachtige weer, ondanks de fluitende vogeltjes, ondanks mijn relatieve contentheid met deze mooie dag is er altijd die zeurstem in het achterhoofd en dieper dan dat die brok in de keel en in het hart. De stem van analyse, van pessimisme, van verleden en toekomst. De stem van 'nee'. Aangestuurd door de dieperliggende sensor, voelbaar in de keel en in het hart. De brok, of: de sensor die van zich laat horen wanneer het niet gaat zoals ik het wil of zoals ik het gewend ben. De sensor die me op die momenten - op subtiele wijze of niet - laat verkrampen en terug de mentale wereld in stuurt, waarin er het comfort is dat niemand mijn gedachtenwereld kan zien en ik daar altijd mijn gelijk vind. Maar door eerdere ervaringen is gebleken dat dit een vals comfort is. Echt comfortabel is het niet en echt waar ook niet. Als het echt waar was, dan hoefde ik het niet te verbergen. Nee, de reden waarom ik trip is helder voor me: Uit de mentale wereld. Uit de "comfortzone". Oude geloven en aannames onder de loep nemen en loslaten. Opgeven.
Positief proberen te denken helpt niet. Het probleem moet onderzocht worden, simpelweg door het gewaar te worden en in het bewustzijn te houden. Dit is de ware betekenis van onderzoeken: observeren. Niet analyseren, dan gaan we weer de mentale wereld in. Maar de drang om de mentale wereld in te gaan is sterk. Ik zie buiten een man bij zijn bootje staan kijken. Hij loopt naar de achterkant en kijkt goedkeurend. Dan naar de voorkant en doet hetzelfde. Ik zie hem dit vaker doen, zonder ook maar iets aan het bootje te doen. Rare snuiter... Met zijn brilletje. Wat valt er sowieso te zien? Die boot ligt daar altijd maar te liggen. Wat voor opmerkelijke dingen zouden er nu ineens vandaag te zien moeten zijn? Bovendien is het een oud lelijk ding. Zelf zie ik niet in hoe iemand iets kan zien in zo'n boot. Ondertussen heb ik door dat het weer bezig is. Ik ben weer aan het analyseren, oordelen, vergelijken. En altijd is het ten opzichte van mij. Wie is deze negatieveling die ik denk dat ik ben? Ik zie het voor mijn ogen allemaal gebeuren, maar ik lijk machteloos om uit het oordelen en analyseren te stappen. Ik voel een onweerstaanbare drang om erin mee te gaan. Hoeveel kan een mens genieten van een mooie dag als deze, met zo'n cynische plaaggeest erbij?
Aan de overkant van het water maakt een vader de sloep klaar om met de kinderen een stukje te gaan varen. Het is een grote metalen sloep, grijs van kleur. De kinderen kunnen zich bijna niet bedwingen, zo'n zin hebben ze om te gaan varen. Een paar gaan liggen op de voorkant van de sloep. De motor slaat aan. Een zwaar tuffend geluid weerkaatst hier aan weerszijden van de vaart tegen de huizen. Al mijn zintuigen staan wederom op scherp. Het lijkt alsof ik een veel breder spectrum aan geluiden waarneem en ook kan ik mensen van ver verstaan. De pure beleving van percepties en sensaties begint interessanter te worden dan het mentale commentaar óver die percepties en sensaties. Ik zie de boot rechts langzaam uit mijn zicht verdwijnen.
Ondertussen merk ik dat de kleuren meer gesatureerd zijn. Groen is groener, blauw is blauwer. Als ik voor langere tijd naar iets kijk, beginnen ook patronen te vormen en objecten te vervormen. Het is allemaal vrij subtiel, maar het is een mooi gezicht. Ik zie op het wandelpad langs de vaart voor mijn huis zo nu en dan mensen lopen, vaak met een hond erbij. De meeste mensen kijken vooral naar de grond, sommigen zelfs met een sombere blik. Wat vertelt de cynische stem hen op dat moment vraag ik me af. Hoe wordt dit prachtige moment voor hun verpest?
Een tijdje later komt de grijze sloep van rechts weer aanvaren. Maar nu is de vader weg. 3 kinderen voor op de boot liggen lachend te zwaaien naar hun moeders die staan te wachten op de wal. Een klein blond jongetje bestuurd de boot en lacht het hardst van allemaal. Ik begrijp niet goed wat er aan de hand is. Dit jongetje is 5 jaar oud schat ik. Wie laat z'n kind van vijf nou met zo'n grote sloep in een drukke vaart varen? De boot vaart ook door, zo het huis voorbij waar ze vandaan kwamen, nu naar links toe. Even later zie ik de boot vanaf links weer aankomen. Nu is de vader er weer. Allemaal zijn ze aan het lachen. Blijkbaar had de vader onder een deken gelegen toen het jongetje de boot bestuurde! In een opwelling begin ik ook te lachen. Een lach diep vanuit mijn buik werkt zich omhoog en buldert uit me. Ik lach dagelijks op mijn werk, maar niet zoals dit. Dit is diepe vreugde. Niet lachen om een schunnige grap of ten koste van een ander, maar onvervalste diepe vreugde. Door dit alles veranderd opeens mijn hele beleving. Alles krijgt een compleet andere kwaliteit. Het is alsof iemand de gordijnen opentrekt en het licht de kamer vult. Alles is ineens, als donderslag bij heldere hemel onvoorstelbaar mooi geworden. En wat helemaal opvalt, is dat alles een onmiskenbaar gouden kwaliteit heeft gekregen. De kwaliteit van het licht is briljant goud. Ik heb me er nooit zo in verdiept, maar ineens zie ik de allure van goud. Op de een of andere manier geeft goud een echt gevoel van waarde.
Ik draai me om naar de lachende kinderen en hun ouders en krijg meteen een nog grotere klap. Zonder te analyseren of rationaliseren zie ik dat hun vreugde mijn vreugde is. Ik kan het op geen enkele manier verklaren of bewijzen, maar het feit was niet te ontkennen. Het gelach van de kinderen komt uit vreugde, mijn gelach komt uit vreugde. Maar er is maar 1 vreugde hier. Dat is het punt waar we samenkomen, één zijn. Dat waar de lach uit komt heeft geen dimensies. Het heeft geen begin en geen einde. Het is center-loos, maar tegelijkertijd heeft het zijn center overal. Maar dit is betekenisloos als ik er zo over praat. De revelatie en de revelatie alleen kan je overtuigen dat er hier maar één is.
Alsof de wereld van me af gevallen is kijk ik om me heen. Ik ben op de plek die ik al eerder heb mogen ervaren. Er is het onmiskenbare besef van eeuwigheid en ruimtelijke oneindigheid. Geen spoor van de cynische oordelende rationele stem te bekennen, waan ik me in de hemel. Als vloeibaar goud voel ik de meest onmogelijk diepe warme tedere liefde in mij stromen. Op deze plek staan de kranen altijd helemaal open en iedereen mag drinken. En iedereen drinkt dan ook: de dieren, de planten, zelfs de mineralen. Maar één groep drinkt niet en je kunt wel raden welke. In de glorie van God baadt ieder wezen zich in zijn stralen van liefde, maar niet de mens. Als verdwaalde schimmen zijn de meeste mensen ver van hier. Hun lichaam is hier, maar zelf zitten ze in hun eigen wereld. Ik ben hier alleen met het dieren-, planten- en mineralenrijk. Op spaarzame momenten zie ik mensen even licht wakker worden, zoals wanneer de kinderen lachten. Maar geen oordeel. Ook ik ben meestal zo'n verdwaalde schim.
Ik denk terug aan de man die altijd zijn bootje komt checken. Ineens begrijp ik het. Die boot is zijn stukje goud. Hij ziet de schoonheid in die boot. In ware zin willen we beide exact hetzelfde, namelijk de vreugde van de diepe lach van God. Onmiddelijk is er compassie. Waar ik dacht dat er geen overeenkomst was tussen hij en mij, is die er wel. En de overeenkomst die er is, is ook nog eens de meest cruciale mogelijk. Namelijk ons gedeelde bestaan als dat waar de lach uit komt. Alles meer dan dat is slechts oppervlakkig, veranderlijk, vluchtig. Dan kijk ik op mijn balkon naar een paar beeldjes die ik ooit van mijn zusje heb gekregen. Het zijn twee kikkers. Één die zijn handen voor zijn ogen heeft en één die zijn handen weghaald van zijn ogen. Now you see me, now you don't. Dat is de kern van het spelletje wat we hier spelen. Dat is wat het goud weer zichtbaar maakt. Dat is de vader die onder het kleed lag in de boot en plots weer tevoorschijn komt. Kiekeboe!
Wat? - 0,5 zegel ALD-52 (50 µg)
Waar? - Thuis
Wanneer? - 25-3-2016 ~12:30 uur
Je kent het wel. Van die dagen die gewoon kloppen. Je rolt van het ene perfecte moment in het andere. Verschillende factoren hadden op miljoenen manieren kunnen verhinderen dat de perfecte samenloop van omstandigheden niet zou gebeuren, maar niet nu: bam, en het is raak. Keer op keer op keer. De planeten staan perfect uitgelijnd. Dat is hoe deze dag voelde. Dat ik eerder een halve zegel ALD-52 heb geconsumeerd is wel een detail dat ik misschien even moet vermelden, wel zo eerlijk.
Ook eerlijk: zelfs voor het innemen van de zegel, wees alles erop dat dit de dag was om eindelijk weer eens op reis te gaan in de psyche. Maandenlang heb ik geen enkele drang gevoeld om dit te gaan doen, ongetwijfeld mede door een zeer nare trip ervaring een tijd terug. Pas op de dag zelf was er weer de bekende kriebel. Prachtig weer en geen verplichtingen. Het moet nu gebeuren.
Een halve zegel. Er is geen behoefte aan al teveel drukte aan gedachten en visuals. De scherpte, de alertheid en de bewustheid van LS... ALD-52 is waar ik naar hunker. En dat is ook precies wat ik zal krijgen, maar ook meer, veeeel meer. Tijdens het innemen ben ik nog bezig met het spelen van een spel: The Legend of Zelda: Breath of the Wild. Wat overigens een meesterwerk is en een ontiegelijke aanrader voor iedereen die ook van games houdt, maar de laatste jaren game-moe is geworden door de spellen van tegenwoordig die vaak gericht lijken te zijn op steeds dezelfde formules hergebruiken, je handje vasthouden en min of meer inspiratieloos, liefdeloos lijken te zijn gemaakt. Met Breath of the Wild is iets bijzonders aan de hand. Aan de oppervlakte verteld het een simpel verhaal, eigenlijk in de kern hetzelfde verhaal als in de andere delen uit de serie. Maar de manier waarop dit deel je volledig vrij laat om op avontuur te gaan vanuit je eigen kinderlijke verwondering en fantasie is magisch. Bovendien zijn er aspecten van het spel die op kundige wijze onze eigen wereld weerspiegelen. De eeuwige strijd tegen goed en kwaad.
Het klinkt cliché, maar het blijft relevant. Anyway, dit is geen game review, dus ik wil niet teveel op de inhoud van dit spel ingaan. Wel wil ik nog vermelden dat toen de ALD-52 begon in te slaan, ik nog een tijdje heb doorgespeeld. Wat me toen opviel was dat het kwaad waartegen je vecht in het spel op zeer treffende wijze in beeld is gebracht. Op soortgelijke wijze hoe ik duisternis heb ervaren tijdens trips, komen zwarte wolkjes met hier en daar roodgloeiende deeltjes de omgeving vullen en geven samen met de onheilspellende muziek een benauwend, verstikkend gevoel. Het geeft je bijna het gevoel dat de makers ook geregeld een paar tripknollen of een zegeltje naar binnen werken. Ik was in een gebied waar ik een eindbaas, een manifestatie van het kwaad in de wereld moest verslaan. Onder de invloed van de ALD-52 was dit heel anders dan nuchter. Ik was opgezogen in de spelwereld en het voelde alsof ik nu werkelijk het kwaad moest verdrijven, alsof het er echt toedeed. Een beetje angstig, maar met verbazingwekkende controle is me dat gelukt, wat als een ware overwinning aanvoelde. De parallellen met onze wereld waren overduidelijk. Er is een duisternis hier, in de wereld of in mezelf. En of deze duisternis nu bestaansrecht heeft van zichzelf of niet, het zal geconfronteerd moeten worden. Voldaan met het resultaat leg ik de controller neer en maak me klaar voor de potentiële confrontatie in mezelf.
In tegenstelling tot zijn duistere broertje psilocybine, is ALD-52 (voor mij synoniem met LSD) licht en vrolijk van aard, zeker tijdens het begin van de trip. Ik ga lekker in mijn zetel zitten en doe wat ik altijd doe op mijn reizen door de psyche: rustig om me heen kijken en alles op me in laten werken. Het is een prachtige lentedag. Het is nog niet zo groen, maar de knopjes zijn te zien in de bomen, de zon schijnt volop en vogeltjes die ik al heel wat maanden niet heb gezien laten weer van zich horen. Ook zijn er sinds tijden weer eens varende bootjes te zien hier voor huis. klik en klik. Ideale omstandigheden dus. Even denk ik er aan dat ik maar een lage dosering heb genomen. Nu de trip wat opkomt begin ik er zin in te krijgen en ben ik een beetje bang dat het een net-niet ervaring gaat worden. Niets is minder waar, want een onvergetelijke ervaring stond op het punt te beginnen...
Waarom trip ik tegenwoordig? Zijn het de visuals? Prachtige patronen en kleuren die je overal om je heen ziet. Objecten die lijken te "ademen". Dingen die vervormen, draaien, kronkelen en zelfs veranderen in andere dingen die je ooit hebt gezien en nu projecteert op je omgeving. Nee, dat is het niet... Is het dan het verkennen van andere werelden, het opzoeken van hogere wezens, entiteiten die me meer kunnen vertellen over wat dit bestaan is? Nee, zelfs dat niet. Ik heb het gezien, ik heb het gedaan, maar het laat me steeds weer achter met een leeg gevoel. Dit zijn ervaringen. En ervaringen komen en gaan, hoe mooi ze ook zijn. Tegenwoordig trip ik om mezelf te vergeten. Om even vrij te zijn van de stem in het hoofd. Om mezelf in zo'n staat te brengen waarin ik open en ontvankelijk ben voor alles wat het moment wil dat gebeuren moet.
Ondanks het prachtige weer, ondanks de fluitende vogeltjes, ondanks mijn relatieve contentheid met deze mooie dag is er altijd die zeurstem in het achterhoofd en dieper dan dat die brok in de keel en in het hart. De stem van analyse, van pessimisme, van verleden en toekomst. De stem van 'nee'. Aangestuurd door de dieperliggende sensor, voelbaar in de keel en in het hart. De brok, of: de sensor die van zich laat horen wanneer het niet gaat zoals ik het wil of zoals ik het gewend ben. De sensor die me op die momenten - op subtiele wijze of niet - laat verkrampen en terug de mentale wereld in stuurt, waarin er het comfort is dat niemand mijn gedachtenwereld kan zien en ik daar altijd mijn gelijk vind. Maar door eerdere ervaringen is gebleken dat dit een vals comfort is. Echt comfortabel is het niet en echt waar ook niet. Als het echt waar was, dan hoefde ik het niet te verbergen. Nee, de reden waarom ik trip is helder voor me: Uit de mentale wereld. Uit de "comfortzone". Oude geloven en aannames onder de loep nemen en loslaten. Opgeven.
Positief proberen te denken helpt niet. Het probleem moet onderzocht worden, simpelweg door het gewaar te worden en in het bewustzijn te houden. Dit is de ware betekenis van onderzoeken: observeren. Niet analyseren, dan gaan we weer de mentale wereld in. Maar de drang om de mentale wereld in te gaan is sterk. Ik zie buiten een man bij zijn bootje staan kijken. Hij loopt naar de achterkant en kijkt goedkeurend. Dan naar de voorkant en doet hetzelfde. Ik zie hem dit vaker doen, zonder ook maar iets aan het bootje te doen. Rare snuiter... Met zijn brilletje. Wat valt er sowieso te zien? Die boot ligt daar altijd maar te liggen. Wat voor opmerkelijke dingen zouden er nu ineens vandaag te zien moeten zijn? Bovendien is het een oud lelijk ding. Zelf zie ik niet in hoe iemand iets kan zien in zo'n boot. Ondertussen heb ik door dat het weer bezig is. Ik ben weer aan het analyseren, oordelen, vergelijken. En altijd is het ten opzichte van mij. Wie is deze negatieveling die ik denk dat ik ben? Ik zie het voor mijn ogen allemaal gebeuren, maar ik lijk machteloos om uit het oordelen en analyseren te stappen. Ik voel een onweerstaanbare drang om erin mee te gaan. Hoeveel kan een mens genieten van een mooie dag als deze, met zo'n cynische plaaggeest erbij?
Aan de overkant van het water maakt een vader de sloep klaar om met de kinderen een stukje te gaan varen. Het is een grote metalen sloep, grijs van kleur. De kinderen kunnen zich bijna niet bedwingen, zo'n zin hebben ze om te gaan varen. Een paar gaan liggen op de voorkant van de sloep. De motor slaat aan. Een zwaar tuffend geluid weerkaatst hier aan weerszijden van de vaart tegen de huizen. Al mijn zintuigen staan wederom op scherp. Het lijkt alsof ik een veel breder spectrum aan geluiden waarneem en ook kan ik mensen van ver verstaan. De pure beleving van percepties en sensaties begint interessanter te worden dan het mentale commentaar óver die percepties en sensaties. Ik zie de boot rechts langzaam uit mijn zicht verdwijnen.
Ondertussen merk ik dat de kleuren meer gesatureerd zijn. Groen is groener, blauw is blauwer. Als ik voor langere tijd naar iets kijk, beginnen ook patronen te vormen en objecten te vervormen. Het is allemaal vrij subtiel, maar het is een mooi gezicht. Ik zie op het wandelpad langs de vaart voor mijn huis zo nu en dan mensen lopen, vaak met een hond erbij. De meeste mensen kijken vooral naar de grond, sommigen zelfs met een sombere blik. Wat vertelt de cynische stem hen op dat moment vraag ik me af. Hoe wordt dit prachtige moment voor hun verpest?
Een tijdje later komt de grijze sloep van rechts weer aanvaren. Maar nu is de vader weg. 3 kinderen voor op de boot liggen lachend te zwaaien naar hun moeders die staan te wachten op de wal. Een klein blond jongetje bestuurd de boot en lacht het hardst van allemaal. Ik begrijp niet goed wat er aan de hand is. Dit jongetje is 5 jaar oud schat ik. Wie laat z'n kind van vijf nou met zo'n grote sloep in een drukke vaart varen? De boot vaart ook door, zo het huis voorbij waar ze vandaan kwamen, nu naar links toe. Even later zie ik de boot vanaf links weer aankomen. Nu is de vader er weer. Allemaal zijn ze aan het lachen. Blijkbaar had de vader onder een deken gelegen toen het jongetje de boot bestuurde! In een opwelling begin ik ook te lachen. Een lach diep vanuit mijn buik werkt zich omhoog en buldert uit me. Ik lach dagelijks op mijn werk, maar niet zoals dit. Dit is diepe vreugde. Niet lachen om een schunnige grap of ten koste van een ander, maar onvervalste diepe vreugde. Door dit alles veranderd opeens mijn hele beleving. Alles krijgt een compleet andere kwaliteit. Het is alsof iemand de gordijnen opentrekt en het licht de kamer vult. Alles is ineens, als donderslag bij heldere hemel onvoorstelbaar mooi geworden. En wat helemaal opvalt, is dat alles een onmiskenbaar gouden kwaliteit heeft gekregen. De kwaliteit van het licht is briljant goud. Ik heb me er nooit zo in verdiept, maar ineens zie ik de allure van goud. Op de een of andere manier geeft goud een echt gevoel van waarde.
Ik draai me om naar de lachende kinderen en hun ouders en krijg meteen een nog grotere klap. Zonder te analyseren of rationaliseren zie ik dat hun vreugde mijn vreugde is. Ik kan het op geen enkele manier verklaren of bewijzen, maar het feit was niet te ontkennen. Het gelach van de kinderen komt uit vreugde, mijn gelach komt uit vreugde. Maar er is maar 1 vreugde hier. Dat is het punt waar we samenkomen, één zijn. Dat waar de lach uit komt heeft geen dimensies. Het heeft geen begin en geen einde. Het is center-loos, maar tegelijkertijd heeft het zijn center overal. Maar dit is betekenisloos als ik er zo over praat. De revelatie en de revelatie alleen kan je overtuigen dat er hier maar één is.
Alsof de wereld van me af gevallen is kijk ik om me heen. Ik ben op de plek die ik al eerder heb mogen ervaren. Er is het onmiskenbare besef van eeuwigheid en ruimtelijke oneindigheid. Geen spoor van de cynische oordelende rationele stem te bekennen, waan ik me in de hemel. Als vloeibaar goud voel ik de meest onmogelijk diepe warme tedere liefde in mij stromen. Op deze plek staan de kranen altijd helemaal open en iedereen mag drinken. En iedereen drinkt dan ook: de dieren, de planten, zelfs de mineralen. Maar één groep drinkt niet en je kunt wel raden welke. In de glorie van God baadt ieder wezen zich in zijn stralen van liefde, maar niet de mens. Als verdwaalde schimmen zijn de meeste mensen ver van hier. Hun lichaam is hier, maar zelf zitten ze in hun eigen wereld. Ik ben hier alleen met het dieren-, planten- en mineralenrijk. Op spaarzame momenten zie ik mensen even licht wakker worden, zoals wanneer de kinderen lachten. Maar geen oordeel. Ook ik ben meestal zo'n verdwaalde schim.
Ik denk terug aan de man die altijd zijn bootje komt checken. Ineens begrijp ik het. Die boot is zijn stukje goud. Hij ziet de schoonheid in die boot. In ware zin willen we beide exact hetzelfde, namelijk de vreugde van de diepe lach van God. Onmiddelijk is er compassie. Waar ik dacht dat er geen overeenkomst was tussen hij en mij, is die er wel. En de overeenkomst die er is, is ook nog eens de meest cruciale mogelijk. Namelijk ons gedeelde bestaan als dat waar de lach uit komt. Alles meer dan dat is slechts oppervlakkig, veranderlijk, vluchtig. Dan kijk ik op mijn balkon naar een paar beeldjes die ik ooit van mijn zusje heb gekregen. Het zijn twee kikkers. Één die zijn handen voor zijn ogen heeft en één die zijn handen weghaald van zijn ogen. Now you see me, now you don't. Dat is de kern van het spelletje wat we hier spelen. Dat is wat het goud weer zichtbaar maakt. Dat is de vader die onder het kleed lag in de boot en plots weer tevoorschijn komt. Kiekeboe!