Passiebloem bij paddo's

Hans

Wijs gebruiker


Ik heb hier nog een leeg pakje shag vol met passiebloem liggen. Dit wil ik een keer gebruiken bij een paddo trip (MAOI's). Wat is de makkelijkste (en prettigste) manier om ze in te nemen? Het zijn gewoon gedroogde blaadjes.

Op welk moment in/voor de trip kan ik ze het beste roken?
 

vogel

Bewuste gebruiker
5.10 Passiebloem
5.10.1 Producten
Er bestaan vele soorten passiebloemen; farmacologisch actieve passiebloemproducten
bevatten meestal Passiflora incarnata. Wanneer hier gesproken wordt over passiebloem of
passiebloemkruid wordt daarmee P. incarnata bedoeld, tenzij naar een andere soort wordt
verwezen. In de Nederlandse smartshop wordt passiebloem verkocht in de vorm van
gedroogde bladeren en stengels (Passiflorae herba, Herba Passiflorae) van Passiflora
incarnata L.. Passiebloem wordt ook vaak verwerkt in rustgevende kruidenmixen voor thee,
rookmixen en pillen, bijvoorbeeld samen met valeriaan (Valeriana officinalis) of St.-
Janskruid (Hypericum perforatum). Het slaapmiddel NightrestTM (potje 50 tabletten; 1-2
tabletten voor het slapen gaan) bevat 60 mg passiebloem per tablet en diverse andere
bestanddelen (melatonine, magnesium, glycine, taurine, skullcap (zie paragraaf 3.6), GABA
en kamille).
Voor thee met een aangenaam kalmerend effect laat men 15 g passiebloemkruid in 150 ml
heet water een half uur trekken. Passiebloem kan ook gerookt of als poeder ingenomen
worden. De aanbevolen dagdosis is 4-8 g passiebloemkruid per dag. [rät]
5.10.2 Doel van het gebruik
Volgens een smartshopfolder heeft passiebloem “een aangenaam kalmerend effect en is het
licht pijnstillend. Bij grotere hoeveelheden is het effect mild hallucinerend en hypnotisch. Het
kan als thee worden bereid, puur gerookt of in poedervorm worden ingenomen. Verder wordt
passiebloem vanwege de MAO-remmende werking ook wel gebruikt om het effect van magic
mushrooms te versterken.” (Magic mushrooms: zie paragraaf 5.1)
5.10.3 Plantaardige herkomst
De passiebloemenfamilie (Passifloraceae) bestaat uit zo’n 400-500 verschillende soorten, die
vrijwel allemaal stammen uit Zuid-Amerikaanse tropische regenwouden. Alle passiebloemsoorten
zijn groenblijvende, klimmende slingerplanten of struiken met ranken, meerlobbige
bladeren en een zeer typerende, spectaculaire bloeiwijze. De bloemen hebben drie stampers,
ongeveer 72 draadjes, vijf meeldraden en komen in allerlei tinten voor. De vruchten zijn
meestal ovaal. De bloemen van Passiflora incarnata zijn wit tot licht rose. In Europa komt
Passiflora caerulea (witte bloemen met blauwe draadjes) voor in tuinen en in sommige
Mediterrane streken is deze soort ook verwilderd. De naam passiebloem is bedacht door
Westerse missionarissen, die in de bloeiwijze een weerspiegeling zagen van de lijdensweg
(passie) van Jezus Christus; de draden van de bloemkroon zijn een symbool voor de
doornenkroon, de vijf meeldraden voor de wonden en de drie stampers voor de drie nagels
aan het kruis. [rät, wic]
Tegenwoordig worden vele passiebloemsoorten in andere streken gekweekt als tuin- en
kamerplant. Meerdere van deze soorten worden in de herkomstgebieden als kruidenmiddel
gebruikt. Er zijn 12-60 soorten die eetbaar zijn, zoals bijvoorbeeld de vruchten van de
maracuja (Passiflora edulis) die in Nederland overal te koop zijn en ook wel ‘passievruchten’
genoemd worden. [rät. rot]
Passiflora incarnata L. wordt het meest als smartdrug gebruikt, meestal in de vorm van
gedroogde bladeren en stengels (Passiflorae herba, Herba Passiflorae). P. incarnata komt
oorspronkelijk uit het Caribisch gebied en het zuidoosten van Noord-Amerika. Synoniemen
voor P. incarnata zijn: passiebloem, passionari, Fleischfarbige Passionblume, apricot vine,
grenadille, maypop, passion vine, wild passionflower. Vroeger werd ook Passiflora caerulea
L. vaak gebruikt, tegenwoordig wordt P. caerulea beschouwd als vervalsing van het echte
kruid. [poi, rät, rot]

5.10.4 Verbindingen
Vroeger dacht men dat de werkzame stoffen in
passiebloem de alkaloïden b-carboline, harmine en
harmaline waren. Recentere inzichten betwijfelen
de aanwezigheid van deze stoffen in P. incarnata
en schrijven de werking toe aan de aanwezigheid
van de C-glycosylflavonen apigenine en luteoline.
Andere bronnen vermelden dat P. incarnata
vermoedelijk geen harmol, harmine of harmaline
bevat, maar wel harmaan (55 mg per 100 g
gedroogde plantendelen). Verder zijn de volgende
verbindingen in P. incarnata aangetroffen:
vicenine-2, isoorientine-2”-O-glycoside,
schaftoside, isoschaftoside, isoorientine,
isovitexine-2”-O-glycoside, isovitexine, swertisine,
sporen van orientine, vitexine en etherische olie en
kleine hoeveelheden cyanogene glycosiden. Pas bij verhitting van de plantendelen ontstaat
maltol (3-hydroxy-2-methyl-g-pyron) dat om die reden niet alleen voor de werking
verantwoordelijk kan zijn; onverhitte plantendelen zijn namelijk ook werkzaam. [mer, rät, wic]
5.10.5 Werking
In dierexperimenten is aangetoond dat het waterige extract van P. incarnata de slaap verdiept
en verlengt. De neurofarmacologische werking, met name bij het roken van passiebloem,
wordt wel vergeleken met die van Cannabis sativa. Vaak wordt van passiebloem ook een
rustgevende werking beschreven, maar deze werking is niet farmacologisch aangetoond. Het
lijkt vaak meer om anxiolytische effecten te gaan. [rät]
De indolalkaloïden harmine en harmaline (waarvan onzeker is of ze voorkomen in
passiebloem, zie paragraaf 3.8.4) remmen het enzym monoamineoxidase (MAO-remmers) en
werken in lage doses stimulerend op het centrale zenuwstelsel, in doses van 10-20 mg werken
ze sederend en bij nog hogere doses zouden ze ook hallucinaties veroorzaken.
Dimethyltryptamine (DMT, zie paragraaf 5.7) is een hallucinogeen dat alleen psychoactief
werkzaam is indien het gesnoven, gerookt of geïnjecteerd wordt. Na orale inname wordt
DMT door MAO afgebroken, voor het de bloedhersenbarrière kan passeren. De MAOremmende
werking van harmaanalkaloïden en wellicht van passiebloem kan oraal ingenomen
DMT werkzaam maken. Vermoedelijk worden de berichten over hallucinogene
eigenschappen van harmaanalkaloïden vertekend door waarnemingen na inname van
mengsels van harmaanalkaloïden en DMT. [rät, rot, wic]
5.10.6 Toepassing
Meerdere soorten uit de passiebloemfamilie worden zowel door inheemse volkeren in de
herkomstgebieden als in de Westerse geneeskunde gebruikt als spasmolyticum, pijnstiller,
kalmerings- en slaapmiddel. Als dagdosis van passiebloem wordt 4-8 g gedroogd kruid
aanbevolen. In de homeopathie worden doseringen van 30-60 druppels oertinctuur
(passiebloemgehalte is onduidelijk) meerdere malen per dag voorgeschreven, bij convulsies,
slaapstoornissen, onrust, kriebelhoest en delirium tremens. [boe, mar, mer, rät, wic]
5.10.7 Toxiciteit
Er zijn weinig gegevens die duiden op toxiciteit van de passiebloem. Hypersensitiviteit met
urticaria en vaatontsteking in de huid werd waargenomen na inname van een kruidentablet
dat passiebloembestanddelen bevatte. In Noorwegen werden vijf patiënten in een ziekenhuis
pag. 134 van 163 RIVM rapport 348802 017
opgenomen met een veranderde, niet nader omschreven, bewustzijnstoestand na het innemen
van een slaapmiddel, geproduceerd uit passievruchten (P. incarnata) genaamd Relaxir. De
auteurs wijzen op het risico van mogelijke potentiëring van de werking van andere
medicijnen. [sol]
Harmine kan bij sublinguale toediening van meer dan 300 mg effecten veroorzaken zoals:
misselijkheid, duizeligheid en ataxie. Als harmine al voorkomt in passiebloem, dan is het
gehalte in ieder geval sterk variabel waardoor er geen duidelijk dosis-effect relatie is. [rät]
Interacties
Omdat passiebloem mogelijk een MAO-remmende werking heeft, is het niet uitgesloten dat
er ernstige interacties optreden na inname van passiebloem in combinatie met bepaalde
genees- en voedingsmiddelen.
Interacties met geneesmiddelen
Serotonine speelt een rol bij het ontstaan van depressies en er zijn tal van medicijnen op de
markt die invloed hebben op de serotoninehuishouding. Voorbeelden van medicijnen die
werken middels beïnvloeding van de serotonineconcentratie zijn tricyclische antidepressiva,
selectieve serotonine-heropnameremmers (SSRI’s) en MAO-remmers. Wanneer
therapeutisch gebruik van dit soort medicijnen gecombineerd zou worden met recreatief
gebruik van hallucinogenen en/of plantaardige MAO-remmers, zouden ernstige interacties op
kunnen treden. De werking van de tryptamines kan vele malen versterkt worden en de
effecten kunnen langer aanhouden. Eventueel kan door potentiëring van elkaars werking het
serotoninesyndroom optreden; dit syndroom wordt gekenmerkt door ernstige hypertensie,
hyperpyrexie (zeer hoge koorts > 42°C) en convulsies. [ell, gif,

bron=RIJKSINSTITUUT VOOR VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU
NATIONAL INSTITUTE OF PUBLIC HEALTH AND THE ENVIRONMENT
(RIVM)

RIVM rapport 348802 017
Smartshops
Overzicht van producten, geclaimde werking
en hun medisch-toxicologische relevantie.
W. Beltman, A.J.H.P. van Riel, A.P.G. Wijnands-
Kleukers, M.F. Vriesman, I.S. van den Hengel-
Koot, I. de Vries, J. Meulenbelt
maart 1999
Dit onderzoek werd verricht in opdracht en ten laste van de Inspectie
Gezondheidsbescherming, Waren en Veterinaire Zaken, in het kader van project 348802,
Informatie intoxicaties en teratogene stoffen.
RIVM, Postbus 1, 3720 BA Bilthoven, telefoon: 030 - 274 91 11; fax: 030 - 274 29 71

oja er kunnen trouwens een soort glycosiden in passiebloem voorkomen
of ze komen er in voor en kunnen door een soort proces omgezet worden in een soort cyanide,ofzo

zoeen proces hebben bepaalde andere planten ook
fijne weet ik erniet van
ik post er later mschine wel over als ik er iets meer over weet



[/quote]
 

vogel

Bewuste gebruiker
kijk je kan met passieflora incarnata ook nog makkelijker van je (rook)
nicotine verslaving afkomen
tenminste muizen wel
PubMed ID : 14578021
Title : Nicotine reversal effects of the benzoflavone moiety from Passiflora incarnata Linneaus in mice.
Abstract : A benzoflavone moiety (BZF) has recently been reported to be liable for many of the biological effects of the plant Passiflora incarnata Linneaus. In light of various reports mentioning the usefulness of P. incarnata in tobacco addiction, studies have been performed using four doses (1, 5, 10 and 20 mg/kg) of the bioactive BZF moiety isolated from the aerial parts of P. incarnata. In a 7-day experimental regimen, mice (n = 5) were given nicotine hydrogen tartrate (2 mg/kg), and combinations of nicotine with four doses of BZF (NnP-1, NnP-5, NnP-10 and NnP-20) q.i.d. by the s.c. route. At the end of the 7 days of treatment, naloxone was given to the mice from all groups to induce a nicotine withdrawal syndrome.The mice that had been treated with 10 and 20 mg/kg dose of BZF concurrently with nicotine showed a significantly fewer number of withdrawal jumps relative to the group treated with nicotine alone (Nn group). Separately, in a 14-day treatment regimen, mice (n = 10; for the N group, n = 12) were administered nicotine (2 mg/kg) and combinations of nicotine with four doses of BZF (NP-1, NP-5, NP-10, NP-20 groups) q.i.d. by the s.c. route. Spontaneous physical and behavioural signs of nicotine dependence were observed 3 hours after cessation of treatments on the 14th day. Mice administered with combinations of nicotine and 5, 10 and 20 mg/kg doses of BZF (i.e. NP-5, NP10 and NP-20 groups), exhibited less intensity and severity of withdrawal effects compared to the mice treated with nicotine alone. Those mice treated with the two highest doses of BZF,in combination with nicotine (NP-10 and NP-20), showed significantly fewer nicotine-abstinence withdrawal jumps and normal ambulatory behaviour. BZF treatment prevented weight loss and resulted in normal performance in the swimming endurance test, which may be a measure of stress and/or depression. Similarly, acute administration of a single 20 mg/kg dose of BZF prevented some of the nicotine-withdrawal effects; lower doses were almost inert. These studies, although preliminary, suggest that the BZF may have value in treating nicotine addiction.
 

vogel

Bewuste gebruiker
ik zou de droge blaadjes effe door een blender heen doen
en dan er thee van zetten. wel gefilterde thee drinken
neem een zeef en een oud t-shirt en giet daaar je thee doorheen
en een half uurtje nadat je de passiebloem thee heb opgedronken
neem je je paddo,s


de Passiflora Caerulea zou (meer) giftige glycosiden bevatten als
de Passiflora Incarnata zou deze (?niet?) hebben of minder als de Caerulea :confused:

als de thee vies smaakt kan je mschien het een beetje laten verdampen zodat het minder vloeibaar is hoef je minder slokjes te nemen maar de smaak is wel meteen geconcentreerder
khoop niet datde werkzame stoffen dan mee verdampen kan je beter
msvjhien niet doen

maar dat is wel weer vaag passiebloem zou zo weinig harmala alkaloiden hebben dat de maoremmende werking van andere stoffen zou moeten komen,

The primary constituents of Passiflora are flavonoids, maltol, cyanogenic glycosides and indole alkaloids. The indole alkaloids are harman, harmin, harmalin, harmol and harmalol, which can be MAO inhibitors, but are present in such small amounts that it is unlikely to have this effect. The flavonoids (2.5%) consist of vitexin, isovitexin, orientin, isoorientin, apigenin, kampferol, vicenin, lucenin, saponarin and passiflorine (similar to morphine).7 It also has phenolic, fatty, linoleic, linolenic, palmitic, oleic and myristic acids, as well as formic and butyric acids, courmarins, phytosterols and essential oil.

wat ook vaag is in dit stukje tekst is dat er bij passiflorine staat dat het op morfine lijkt
 

Hans

Wijs gebruiker
Ik lees ook vaak genoeg dat passiflora hallucinogeen zijn. Waarschijnlijk is de hoeveelheid werkzame stoffen gewoon heel laag.

Bedankt!
 

vogel

Bewuste gebruiker
tja als de passiflora incarnata 55 milligram harmaan bevat pet 100 gram gedroogd plantmatriaal, das toch wel één hele dosis die 55 milligram ?? :confused:


die foto van jouw hans dat is zo te zien een passiflora caerulea
waar heb je je passibloem vandaan, toch niet uit de tuin van de buren geplukt

want in tuinen en in tuinwinkels zal je de passiflora incarnata niet aantreffen,,
maar in bloemendaal groeit een incarnata
de bladeren van de incarnata zijn lichter van kleur als de caerulea
ook zijn de bladeren van de incarnata wat minder robuust wat minder stug als die van de caerulea

dit vond ik nog op erowid over die glycosiden die door een proces omgezet worden in een soort cyanide en dat is iets wat je zeker niet wil

I recommend some caution with any Passiflora species because of the
cyanide content. In the plant, this isn't present as free cyanide --
it's in one or more compounds called cyanogenic glycosides. If you
crush a leaf, enzymes present in the leaf will break down the cyanogenic
glycosides to release free hydrogen cyanide (you know, the stuff they
use in the gas chamber).

The question with this recipe is: how much cyanide would you get? This
depends on --

(1) How much of the cyanogenic glycoside is present in this species? I
know there's some -- I tested it myself, some years back -- but I don't
have good quantitative data, and the amount is likely to vary depending
on what part of the plant you test, what conditions it was grown under,
etc. My gut feeling is that 1 pound of Passiflora incarnata per person
would be a big risk IF you actually ingested all the cyanide it could
generate. Which brings us to...

(2) How much of the cyanogenic glycoside is broken down into cyanide
during the processing? This depends on lots of things, like whether you
crush the leaves before boiling.

(3) How much hydrogen cyanide remains in the brew after boiling it down?
If the pH is acid enough, it might all get boiled off. Maybe. (But
leave a window open!)

(4) If any of the original cyanogenic glycoside remains in the final
product, can it be broken down by enzymes in the body or by bacteria in
the gut?

I'm not sure what to suggest; answering all of the above questions would
be a substantial project. Perhaps the recipe could be modified to
ensure that 100% of the hydrogen cyanide (and the cyanogenic glycoside)
is destroyed or driven off during processing. But I don't know of a
do-it-in-your-kitchen quantitative cyanide assay one could use to test
the outcome.

By the way, all of the above also applies to large doses of Damiana
(alias Turnera aphrodisiaca, if I remember right).
 

Hans

Wijs gebruiker
Dan heb ik toch de verkeerde denk ik. En ja.. ik heb em uit iemands tuin zitten plukken. De bladeren van deze waren wel wat lichter dan de foto's op erowid van de caerulea.

Wel vreemd dat precies zo'n foto ook op erowid stond :confused:

Ik ga wat passiebloem proberen te roken.. kijken of dat enig effect heeft.
 

Hans

Wijs gebruiker
Het rookt vrij licht en het is een beetje vies. Ik voel me wel anders maar zou dit niet perse high willen noemen..
 
Bovenaan